Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 6 februari 2009
reageer op deze column
Delen |

Canetti en het jodendom

De levensloop van Canetti is veelkleurig en diens boeken zijn niet onder één noemer te vangen. Toch is Sven Hanuschek er in zijn biografie, die nu ook in het Nederlands is verschenen, uitmuntend in geslaagd leven en werk van Nobelprijswinnaar Canetti overtuigend in beeld te brengen. Lezen dus. Hier iets over de levenslange latrelatie van Canetti met het jodendom.

Canetti is op 25 juli 1905 in Roetsjoek, Bulgarije, geboren. De ouders van Canetti, Eliëzer Canetti en Mathilde Arditti, waren Sefardische Joden. Al in 1911 gingen zij naar Manchester, waar familieleden van Mathilde Arditti een zaak hadden. Het overlijden van de vader van Canetti, op 8 oktober 1912, markeert het begin van de tocht van Canetti naar Wenen, Zürich, Frankfurt en Londen, een tocht door Europa die Canetti heeft gemaakt tot een schrijver die in de Duitse taal een woning vond.

Thuis in Roetsjoek was Ladino de voertaal. Duits was echter voor de ouders van Canetti de geheimtaal van hun liefde. Canetti, die hen niet verstond als zij Duits met elkaar spraken, dacht dat het om wonderlijke dingen moest gaan, die je alleen in die taal kon zeggen. In Manchester leerde Canetti Engels. Het verhaal hoe Canetti daarna toch een Duitstalige schrijver werd, is een centrale passage uit De behouden tong, het eerste deel van de memoires van Canetti. Zijn moeder las Canetti hardop zinnen voor, die Canetti tot de volgende les moest onthouden. Lukte hem dat niet, dan gaf zijn moeder te kennen hem maar een domme idioot te vinden. Voor Canetti was Duits niet alleen alsnog zijn moedertaal, het was ook de taal van het Exil. In die zin valt de paradox te verstaan die Canetti na de oorlog onder woorden bracht: Die Sprache meines Geistes wird die deutsche bleiben, und zwar weil ich Jude bin.

Uit De behouden tong weten we dat Canetti tijdens de sederavond het Ma-nisjtana heeft mogen zeggen en ook Poerim heeft gevierd. Canetti moet dus in zijn jeugd van de Joodse tradities het nodige hebben opgestoken, maar zo heel ver zal dat toch niet zijn gegaan. In Manchester zette zijn moeder hem varkensvlees voor om het taboe te doorbreken. In Wenen bezocht Canetti toch weer enige tijd Talmoed Tora. Hij logeerde dan in het weekend bij zijn nog traditionele grootvader Canetti. Zijn moeder vindt dit onderwijs echter nog steeds van weinig belang. Volgens haar komt het alleen aan op het Kaddiesj zeggen voor zijn overleden vader en mogelijk ook Jom Kipoer.

Maar aan het Jood-zijn kon men zich niet onttrekken. De Anschluss van 13 maart 1938 maakte het voor Joden vrijwel onmogelijk langer in Oostenrijk te blijven. Zo werden de Joden vanaf zomer 1938 systematisch uit hun huizen verdreven. Dat lot trof ook Elias en Veza Canetti, die in 1934 waren getrouwd. Maanden, schrijft Hanuschek, hebben zij moeten wachten op het uitreisvisum dat uiteindelijk op 19 november 1938 is afgegeven.

De oorlogsjaren heeft Canetti in Engeland doorgebracht. Hij heeft die jaren niet gepubliceerd. Dat heeft te maken met zijn toen begonnen studie Massa en Macht maar hangt mogelijk ook samen met een gevoel van schuld tegenover degenen die het tijdens de Sjoa zoveel moeilijker hebben gehad dan hijzelf in het betrekkelijk veilige Engeland. In zijn boek over die tijd, Party tijdens de blitz, laat Canetti de oorlog op de achtergrond. Maar al gaat Massa en Macht niet rechtstreeks over de Sjoa, Canetti kon, toen hij dit boek af had, terecht schrijven: Jetz sage ich mir, dass es mir gelungen ist, dieses Jahrhundert an den Gurgel zu packen.

De schroom om zich over de Sjoa te uiten loopt parallel met, wat Canetti heeft genoemd, zijn grootste uitdaging, de steeds terugkerende verleiding om volledig Jood te willen zijn. De eerste Aufzeichnung uit 1944 luidt: Die grösste geistige Versuchung in meinem Leben, die einzige, gegen die ich sehr schwer anzukämpfen habe, ist die: ganz Jude zu sein. Het is vooral zijn visie op, kort samengevat, het algemeen menselijke, die Canetti in laatste instantie weerhoudt geheel en onvoorwaardelijk Jood te zijn. Es gibt eine Klagemauer der Menschheit, und an dieser stehe ich. Aan religie heeft Canetti steeds opnieuw aandacht besteed. Maar hij kon niet toetreden tot de Joodse geloofsgemeenschap, die hij vereerde maar waarvan hij zich in zijn leven heeft losgemaakt en willen losmaken.

In 1954 maakt Canetti een reis naar Marokko, waarover hij in De stemmen van Marrakesch verslag heeft gedaan. Centraal in het boek staat zijn bezoek aan de Joodse wijk van Marrakesch. Canetti beschrijft hoe hij, alleen en beschroomd, de Joodse wijk inloopt. In het midden van de wijk aangekomen heeft hij het gevoel het doel van zijn reis te hebben bereikt. Ik wilde hier niet meer weg, honderden jaren geleden was ik hier al geweest, maar ik was het vergeten en nu kwam alles terug. Ik vond er de dichtheid en de warmte van het leven die ik in mezelf voel. Ik was dat plein toen ik daar stond. Ik geloof dat ik dat plein nog steeds ben.

Als Canetti de volgende dag weer de Joodse wijk inloopt, komt het tot verschillende ontmoetingen, onder andere met Eli Dahan. Aan Canetti wordt gevraagd of hij een Jood is en hij antwoordt begeistert dat dit het geval is. En dan treft Canetti de vader van Eli Dahan, net als zijn eigen grootvader een patriarch van de oude stempel. In de beschrijving van die ontmoeting laat Canetti zijn diepe verbondenheid met het jodendom zien en tegelijk zijn schroom. Als hij wordt uitgenodigd het Poerimfeest mee te vieren, laat hij het afweten omdat dan, zo schrijft Canetti, zou blijken hoe weinig hij weet van de Joodse gebruiken en gebeden.

De laatste stap, volledig Jood te zijn, zet Canetti niet. Verbondenheid en toch afstand houden. Deze ambivalentie komen we op meer plaatsen in het werk van Canetti tegen. In 1993 schrijft hij: Ik geloof dat het de eigenlijke roeping van de Joden is hun betekenis, hun afkomst te erkennen, die nooit te verloochenen, maar wel het geloof te wantrouwen dat hen tot op heden onder pijnen heeft bewaard. Met deze woorden heeft Canetti een jaar voor zijn dood zijn latrelatie met het jodendom nogmaals samengevat.

Sven Hanuschek, Elias Canetti, De biografie, Arbeiderspers, 2008.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon