Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 11 september 2009
reageer op deze column
Delen |

De kant van Jeanne Weil

Jeanne Weil is haar leven lang trouw gebleven aan haar Joodse afkomst. Trouwen met de katholieke Adrien Proust, akkoord. Haar kinderen laten dopen, ook dat wilde zij wel beloven. Maar zelf katholiek worden, ging Jeanne Weil een stap te ver. En daarom werd op 3 september 1870 tussen de Joodse Jeanne Weil en de katholieke Adrien Proust alleen een burgerlijk huwelijk gesloten.

Evelyne Bloch-Dano heeft over Madame Proust een mooi boek geschreven dat daarna ook in Duitse en Engelse vertaling is verschenen. Helaas niet in het Nederlands. In het boek van Bloch-Dano krijgt de ‘kant van Jeanne Weil’ alle aandacht en in de hoofdstukken over de families Weil en Berncastel geeft Bloch-Dano een boeiend portret van twee Joodse families die gebruik maakten van de kansen die zij kregen, nadat de Assemblée constituante van 1791 aan de Franse Joden burgerrechten had verleend.

Grootvader Baruch Weil kwam uit de Elzas en vestigde zich al in 1802 in Parijs. Hij was fabrikant van porselein en heeft daarmee een aanzienlijk vermogen opgebouwd. Zijn eerste zaak, Au vase d’or, was aan de Rue du Temple gevestigd. Daarna had hij een zaak aan de Boulevard des Italiens met een luxe vestiging in de Passage de l’Opera. Zijn generatie was nog actief in de Joodse gemeenschap. Baruch Weil was lid van het bestuur van de Joodse gemeente.

Zijn zoon Nathé Weil, de vader van Jeanne Weil, was effectenmakelaar. Een koosjere huishouding voerden Nathé Weil en zijn vrouw Adèle Berncastel al niet meer. Ook was geen sprake van regelmatig sjoelbezoek. Alleen tijdens de Hoge Feestdagen ging men nog naar de synagoge. Nathé Weil, Adèle Berncastel en hun kinderen Jeanne en George-Denis behoorden tot de Joodse haute bourgeoisie. Geassimileerd, ja, maar Joden zeker ook. Nathé Weil en Adèle Berncastel zijn dan ook begraven op het Joodse gedeelte van de begraafplaats Père-Lachaise.

Families als de Weils en de Berncastels belichamen de sociale opkomst van de Franse Joden, loyaal tegenover Frankrijk dat hun als eerste land burgerrechten had verleend. Ze waren Fransen. Maar ze bekeerden zich niet tot het christendom en de familiezin was sterk ontwikkeld. Het typeert ook Jeanne Weil. Net als haar ouders bleef zij een Franse Jodin, ook toen zij met de katholieke Adrien Proust was getrouwd. Adrien Proust was van veel geringere komaf dan Jeanne Weil maar heeft als vooraanstaand arts een glanzende carrière gemaakt. Hun huwelijk, hoewel tussen hen zeker sprake was van genegenheid, lijkt vooral sociaal ingekleurd. Adrien Proust was bovendien veel weg. Jeanne Weil behield hierdoor haar zelfstandigheid en de contacten met de eigen familie bleven diepgaand en veelvuldig.

Ook haar zoon Marcel Proust moet dus wel het nodige hebben meegekregen van de kant van Jeanne Weil. Katholiek gedoopt, maar tevens lid van een invloedrijke Joodse familie, was Marcel Proust aanwezig bij bar mitswa’s, huwelijken en begrafenissen. In 1896 heeft hij de begrafenis van de broer van Nathé Weil bijgewoond. Bloch-Dano laat Marcel Proust bij die gelegenheid een keppeltje dragen. Kort hierna overleed Nathé Weil en ook bij de begrafenis van zijn grootvader was Marcel Proust natuurlijk aanwezig. Tijdens de choepa van zijn neef Henri Bergson, geleid door rabbijn Zadoc Kahn, zat Marcel Proust in de synagoge aan de Rue de la Victoire.

Tussen Marcel Proust en zijn moeder bestond een zeer sterke band, al van jongs af aan. Overbekend is dat hij niet kon slapen als zijn moeder hem geen nachtkus had gegeven. Toen hij een keer een waardevol Venetiaans glas had gebroken, schreef zijn moeder hem: het gebroken glas zal tussen ons zijn wat het in de tempel is, het symbool van een onverbrekelijke eenheid. Door zijn kennis van Joodse rituelen heeft Marcel Proust kunnen begrijpen wat zijn moeder daarmee bedoelde, ook al wordt veelal aan het breken van een glas na de choepa een andere betekenis toegekend.

Marcel Proust was, in zijn eigen woorden, passionnément en le plus ardent dreyfusard. De kant van Jeanne Weil zal daaraan hebben bijgedragen. Dreyfus werd aangeklaagd, niet omdat hij schuldig was, maar omdat hij een Jood was. De dreyfusaffaire raakte daarom de Joden in hun meest gevoelige punt: hun Franse identiteit. Kon men tegelijk Jood en Fransman zijn? Die dubbele identiteit werd door de dreyfusaffaire op de proef gesteld. Het is opvallend dat Adrien Proust antidreyfusard was, overtuigd van de schuld van Dreyfus. Hij kon zich niet indenken dat hoge ambtenaren, met wie hij dagelijks verkeerde, het bij het verkeerde eind hadden. Zijn vrouw en zijn beide zonen waren echter dreyfusards. In 1898, tijdens de dagen volgend op het J’accuse van Zola, plaatst Marcel Proust zijn naam op de lijst ten gunste van de eerste revisie van de strafzaak tegen Dreyfus. Hij volgt met intense belangstelling de zittingen tijdens het daarop volgende proces tegen Zola. In Op zoek naar de verloren tijd neemt de dreyfusaffaire een belangrijke plaats in.

Jeanne Weil stierf op 26 september 1905. Haar begrafenis, zo meldt Bloch-Dano, is georganiseerd door de Consistoire Israélite de Paris. Dat staat op grond van documentatie vast. Bloch-Dano voegt hieraan toe dat een rabbijn kaddiesj heeft gezegd en zij noemt dat een laatste gebaar van een zoon voor zijn Joodse moeder. Mooi, maar zoals blijkt uit de daarbij geplaatste noot, gaat het om mondelinge overlevering, afkomstig van één bron.

Marcel Proust is pas na het overlijden van zijn moeder begonnen aan het schrijven van Op zoek naar de verloren tijd. Op 18 november 1922 is hij overleden en na een dienst in de katholieke kerk Saint-Pierre-de Chaillot is hij op Père-Lachaise begraven. Katholiek gedoopt en begraven. Toch heeft Proust de kant van Jeanne Weil nooit onder stoelen of banken gestoken. Een samenvatting is te vinden in een brief van Marcel Proust aan Robert de Montesquiou: hoewel ik katholiek ben, net als mijn vader en mijn broer, is mijn moeder een Jodin. Het geeft de situatie precies weer. Niet meer en niet minder.

Er is een parallel te trekken tussen Katia Pringsheim, over wie ik in mijn vorige column schreef, en Jeanne Weil. Zij staan allebei aan het eind van een assimilatieproces. De broer van Jeanne Weil, George-Denis Weil, is echter nog wel bar mitswa geworden en in de synagoge aan de Rue de la Victoire stonden hij en zijn vrouw onder de choepa. De achterin het boek van Bloch-Dano opgenomen stamboom vermeldt 1944 als jaar van overlijden van hun dochter en schoonzoon. De kant van Jeanne Weil lijkt zo te eindigen. Maar er was ook nog een kleindochter van George-Denis Weil. Hoe het haar is vergaan, staat er niet bij.

Evelyne Bloch-Dano, Madame Proust, Biographie, Grasset, 2004. De Duitse uitgave verscheen in 2006 bij Claassen en de Engelse uitgave in 2007 bij de University of Chicago Press.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon