Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 23 oktober 2009
reageer op deze column
Delen |

Rahel Varnhagen

Op 12 april 1801 trouwt Rose Levin uit Berlijn met de Amsterdamse jurist Carolus Asser. Haar zuster Rahel Levin is bij het huwelijk niet aanwezig. Dat vindt haar familie minder gewenst. Rahel, dan 29 jaar oud, is onvoldoende salonfähig na haar stormachtige liefdesrelatie met Karl Graf von Finckenstein. Kort na het huwelijk gaat Rahel haar zuster Rose alsnog opzoeken. Zij zal met Carolus Asser een goede relatie opbouwen waarvoor haar levenswandel en latere doop geen beletsel vormen, ook al speelde Carolus Asser een belangrijke rol in Joods Nederland. Carolus Asser was in 1806 één van de afgevaardigden van de afgescheiden gemeente Adath Jessurun naar het Grand Sanhedrin van Napoleon en maakte zich sterk voor de emancipatie van de Joden in Nederland. Hij deed dat voor de Joden als groep. Ook Rahel Levin wilde zich cultureel en sociaal ontwikkelen, maar zij probeerde dat door te assimileren, door zich aan haar Joodse afkomst te onttrekken. Daarover gaat deze column.

Rahel Levin, rebelse dochter van een rijke Joodse bankier uit Berlijn, was een boeiende persoonlijkheid. Goethe bewonderde haar grote originaliteit. Ze was intelligent en scherp van tong en pen, met veel kennis van theater en literatuur. Als twintigjarige had ze al Rousseau, Lessing, Shakespeare, Dante en Montaigne gelezen. Ze is bekend geworden door haar salon waar kunstenaars, filosofen en diplomaten kwamen. Wat had ik een dergelijke salon graag eens meegemaakt. Ik zou daar de mooie Henriette Herz en ook Dorothea Veit, de dochter van Moses Mendelssohn, hebben ontmoet en later de jonge Heinrich Heine. Rahel was goed in het onderhouden van vriendschappen en een groot brievenschrijver. Al kort na haar dood verscheen Das Buch des Andenkens für ihre Freunde. De brievenboeken naar de originele handschriften die de laatste tijd één voor één door C.H. Beck worden uitgegeven, beslaan vele delen.

Rahel Levin was niet de enige jonge Joodse vrouw die in de jaren vóór 1806 salon hield. Het was in die tijd voor vrouwen vrijwel de enige mogelijkheid om deel te kunnen nemen aan het sociale en culturele leven. De vrouwen van de Berlijnse salons wilden zich bovendien ontworstelen aan de beperkingen die voor hen als vrouw en als Jodin golden. Het afstand willen nemen van haar Joodse achtergrond heeft Rahel in de briefwisseling met haar jeugdvriend David Veith meermalen verwoord, vaak ook in voor Joden weinig vleiende bewoordingen. Solche Leute wie wir, können nicht Juden sein. Door doop en huwelijk dacht men zich aan het jodendom te kunnen onttrekken. Opvallend voor deze Berlijnse salons rond 1800 is de rol die de Duitse adel daarin speelt. Ook Rahel wil via de adel hogerop komen: Ich bin eine Falschgeborene und sollte eine Hochgeborene sein. Over de contacten tussen deze Joodse vrouwen en de Duitse adel valt veel te lezen in het boek van Deborah Hertz, Die jüdischen Salons im alten Berlin. Daarin tevens interessante gegevens over het aantal Joden dat zich in die tijd liet dopen.

Op 27 september 1814 trouwt Rahel Levin met de veertien jaar jongere Karl August Varnhagen. Ook Rahel heeft zich enige dagen voor haar huwelijk laten dopen en ze heet voortaan Friederike Antonie Varnhagen von Ense. Voor vrienden bleef ze echter Rahel en onder de naam Rahel Varnhagen is ze bekend gebleven. Ze bleef zichzelf als Rahel zien: Der Zug R bleibt mein Wappen.

Er zijn genoeg boeken over het bewogen leven van Rahel Varnhagen voorhanden. Maar ook de biografie van Hannah Arendt, Rahel Varnhagen, Lebensgeschichte einer deutschen Jüdin aus der Romantik, is nog steeds het lezen waard. Hannah Arendt schreef haar boek over Rahel Varnhagen in twee gedeelten, de eerste hoofdstukken in het begin van de jaren dertig, de laatste twee hoofdstukken zomer 1938, toen zij zich al bewust was van de naderende ondergang van het Duitse Jodendom. Het kleurt de laatste hoofdstukken. Hannah Arendt nam het manuscript in 1941 mee naar Amerika. In 1958 is haar biografie van Rahel Varnhagen voor het eerst in druk verschenen.

Rahel Varnhagen heeft geprobeerd te assimileren maar, concludeert Hannah Arendt in het laatste hoofdstuk van haar boek, aus der Judentum kommt man nicht heraus. Hannah Arendt beschrijft hoe Rahel Varnhagen, die geborene Aussenseiterin, op latere leeftijd heeft ingezien dat al haar pogingen om te assimileren tot mislukken waren gedoemd. Angewachsen ist Rahel das Judentum wie dem Lahmen sein zu kurzes Bein. De vergelijking van Hannah Arendt is treffend. Rahel had het fysiek niet gemakkelijk, ze had reuma en haar gezondheid liet vaak te wensen over. Haar ene been was korter dan het andere. In 1819 was in Duitsland het Hep-Hep niet van de lucht. Rahel is hierover gränzenlos treurig en ze schrijft aan haar broer, sinds drie jaar zeg ik het: de Joden zullen aangevallen worden ... Dit is de Duitse moed om in opstand te komen ... het aanvallen van de Joden. Rahel komt tot het besef dat het haar niet is gelukt zich geheel en al van haar afkomst te bevrijden. Op 7 maart 1833 sterft ze en Varnhagen bericht dat zij op haar sterfbed moet hebben gezegd: Datgene wat ik mijn hele leven het allermeeste betreurd heb en wat het grote verdriet en het ongeluk van mijn leven was, dat ik als Joodse geboren ben, had ik nu voor geen goud willen missen.

Interessant is de analyse van Hannah Arendt dat assimileren tot mislukken is gedoemd omdat men dan tevens het antisemitisme moet overnemen en omarmen. Jodenhaat, concludeert Hannah Arendt in 1938, behoort tot de Europese geschiedenis. Wie volledig wil assimileren, conformeert zich ook aan het antisemitisme van zijn tijd. En vooral indien antisemitisme uitgaat van de negatieve eigenschappen van het Joodse ras, is dat een onoplosbare paradox. Tegen die paradox is Rahel Varnhagen opgelopen. Dat geldt later ook voor Walter Rathenau, die in zijn jeugdjaren assimilatie heeft aangeprezen en heeft opgemerkt dat dit betekent dat je alle eigenschappen van de eigen groep, de slechte maar ook de goede, achter je moet laten als de meerderheid zich aan die eigenschappen ergert. Tegenwoordig hebben we het over integratie en niet meer over assimilatie. Het kan echter geen kwaad ons te blijven afvragen of wij wel helemaal gebroken hebben met de opvatting dat allochtonen zich maar moeten aanpassen en daarom volledig afstand moeten nemen van alles wat ons niet aanstaat, ook als dat hun identiteit aantast. Want die opvatting, zo leert de geschiedenis, staat integratie in de weg.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon