Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 8 april 2011
6 reacties
reageer op deze column
Delen |

Jiri Weil, getuige

De Pinkassynagoge in Praag is tegenwoordig geen synagoge meer maar een gedenkplaats, onderdeel van het Joodse museum. Ook daar een wand met de namen van de 77.297 Joden uit Bohemen en Moravië die door de nationaalsocialisten zijn vermoord. Om hen blijvend te herinneren.

Een gedeelte van de namenwand staat achterop de Duitse uitgave van de Elegie für 77.297 Opfer: Jüdische Schicksale in Tschechien 1939-1943. Deze klaagzang is van de hand van de Tsjechische schrijver Jiri Weil (1900-1959). Daarin heeft Weil krantenberichten, eigen teksten en aanhalingen uit de Psalmen bij elkaar gezet. Een voorbeeld:

De Elegie van Jiri Weil kwam ik op het spoor omdat Laurent Binet in zijn vorige week besproken roman HhhH opmerkt dat hij een geniaal boek heeft gelezen dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de aanslag op Heydrich. Het is een roman geschreven door een Tsjech, Jiri Weil, met als titel Mendelssohn op het dak. Die roman is in 1960 postuum gepubliceerd en er is, voor zover ik kon nagaan, geen Nederlandse vertaling. Ik moet dus citeren uit de Duitse vertaling van 1992. Het begin is enigszins hilarisch, een hoogtepunt, schrijft Binet, van het komische dat eigen is aan de Tsjechische literatuur ... met als schutspatroon Jaroslav Hasek, de onsterfelijke auteur van de avonturen van de brave soldaat Svejk.

Ik haal eerst Binet aan:

De roman ontleent zijn titel aan het eerste hoofdstuk ... waarin Tsjechische arbeiders op het dak van de Praagse Opera een standbeeld van de componist Mendelssohn staan los te schroeven, omdat hij Joods is. Heydrich, dol op klassieke muziek en onlangs benoemd tot protector van Bohemen en Moravië, heeft daartoe bevel gegeven. Maar er staat een hele rij standbeelden en Heydrich heeft niet nader aangeduid welke daarvan Mendelssohn was. Afgezien van Heydrich lijkt niemand, zelfs geen van de Duitsers, hem te kunnen herkennen. Maar niemand durft Heydrich voor zoiets te storen. De Duitse SS'er die de supervisie heeft, besluit de Tsjechen dan maar het standbeeld met de grootste neus aan te wijzen, want ze zoeken nu eenmaal een Jood. Rampspoed: het is Wagner die ze beginnen los te schroeven!

Wat in de tekst van Binet de Praagse Opera wordt genoemd, is het prachtige negentiende-eeuwse Rudolfinum, ontworpen als galerie en concertzaal en daarna het gebouw waar de volksvertegenwoordiging bij elkaar kwam. Heydrich maakte het Rudolfinum tot een Haus der Deutschen Kunst en er werden weer concerten gegeven. Het zal wel een te boude veronderstelling zijn dat Max Opperman daar, in ‘t hol van de leeuw, voor het laatst de vierde symfonie van Beethoven kan hebben gehoord.

Het standbeeld van Wagner wankelde maar bleef nog net staan. De vergissing werd op het laatste moment bemerkt. De SS moet dan te weten zien te komen welk standbeeld van Mendelssohn is. Aan Heydrich zelf durfde men het niet te vragen.


Rudolfinum

Wat daarna stap voor stap in de roman van Jiri Weil wordt beschreven, is zo grappig niet meer. De SS gaat op zoek naar een Jood om te vragen welk standbeeld Mendelssohn voorstelt. Laten we twee van hen in dit drama volgen. Richard Reisinger en Dr. Rabinowitsch. En laat ik ook nog twee ondergedoken Joodse meisjes noemen, Adela en Greta Roubicek. Nee, wat volgt is zo grappig niet meer.

Eerst gaat men naar de Joodse gemeente en daar treft men Richard Reisinger die op dat moment dienst heeft in de portiersloge. Een van de SS'ers blaft hem toe: Ich brauche einen gelehrten Juden. Reisinger weet niet wat de SS'er onder een geleerde Jood verstaat en stamelt: Im jüdischen Rathaus sind gelehrte Juden. Reisinger moet zijn portiersloge uit om de SS daar naartoe te brengen. Dort sassen die Leute, die für die Ausführung aller von den deutschen Behörden erteilten Befehle verantwortlich waren. De Joodse Raad. Reisinger, die zijn portiersloge heeft moeten verlaten, wordt ontslagen. De roman volgt wat hem overkomt en uiteindelijk ontmoeten we hem weer in Theresienstadt. Daar ziet Reisinger de kinderen die tekeningen maken. Die Kinder zeichneten alles, was sie sahen, sie malten auch Schafe, die Holzböcken glichen. Doch mit den Augen gaben sie grosse Mühe, sie waren gross und traurig. Reisinger is ook samen met andere Joden aanwezig als de SS in Theresienstadt tien gevangenen ophangt. Mit den anderen sah Richard Reisinger die Hinrichtung. Mit den anderen erbleichte er und wurde vom Entsetzen gewürgt. Genoeg.

Dr. Rabinowitsch is de Joodse geleerde die door de SS’ers wordt meegenomen om het standbeeld van Mendelssohn aan te wijzen. Eerst denkt hij dat het om Moses Mendelssohn gaat, Schöpfer der Reform, von ihm war das ganze Unheil ausgegangen, mit der Aufklärung hatte er die Juden auf die Irrwege geleitet. Ter plaatse blijkt het echter om één van de nazaten te gaan. Die nazaten, één van hen had een dubbele naam en was componist, hadden Rabinowitsch nooit geïnteresseerd. Ze hadden zich laten dopen en waren met niet-Joodse vrouwen getrouwd. Het standbeeld van de componist Mendelssohn kan hij dus niet aanwijzen. Verzeihen Sie bitte, ich kann die Statue nicht identifizieren, denn der Komponist, den Sie suchen, war kein Jude. Toch komt Rabinowitsch er nog goed vanaf omdat hij door Heydrich is aangesteld om een nieuw museum op te zetten. Op bevel van Heydrich worden in dat museum alle voorwerpen verzameld uit de intussen gesloten synagogen. Das Museum sollte ein Denkmal des Sieges sein, denn ausgestellt wurden hier Gegenstände eines zur Ausrottung verurteilten Volkes, von dem nichts als diese toten Dinge übrigbleiben würden. Rabinowitsch, een gelovig man die zich aan alle Joodse gebruiken placht te houden, moet als door de SS aangestelde verzamelaar handelingen verrichten die met de Joodse gebruiken in strijd zijn. Hij voelt zich intens schuldig maar hij doet het toch om in leven te blijven. Aan het eind van de roman gaan ook Rabinowitsch en de leden van de Joodse Raad op transport. Als laatsten.

En dan de onderduikkinderen Adela en Greta Roubicek. Ze worden alsnog gepakt en doodgeslagen omdat ze weigeren de namen te noemen van degenen bij wie zij konden onderduiken.


Jiri Weil

Jiri Weil is 6 augustus 1900 geboren in Praskolesy, een dorp buiten Praag. In een orthodox gezin. Jiri Weil is een getuige. Zijn boeken zijn onderdeel van het Joodse geheugen. Het verwijderen van het standbeeld van Mendelssohn heeft echt plaatsgehad. Tijdens de jaren van bezetting verbleef Weil in Praag en na de oorlog was hij verbonden aan het Joods Museum. Dit museum bezit nog steeds de voorwerpen die op bevel van Heydrich werden verzameld. En het was Weil die in zijn museum de kindertekeningen uit Theresienstadt voor het eerst heeft getoond.

Hoe heeft Jiri Weil de sjoa overleefd? Toen hij in november 1942 een oproep kreeg om zich voor transport te melden, heeft hij zelfmoord gefingeerd. Hòe heb ik niet kunnen achterhalen. Hij is daarna op verschillende plaatsen ondergedoken. Die ervaringen heeft Weil neergelegd in de roman De ster van Josef Roubicek uit 1949. De Nederlandse vertaling verscheen in 1989 bij Van Gennep met een nawoord van Philip Roth. Roth noemt dit boek zonder enige twijfel de meest indrukwekkende roman over het lot van de Joden tijdens de nazibezetting. Over Jiri Weil ben ik nog niet uitgeschreven.

Reacties

Casper Beekman

vrijdag 4 november 2011
Geachte heer Frijda, Bij mijn zoektocht naar informatie over Jiri Weil kwam ik de columns van u tegen over Weil. Ik werk bij Uitgeverij Cossee in Amsterdam en wij zijn bezig met een Nederlandse uitgave van het boek van Weil. Mendelssohn op het dak gaat in april bij ons verschijnen. Met vriendelijke groet, Casper Beekman

Leo Frijda

zaterdag 5 november 2011
Dank voor uw mededeling. Ik juig het natuurlijk zeer toe dat er nu een Nederlansde vertaling komt van Mendelssohn op het dak.

Kees Mercks

vrijdag 6 januari 2012
Van Gennep geeft mijn oude vertaling van Weils eerdere roman opnieuw uit, in herziene vorm en onder de titel: Het leven met de ster. (Die was op verzoek van de toenmalige redacteur: De ster van Josef Roubicek.) Wat Binet al niet heeft losgemaakt...

Leo Frijda

woensdag 11 januari 2012
Zo gaat dat gelukkig! U plaatst de reactie onder deze column maar over het door u vertaalde boek is meer te vinden in de column die hierna is verschenen: Jiri Weil houdt van katten.

Gust Poortmans

woensdag 14 maart 2012
Ik was al lang op zoek naar dit boek van Weil, maar wist niet dat er geen nederlandse vertaling van bestond. Ik ben het boek nu aan het lezen en ben onder de indruk. De katten en Praag waren in "De ster van Josef Roubicek" prominent aanwezig. Zijn boeken gaan over verschrikkelijke gebeurtenissen en toch is er een zekere lichtheid in zijn stijl. Het nederlands van Kees Mercks is zoals steeds (zie ook Hrabal) prachtig. Binet schreef een goed boek, maar het werk van Weil spreekt me nog meer aan.Maar alleszins veel dank aan Binet die Weil weer onder de aandacht bracht.

Ruud Schulten

donderdag 29 maart 2012
Dank voor uw informatieve en grondige bespreking. Boekenman Emile Brouwer uit Naarden maakte mij een aantal jaren geleden al attent op De ster van Josef Roubicek, in de meesterlijke vertaling van Mercks, toen daarna in de ramsj kwam kocht ik alle exemplaren die op dat monent in het Slegte-filiaal Amersfoort voorradig waren (niet om door te verkopen maar om aan vrienden te geven ..) Goed om te horen er nu ook een Nederlandse vertaling van Mendelssohn op het dak is ... Via uw eerdere column kwam ik op het spoor van Laurent Binet, inderdaad een heel indrukwekkende romanbiografie ..

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon