Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 15 mei 2009
reageer op deze column
Delen |

Aharon Appelfeld

Van Aharon Appelfeld is Bloemen der duisternis (2006) nu ook in Nederlandse vertaling verschenen. Het is de indringende en ontroerende geschiedenis van de elfjarige Hugo Mansfeld, tijdens de sjoa door zijn moeder noodgedwongen ondergebracht bij een jeugdvriendin die woont en werkt in een bordeel. In Bloemen der duisternis lezen we dat de ouders van Hugo Mansfeld niet naar de synagoge gingen en zich ook niet meer aan de godsdienstige gebruiken hielden. Hugo Mansfeld kwam dus, zo kunnen we constateren, uit een geassimileerd gezin. Verder heeft Appelfeld zijn roman niet in de ik-vorm geschreven, een aanwijzing dat het niet om een autobiografische roman gaat. Over beide aspecten in deze column iets meer.

Aharon Appelfeld is in 1932 in de Bukowina geboren. De moeder van Appelfeld, Boniah Sternberg, is tijdens de sjoa vermoord. Samen met zijn vader is Appelfeld overgebracht naar een kamp in Transnistrië. Appelfeld wist te ontsnappen en hij heeft als jongen jaren in zijn eentje door de Oekraïne gezworven tot hij in 1944 in handen van het Russische leger viel. Weer kon hij wegkomen en via Joegoslavië bereikte hij Italië en uiteindelijk, met behulp van de Joodse Brigade, in 1946 Palestina. Daar heeft Appelfeld een geheel nieuwe taal moeten leren en in die taal heeft hij een groot aantal boeken geschreven. Boeken waarin Oost-Europa en de sjoa een centrale rol spelen. Ik noem naast Bloemen der duisternis hier nog twee romans, Het tijdperk der wonderen uit 1978 en Het verhaal van een leven uit 1999. Wie geïnteresseerd is in het denken van Appelfeld, wijs ik op Beyond despair: three lectures and a conversation with Philip Roth uit 1994.

In de eerste lezing uit Beyond Despair heeft Appelfeld zijn geboorteplaats Czernowitz in de Bukowina, een zeer Joodse, maar tevens zeer geassimileerde stad genoemd. Voor zijn generatie, aldus Appelfeld, was assimilatie niet langer het doel maar was het a way of life. De grootouders, die Jiddisj spraken, leefden veelal nog volgens de Joodse traditie, maar voor de Duitstalige ouders gold dat zij zich daar niet langer mee verbonden voelden. Het heeft gemaakt dat zij door de sjoa hun hele wereld zagen instorten. Het betekende, in een bondige samenvatting van Appelfeld zelf, dat they were left with nothing but their naked Jewishness. In Het tijdperk der wonderen heeft Appelfeld onder andere aan dit thema extra aandacht besteed. De vader uit het boek (ik voeg er voor de zekerheid aan toe: niet de eigen vader) voelt zich geheel en al een gevierd Oostenrijks schrijver en hij wil niets weten van de niet-geassimileerde Joden op wie hij neerkijkt. Maar aan zijn Jood-zijn kon ook hij niet ontsnappen. Net zo min als het gezin Mansfeld uit Bloemen der duisternis.

Aan Het tijdperk der wonderen en Het verhaal van een leven kunnen evenmin autobiografische gegevens worden ontleend, al zijn die boeken, anders dan Bloemen der duisternis, wel in de ik-vorm geschreven en ligt Het verhaal van een leven dichtbij wat Appelfeld zelf moet hebben meegemaakt. Maar ook voor Het verhaal van een leven geldt wat Appelfeld tegen Philip Roth heeft opgemerkt: al komen mijn boeken voort uit my most personal experiences, zij zijn niet the story of my life. Appelfeld wil ook niets weten van het etiket holocaustschrijver. Er is geen ergerlijker benaming te bedenken, schrijft hij in Het verhaal van een leven.

Appelfeld kan niet, en wil ook niet, exact verslag doen van wat hem tijdens de sjoa is overkomen. Hij schrijft romans, fictie. Zijn herinnering aan die jaren is bovendien als van een kind, niet chronologisch maar een overvloeiende en een in zich steeds veranderende herinnering. Al is die herinnering wel zijn herinnering en in die betekenis de drijfveer achter zijn werk. Mijn poetica, schrijft Appelfeld, heeft zich gevormd in het begin van mijn leven, en daarmee bedoel ik alles wat ik heb gezien en onthouden in mijn ouderlijk huis en in de lange oorlog.

De boeken van Appelfeld zijn geschreven in het Hebreeuws en dat is cruciaal. In Het verhaal van een leven heeft Appelfeld vastgelegd hoe, na een moeizaam begin, het zich eigen maken van een nieuwe taal gelijk op ging met het kennisnemen van de Joodse traditie en literatuur aan de Hebrew University. Die literatuur, merkt Appelfeld op, bleek voor hem de religieuze melodie die we verloren hebben. Het is de Hebreeuwse taal waardoor hij zichzelf vond, die hem tot een belangrijk Israëlische schrijver heeft gemaakt, al bleef zijn onderwerp het ouderlijk huis en de lange oorlog. Bloemen der duisternis bewijst dat opnieuw.

Aharon Appelfeld, Bloemen der duisternis, Anthos, 2009. Aharon Appelfeld, Beyond despair: three lectures and a conversation with Philip Roth, Fromm International, 1994.

Zaterdagavond voorjaar 1995. Jeruzalem. Aharon Appelfeld neemt zijn vriend Imre Kertész mee naar Mea Sjeariem. ‘Appelfeld‘, schrijft Kertész in Ik, de ander, ’zit gereserveerd naast me op een soort bank, maar hij verbergt zijn diepe betrokkenheid bij het gebeuren allerminst. Toch steekt hij met zijn hemdsmouwen, gladgeschoren wangen en Hamburgs petje enigszins af bij de overige aanwezigen. Ik draag de witte linnen hoed die ik in Venetië heb gekocht’. Met dit citaat begon ik een artikel over de vrienden Appelfeld en Kertész in Kol Mokum van vorig jaar. Wat ik toen over Kertész schreef, leest u in mijn volgende column.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon