Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 26 november 2010
reageer op deze column
Delen |

Franz Kafka en Jizchak Löwy

Op 13 oktober 1911 zag Kafka in Café Savoy de voorstelling van Shulamit, het Jiddisje toneelstuk van Goldfaden dat werd opgevoerd door een kleine theatergroep uit Lemberg, met als toneelspelers Jizchak Löwy en Mania Tschissik. De ontmoeting met Jizchak Löwy zou één van de bekendste ontmoetingen uit de literatuur worden. Ieder die contact krijgt met een groot man wandelt met hem de onsterfelijkheid in, schreef Isaac Bashevis Singer in zijn vertelling Een vriend van Kafka. Over de ontmoeting tussen Kafka en Löwy is in 2007 een aardig en ook interessant boekje verschenen van de hand van Guido Massino: Kafka, Löwy und das Jiddische Theater. Het geeft informatie over hoe het Jizchak Löwy en Mania Tschissik na 1911 als Jacques Levi en Milly Chissick is vergaan. Deze week Jizchak Löwy.

In de tijd van Kafka waren er in Praag veel Kaffeehäuser. Het waren wat wij tegenwoordig grand cafés noemen. Heel mooi is bijvoorbeeld het Kaffeehaus in het Repräsentationshaus, waar Kafka in zijn studententijd vaak moet zijn geweest. In zo’n prachtige ruimte had ook ik graag in goed gezelschap iets gedronken. Later kon men Kafka tegenkomen in het bekende Café Arco waar ook Max Brod, Franz Werfel en Egon Erwin Kisch te gast waren. Kafka en Milena Jesenska hebben elkaar hier voor de eerste keer ontmoet.

Men kon in deze grand cafés rustig zitten lezen. Kranten lagen er in overvloed. De grand cafés dienden verder als ontmoetingsplek om met elkaar te praten en om naar voordrachten te luisteren. Zo las Kafka zijn verhaal Das Urteil in het Kaffeehaus van Hotel Erzherzog Stephan, tegenwoordig Hotel Evropa, aan de Wenzelsplatz. Ook romantische ontmoetingen speelden zich in deze grand cafés af. Het Kaffeehaus in hotel Paris had daartoe chambres séparées waar men zich onbespied kon wanen.

Café Savoy echter, waar op 13 oktober 1911 Shulamit van Goldfaden is opgevoerd, had niet de grandeur van dergelijke Kaffeehäuser. Café Savoy was maar een betrekkelijk klein en enigszins verlopen lokaal aan de in het voormalige getto gelegen Stockhausgasse. In een hoek was een vrij primitieve verhoging aangebracht waar toneel kon worden gespeeld. Tussen de gedekte tafels, herinnert Löwy zich later.

Het toneelgezelschap uit Lemberg was ook geen eersterangs theatergroep en de uitvoeringen trokken weinig publiek. De stukken werden gespeeld in het Jiddisj en op dat jargon keken de Joden in Praag neer. De Joden in Praag hadden hun moeizame leven in de kleine provincieplaatsen nog maar nauwelijks achter zich gelaten en zij voelden zich verheven boven wat in hun ogen een achterlijke cultuur en taal was. Voor Kafka echter boden de voorstellingen een blik op een authentiek en levend jodendom dat hij niet meer kende. De ontmoeting met de Jiddisje theatergroep, schrijft Massino, betekende voor Kafka de bewustwording van de eigen Joodse identiteit en het begin van de zoektocht naar wat die identiteit voor zijn schrijverschap betekende. In een op 18 februari 1912 gehouden inleiding bij een solo-optreden van Löwy heeft Kafka daarover op zijn eigen typische manier gezegd:

Heeft het Jiddisj u eenmaal in zijn greep – en Jiddisj is alles: de woorden, de chassidische melodie en het wezen van deze Oost-Europese Joodse acteurs zelf – dan zult u uw vroegere zelfgenoegzaamheid niet meer herkennen. Op dat moment zult u de ware eenheid van het Jiddisj zo sterk voelen dat u bang zult worden – niet meer voor het Jiddisj maar voor uzelf.

Het ging Kafka dus om inzicht in de eigen identiteit en niet om nostalgie al had hij een warme en diepe belangstelling voor de verhalen van Jizchak Löwy, zijn ‘Russische vriend’ uit Das Urteil, die hem tijdens vele wandelingen door Praag vertelde over het leven in een chassidische jesjiewe en over de moeite die het kost om zich daaraan te onttrekken.

De Lemberger theatergroep speelde onder andere Shulamit en Bar Kokhba van Goldfaden maar ook Der Meshumed van Scharkanski en Der vilder Mensh van Gordin. Kafka heeft in zijn dagboeken over al die toneelstukken uitvoerig bericht. Hij zag zeker elf toneelstukken en sommige stukken meer dan één keer.

De vraag is of de toeschouwers in Praag het Jiddisj wel konden verstaan. Kafka heeft daarover in zijn hiervoor al geciteerde inleiding gezegd dat men meer jargon verstaat dan men zou denken. Massino schrijft in zijn boek dat de toneelspelers niet alleen het Jiddisj maar ook het daytshmerish in hun voorstellingen gebruikten. Het daytshmerish was een verduitst Jiddisj en moet in de oren van de Duitstalige inwoners van Praag meer welluidend hebben geklonken. Later zou het als een deformering worden beschouwd.

Kafka genoot van de uitvoeringen maar het ontging hem natuurlijk niet dat de literaire kwaliteit van de meeste toneelstukken niet erg hoog lag. De stukken waren van een, zo is wel gezegd, ‘warmbloedige platvloersheid en sentimentaliteit’. De leden van de Lemberger theatergroep speelden de stukken niet ingetogen maar met een overmaat aan gezichtsexpressie en weidse toneelgebaren. Kafka beschrijft hoe Löwy bij het toneelspelen die Haut der Stirn und der Nasenwurzel (verkrampt), wie man nur Hände verkrampfen zu können glaubt.

In zijn biografie over Kafka uit 1937 meldt Max Brod dat hij niet weet wat uit Löwy geworden is en of hij nog wel leeft. Latere biografen hebben Löwy wel teruggevonden en Massino heeft dat verder uitgediept. Jizchak Löwy of Lewi is waarschijnlijk in 1882 geboren en wel in een chassidische familie in Praag. Niet het Praag van Kafka maar een voorstadje van Warschau met dezelfde naam. Hij kreeg de naam Jizchak-Meyr naar de stamvader van de chassidische dynastie van Ger, Jizchak-Meyr Rothenburg. Löwy heeft een streng-orthodoxe opvoeding genoten maar deze banden knelden hem te zeer. Al in 1904 vinden we Löwy in Parijs en daar begint ook zijn loopbaan als toneelspeler die hem naar vele plaatsen in Europa voerde. Enkele jaren na zijn optreden in Praag is Löwy naar Warschau teruggekeerd, waar hij zijn verdere leven is gebleven. Isaac Bashevis Singer heeft van een ontmoeting met Löwy in Warschau verhaald in zijn vertelling De vriend van Kafka. In die vertelling treedt Jizchak Löwy op onder het pseudoniem Jacqes Kohn. In werkelijkheid noemde Jizchak Löwy zich toen echter al Jacques Levi.

Massino heeft niet alleen het spoor van Löwy gevolgd, hij heeft ook een aantal artikelen gevonden die Löwy in de jaren voor de sjoa in Warschau heeft geschreven. Eén van die artikelen van Löwy gaat over de vele namen die hij heeft gedragen. Van Jizchak, Jizele, Jitzakl, Meyrle, Jitze-Meyr, Max, Izak is het Jacques Levi geworden ..., schrijft hij. Löwy had een onrustige en labiele persoonlijkheid en tussen orthodoxie en verlichting heeft hij uiteindelijk niet kunnen kiezen. Hij is als het ware halverwege blijven steken. De rol van Der vilder Mensh was hem op het lijf geschreven. Dat gold ook voor de monoloog Ver bin ikh? van Isaak Leib Perez, die tot de glansrol van Löwy is geworden. Löwy speelde zichzelf. Ver bin ikh of Der meshugener Batlen gaat over de batlen of batloniem, nietsnutten, dromers, schnorrers, personen kortom die niet erg geschikt zijn voor het praktische leven.

In 1939, Warschau is dan al bezet, schrijft Löwy een artikel over zijn contacten met een aantal schrijvers in Praag, onder wie Kafka, die hij een vertraümte Dichter noemt met wie hij zich zeer verbonden heeft gevoeld. En hij vraagt zich af: Was würde der tief fühlende Dichter Franz Kafka zu den heutigen Geschehnissen sagen? Wie würde sein edles, empfindliches Herz auf die Besetzung reagieren?

Löwy heeft het getto van Warschau niet overleefd. Hij is gepakt en in Treblinka vermoord, met zijn ouders, een broer en vier zusters. Toen hij werd gepakt, moet Löwy staande op een wagon hebben geroepen: Ikh bin Jacques Levi. Massino voegt daaraan toe met een verwijzing naar een uitspraak van Löwy zelf: Dieser Name war nunmehr unbrauchbar geworden. Übrig blieb nur jener geheime Name, der vor dem Todesengel ausgesprochen werden musste: Jizchak-Meyr.

De komende weken zullen we ons weer bezighouden met Kafka. Als eerste een enigszins aangepast gedeelte van een artikel dat al eerder is verschenen (na Kol Mokum ook in het Kafka-katern, kwartaalblad van de Nederlandse Franz Kafka-Kring, 2010 nummer 2). Het andere gedeelte van het artikel, dat over Mania Tschissik gaat, volgende week.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon