Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 4 december 2009
reageer op deze column
Delen |

Lezen over Auschwitz

De vraag of je dichter bij Auschwitz komt, zo dat al mogelijk is, door er naar toe te gaan of door er over te lezen, valt niet te beantwoorden. Want wat je over Auschwitz hebt gelezen, bepaalt mede je kijk op Auschwitz. En misschien is het concentratiekamp ook alleen maar als literaire verbeelding voorstelbaar, niet als werkelijkheid, schreef Imre Kertész. De literatuur over Auschwitz had een bijkomend effect en dat had ik eigenlijk ook wel kunnen verwachten. Het beschermde tegen plotselinge emoties. Dat gold zeker bij het bezoek aan Auschwitz-I. Maar de bescherming viel vrijwel weg toen we op die Rampe in Auschwitz-Birkenau liepen. En dat kwam eveneens door wat ik had gelezen.

Bij het aanvaarden van de Nobelprijs voor literatuur zei Kertész dat hij de eigen herinnering aan Auschwitz getoetst had aan enkele ‘authentieke’ bronnen en hij noemde toen Tadeusz Borowski’s zuivere, zelfkwellend wrede verhalen. Stenen wereld, de verhalenbundel van Tadeusz Borowski uit 1948, door Kertész in een paar rake woorden getypeerd, was één van de twee boeken die ik vorige maand had meegenomen op onze reis naar Krakau en Auschwitz. Borowski, geboren in 1922, was een niet-Joodse Poolse gevangene die als Vorarbeiter Auschwitz kon overleven. In Stenen wereld laat Borowski onverbloemd en ook voor zichzelf pijnlijk nauwgezet zien hoe men daardoor onvermijdelijk terecht komt in het schemergebied tussen slachtoffer en beul. Wie dat vreselijke dilemma tot zich wil laten doordringen, nogmaals: zo dat al mogelijk is, moet Borowski lezen. Waar het mij in deze column om gaat, is het verhaal Hierheen naar de gaskamer, dames en heren. Borowski beschrijft in dat verhaal wat er gebeurt op het kleine stationnetje van Auschwitz na de aankomst van een trein met Joden uit Bedzin-Sosnowiec. Borowski was toen werkzaam in wat Canada werd genoemd en hij heeft als gevangene de van de Joden afgenomen bezittingen verzameld. Het valt niet mee om dat te lezen. Toch een fragment.

Borowski komt te staan tegenover een met het transport meegekomen mooi meisje met een verstandige, rijpe uitdrukking in de ogen. Op haar vraag waar ze haar heen brengen, antwoordt hij niet. Ze kijkt hem recht in het gezicht en wacht. Borowski weet: Daar is de gaskamer: een gemeenschappelijke dood, afgrijselijk en weerzinwekkend. Daar is het kamp (...) het onmenselijke werk en diezelfde gaskamer, alleen een nog afschuwelijker dood, nog weerzinwekkender, nog vreselijker.
‘Luister, zeg het me.’
Ik zwijg. Zij klemt haar lippen op elkaar.
‘Ik weet het al,’ zegt zij met een zweem van fiere verachting in haar stem (...) moedig loopt zij in de richting van de auto´s.

Naast Stenen wereld van Tadeusz Borowski had ik Schuld en boete voorbij van Jean Améry meegenomen. De essaybundel dateert uit 1966. Ook hier is Kertész, die dit jaar de Jean Améry-Preis für Essayistik kreeg, een verbindende schakel. In eerdere columns heb ik de woorden Jood op bevel van Kertész aangehaald. Aan die woorden dacht ik weer toen ik Auschwitz bezocht en kort daarvoor Améry had herlezen. Jean Améry heette eigenlijk Hans Mayer (waarvan Améry een anagram is). Als Hans Mayer is Améry in 1912 in Wenen geboren. Hij is in 1938 Oostenrijk ontvlucht en naar België uitgeweken. In 1943 is hij opgepakt. In januari 1944 is hij op transport gesteld naar Auschwitz en tewerkgesteld in Auschwitz-Monowitz. Dat heeft hij overleefd. Irene Heidelberger-Leonard heeft in 2004 een biografie van Améry geschreven met de titel Revolte in der Resignation. Améry was de zoon van een Joodse vader en een halfjoodse moeder met een katholieke achtergrond. Erg duidelijk is Heidelberger hierover helaas niet. Zeker is dat Améry door zijn moeder, zijn vader was in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld, meer christelijk dan Joods is opgevoed. Wel de kerstmis, niet de synagoge, schrijft Améry zelf. Toch, lees ik bij Heidelberger, was Améry in Wenen enige tijd lid van de Joodse gemeente.

De essays van Améry zijn geschreven in de vorm van een dialoog met zichzelf. Centraal staan het kwijtraken van zijn Joodse waardigheid en de zoektocht om die terug te vinden. Améry schrijft vanuit het perspectief van het slachtoffer en heeft in zijn essays de betekenis daarvan van verschillende kanten proberen te benaderen. Louter en alleen omdat hij een Jood is, is hij vervolgd. Maar, is één van de stellingen van Améry, de vervolging heeft hem ook tot Jood gemaakt. In De noodzaak en onmogelijkheid Jood te zijn, het laatste essay uit Schuld en boete voorbij, concludeert Améry dat als ‘Jood-zijn’ het bezit van een bepaalde cultuur, een religieuze verbondenheid impliceert, dan was ik er geen en zal ik er nooit één kunnen zijn. Het begon pas toen ik in 1935 in een Weens café over een krant gebogen zat om de net uitgevaardigde wetten van Neurenberg te bestuderen. Ik hoefde ze maar oppervlakkig door te nemen om te beseffen dat ze op mij van toepassing waren. De samenleving had me bij monde van de nationaal-socialistische Duitse staat (...) klaar en duidelijk tot Jood gemaakt.

Améry zei het ook als volgt. Op mijn linkerarm draag ik het nummer van Auschwitz. Als ik zeg dat ik Jood ben, dan bedoel ik daarmee de werkelijkheden en mogelijkheden die in dat Auschwitz-nummer samengevat zijn.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon