Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 2 oktober 2009
reageer op deze column
Delen |

Ongemakkelijk

Vorige week zag ik de grand opéra La Juive van Fromental Halévy, een schitterende coproductie van de Nederlandse Opera en de Opéra National de Paris. De opera dateert uit 1835. Het hoofdthema van de opera is een aanklacht tegen religieuze onverdraagzaamheid. Ja, het is gebeurd, en onze wraak op de Joden is voltrokken! Het zijn de laatste woorden van het koor als Eléazar en Rachel de dood tegemoet gaan, nadat over hen de banvloek is uitgesproken. Rachel is door Eléazar opgevoed, maar eigenlijk de dochter van een kardinaal. Eléazar en Rachel wekken van alle personages uit de opera de meeste sympathie op. De muziek van Halévy ondersteunt dat. De toeschouwer van deze tijd voelt zich echter tevens ongemakkelijk bij een figuur als Eléazar, die eigenschappen heeft meegekregen die tot de gebruikelijke stereotypen van Joden behoren. Eléazar is een rijke en wraakzuchtige goudsmid, die er plezier aan beleeft zijn christelijke klanten te bedriegen. Toch kan de componist moeilijk antisemitisme worden verweten.

De Nederlandse Opera heeft het libretto van La Juive uitgegeven samen met een aantal verhelderende commentaren. Ik haal daaruit dat de antiklerikale strekking van de opera strookte met de eigen vrijzinnige politieke idealen van Fromental Halévy (1799-1862), zoon van een liberale Talmoedgeleerde. Net als Jeanne Weil, over wie ik in mijn column van 11 september schreef, behoorde Halévy tot de Joodse families die met verve gebruik maakten van de kansen die zij kregen nadat de Assemblée constituante van 1791 aan de Franse Joden burgerrechten had verleend. Fromental Halévy zat nog in het begin van die ontwikkeling. Hij ging nog regelmatig naar de synagoge, al was hij wel bevreesd dat de orthodoxe tradities de integratie in de weg konden staan. Maar hij twijfelde tevens of het de Joden wel vergund zou zijn volledig aan de Franse rooms-katholieke samenleving deel te nemen.

De familie Halévy vinden we terug bij Marcel Proust. Bij die generatie is de ontwikkeling verder gegaan. Tot de vrienden van Proust op het Lycée Condorcet behoorden onder anderen Daniel Halévy en Jacques Bizet. De grootvader van Daniel Halévy was de broer van Fromental Halévy. Jacques Bizet was de zoon van de componist Georges Bizet en Geneviève Halévy. De componist Fromental Halévy was de vader van Geneviève Halévy. Geneviève Halévy (1845-1926) heeft in het leven en in het werk van Proust een belangrijke rol gespeeld. Na het overlijden van Georges Bizet hertrouwde Geneviève Halévy met de rijke advocaat Émile Straus. Ze hield salon waar veel bewonderaars kwamen, onder wie de jonge Proust, en stond mede model voor de Duchesse de Guermantes uit Op zoek naar de verloren tijd. Proust dweepte met haar en op den duur werd zij een levenslange trouwe vriendin. Hun uitgebreide en langdurige briefwisseling legt daarvan getuigenis af. Geneviève Halévy moet een levendige en vaak geestige vrouw zijn geweest met een scherpe tong. Van haar zijn verscheidene bon mots overgeleverd. Tot het christendom heeft ze zich nooit willen bekeren, want zei ze, ik heb te weinig geloof om van geloof te wisselen.

Het is in Rondom mevrouw Swann, deel één van In de schaduw van de bloeiende meisjes dat de verteller uit Op zoek naar de verloren tijd samen met Bloch een bordeel bezoekt waar een zekere Rachel werkt, een Jodin die hem door de bazin van het huis als iets bijzonders wordt aanbevolen. Tot een verder contact komt het niet maar Proust noemt haar Rachel, quand du Seigneur, Rachel wanneer van de Heer, een aanhaling uit één van de mooiste door Eléazar gezongen aria’s uit de opera van Fromental Halévy. Eléazar staat in tweestrijd tussen zijn wraakgevoelens en de gevolgen daarvan die ook Rachel treffen, Rachel die de Heer aan zijn zorgen heeft toevertrouwd. En dan een pikant detail. In de stamboom achterin de biografie van Madame Proust, zie mijn column van 11 september, komt onder de aanverwanten van de familie Weil een Rachel Bloch voor. Toeval?

Swann en Bloch zijn de twee belangrijkste Joodse romanfiguren in Op zoek naar de verloren tijd. Swann is een voorbeeld van de mogelijkheid van rijke, begaafde en kunstzinnige Joden om in het begin van de vorige eeuw door te dringen in de hogere kringen. Die kringen zijn de Franse adel van de Faubourg St. Germain, waar het kosmopolitisme van de Joden werd omarmd. Proust schrijft over het ‘loyale semitisme’ van Swann en op de drempel van de dood keert Swann ‘terug in de schoot van zijn geloofsbroeders’. Swann is zeker een veel sympathieker figuur dan Bloch, die in Op zoek naar de verloren tijd geen fraaie rol speelt. Bloch is luidruchtig en banaal en al probeert hij omhoog te klimmen op de maatschappelijke ladder, zijn typisch Joodse karaktertrekken kunnen niet worden weggepoetst. Hij is in het werk van Proust een Jood zoals antisemieten een Jood zien, een vergaarbak van slechte Joodse eigenschappen. In het laatste deel van Op zoek naar de verloren tijd komen we Bloch weer tegen. Hij heeft dan geprobeerd het Jood-zijn van zich af te schudden en noemt zich Jacques de Rozier, een niet mis te verstane vingerwijzing van Proust dat Bloch, wat hij ook heeft geprobeerd, nog steeds als Jood herkenbaar is.

Proust was bepaald geen antisemiet. Bloch is een romanfiguur en Proust laat ons in zijn roman zien hoe in zijn tijd en in bepaalde kringen tegen de Joden werd aangekeken met hun, volgens de niet-Joden maar soms ook de Joden zelf, ‘aangeboren’ karaktertrekken, bewonderenswaardig of juist onaangenaam. Net als bij de opera van Fromental Halévy, voelt de Joodse lezer van deze tijd zich daar veelal ongemakkelijk bij.

In het eerste gedeelte van The Origins of Totalitarianism (dat helaas niet in de Nederlandse vertaling is overgenomen) grijpt Hannah Arendt het werk van Proust aan om te laten zien wat er gebeurt als niet meer de maatschappelijke ongelijkheid van de Joden centraal staat en ook niet hun religie, maar alleen nog hun afkomst. Joden worden dan omschreven aan de hand van hun uiterlijk en aan de hand van karaktertrekken, die ‘typisch Joods’ zouden zijn. Het is de notie van wat Hannah Arendt noemt the Jew in general, de opvatting dat wie Jood is de daarbij behorende eigenschappen niet van zich af kan schudden. Joden blijven altijd herkenbaar als Joden. Wat van die opvatting de gevolgen kunnen zijn, weten we.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon