Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 4 juni 2010
reageer op deze column
Delen |

Herman de Man: Jood onder de boeren

Herman de Man had een moeilijk en niet altijd te doorgronden karakter. 'Het raadsel de Man', heeft ook Gé Vaartjes, de biograaf van Herman de Man, niet helemaal kunnen ontrafelen. Herman de Man had het hart op de tong maar in zijn boeken blijft het persoonlijke veelal buiten schot. Dat geldt ook voor zijn Joodse afkomst. Over de joden en hunne vervolgers uit 1933 is een uitzondering.

In zijn jonge jaren is Herman de Man, toen nog Salomon Herman Hamburger, samen met zijn vader, en ook wel alleen, met mollenvellen en andere koopwaar door de Lopikerwaard getrokken. Hij was van plan die ervaringen in een roman te verwerken, Jood onder de boeren. 'Dit boek zou gaan', deelt Gé Vaartjes mee, 'over een joodse koopman, die tussen de boeren woont en de eerste jaren door hen gemeden wordt. Langzamerhand echter wint hij hun sympathie en maakt de benaming jood waarmee hij wordt aangeduid plaats voor zijn achternaam'. Het is er nooit van gekomen. Wel zijn in 1981 enkele verhalen die in de beginjaren twintig in tijdschriften waren gepubliceerd, alsnog gebundeld onder de titel Uit mijn kinderjaren. Het is een uitgave van de Vereniging 'Herman de Man'. Voorop staan foto's van Herman de Man als vijfjarige en als elfjarige (samen met zijn broer en zus).

Sallie, zoals de hoofdpersoon uit deze verhalen meestal heet, is een eenzelvig Joods jongetje, dat anders was dan de gewone jongens. En als hij wat ouder is trekt hij door de Lopikerwaard:

Alle boeren wijd en zijd kenden hem en noemden hem het mollenjoodje en hij kende alle boeren. Ook wist hij al hun familieleden, de grootte van ieders veestapel; hij kon meepraten over de hooibouw, over appelpluk en bietenbouw, over chilisalpeter en superfosfaat. En de prijzen van de kaas wist hij en de marktwaarden her en der; Sallie wist alles.

In het laatste verhaal is Sallie Salomo geworden en kan hij, financieel ondersteund door een rijke koeienkoper, naar de HBS. Samen met diens dochter die Salomo eerst voor een gewoon mollenjoodje had versleten. De HBS heeft Herman de Man nooit bezocht. Het is fictie. Maar ik noem het verhaal omdat Salomo op de HBS geconfronteerd wordt met antisemitisme, een thema dat Herman de Man in geen van zijn latere romans heeft verwerkt. Als medeleerlingen een jehoede beschimpen en een smaadlied op joden zingen, neemt Salomo het voor hem op. Voddenjood? Voddenjood?! Misschien is die man beter dan jullie allemaal bij elkaar. En als één van de medeleerlingen oppert: Wie weet is zijn eigen vader het vroeger niet geweest, antwoordt Salomo: Geweest? Nee, lafaard, dat is mijn vader nòg!

Er is slechts één roman, De eenzame, geschreven in 1923, waarin een Joods meisje voorkomt, Vrouke de Lieme, een koopmansdochter uit Woerden; haar vader bekleedde mede de functie van voorlezer in de kleine synagoge daar. Het was de synagoge in Woerden, schrijft Gé Vaartjes, die de ouders van Herman de Man af en toe bezochten en waar Herman de Man in zijn jeugd dus ook wel eens kan zijn geweest. Vrouke heeft milde herinneringen aan menig godsdienstfeest, gevierd in de familie. Op haar wordt de hoofdpersoon uit de roman, Hubert Montijn, verliefd. Hij vertelt haar over het nieuwe testament maar tot een bekering komt het niet. Vrouke sterft jong en haar begrafenis volgens de Joodse gebruiken, 'dwars door het polderland naar de Joodse begraafplaats in Woerden', is door Herman de Man liefdevol beschreven.

'Het gezin compleet in 1934', schreef Herman de Man achterop deze foto (collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam).

Om rustig te kunnen werken verbleef Herman de Man in 1939 enige tijd in de Franse Alpen. Hij schreef daar Heilig Pietje de Booy. Op 30 april 1940 ging hij opnieuw naar Frankrijk. Alleen, zonder vrouw en kinderen. Van schrijven is niet veel meer gekomen. Tien dagen later vielen de Duitsers Nederland binnen. Herman de Man heeft via Portugal Londen weten te bereiken waar hij heeft gewerkt voor Radio Oranje. In een uitzending van 29 juli 1942 sprak hij al over de systematische uitroeiing van de Poolse Joden. Hij zei onder meer: 'Maar welk Duitsch oorlogsbelang is er mee gemoeid, dat duizenden weerloze Joodsche Polen, bij groote groepen tegelijk, in gaskamers afgemaakt zijn geworden'. In 1943 is Herman de Man naar Curaçao gegaan om daar een radio-omroep op te zetten. Augustus 1945 keerde hij terug naar Nederland. Slechts twee van zijn kinderen bleken de oorlog te hebben overleefd.

Op 26 juli 1942 was in alle rooms-katholieke kerken gebeden om bijstand voor de vervolgden en een protesttelegram voorgelezen. Met het gevolg dat op 2 augustus 1942 alle katholieke Joden in Nederland werden opgehaald. Dat lot trof ook de vrouw van Herman de Man en vijf van zijn kinderen. Aan de bisschop van Den Bosch moet nog zijn gevraagd om iets voor Eva en haar kinderen te doen. Dat kon de bisschop niet, 'want', zei hij,'vanaf nu zijn zij niet meer katholiek maar joods'. Eva en vier van de vijf kinderen zijn maar kort in Westerbork geweest en al op 9 augustus 1942 in Auschwitz vergast. De oudste zoon is op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord. De vader van Herman de Man, Herman Salomon Hamburger, is op 23 april 1943 in Sobibor omgebracht. Ook zijn broer, Izak Hamburger, en diens vrouw overleefden de oorlog niet.

Herman de Man ging in zaken en had, schrijft zijn biograaf, verder nog slechts één doel: wraak en vergelding. Zo richtte hij zijn pijlen op de burgemeester van Berlicum die, meende hij, zijn gezin had kunnen en dus ook moeten waarschuwen. Op 14 november 1946 is Herman de Man, terugkomend van een zakenreis, bij een vliegtuigongeluk op Schiphol om het leven gekomen.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon