Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 11 juni 2010
reageer op deze column
Delen |

Multatuli en W.A. Paap

Het was vorige maand 150 jaar geleden dat Max Havelaar verscheen en daarom is er dit jaar veel aandacht voor Multatuli. Naast een hertaling van Max Havelaar zijn er verschillende nieuwe boeken over Multatuli uitgekomen. Een mooie uitgave is Multatuli. Een zelfportret. Het leven van Eduard Douwes Dekker, door Multatuli verteld. Uit dat boek een citaat:

Zijn zwak voor joden heeft Multatuli zijn hele leven behouden. Dat bleek toen hij in Duitsland woonde en gesommeerd werd belasting te betalen aan de 'Evangelische Kirche'. Daarop vroeg Multatuli 'of de wet voorschreef dat men tot 'n gemeente behoren moest? "Zo ja, zei ik, dan kies ik onder protest, het katholicisme. Niet omdat de leer dier kerk in 't minst overeenstemt met m'n gevoelens, maar omdat ik verneem dat ze goedkoper is."' Aanvankelijk had Multatuli overwogen zich 'in geval van dwang' maar 'bij de joden' aan te melden, maar die bleken tot zijn schrik de meeste belasting van allemaal te betalen.

Voor wie wil weten hoe in de Nederlandse letterkunde van de 19e eeuw tegen de Joden werd aangekeken, is het nodige te vinden in een proefschrift van M.J.P.M. Weijtens, Nathan en Shylock in de Lage Landen. Weijtens komt tot een genuanceerd beeld. Vooral na 1850 begon men 'de Joden objectiever te observeren'. Multatuli's Woutertje Pieterse in de Jodenhoek is daarvan een mooi voorbeeld. Maar ook 'de ongunstige Joodse typen en ook het antisemitisme deden zich in de tweede helft der eeuw meer gelden dan vóór 1850'. Het gaat dan vooral om de Jood als rijke patser. Mozes Goudkater bijvoorbeeld uit het toneelstuk Het Poortje of De Duivel te Kruimelburg, een jeugdwerk van Frederik van Eeden. Mozes Goudkater is opzichtig gekleed met veel ringen en een grooten horlogeketting, pantalon, pieds d'éléfant, pommadehaar. Een bekend voorbeeld is ook de roman Jeanne Collette van W.A. Paap, dat in 1896 verscheen. Het voorwoord begint zo: Hij zit op zijn troon; hij ligt vadzig met het dikke lijf op zijn troon, de jodenbaron. Voorop het boek een onomwonden antisemitisch plaatje:

Jaap Meijer schreef in 1959 een biografie van W.A. Paap met de titel Het levensverhaal van een vergetene. Maar helemaal vergeten is W.A. Paap toch niet en dat komt door één roman, Vincent Haman, verschenen in 1898. Het is de enige roman van betekenis die Paap heeft geschreven en een nog steeds leesbare satire op het letterkundige leven in het Amsterdam van zijn tijd. Vincent Haman is opgedragen aan de nagedachtenis van Multatuli. Als jongeman was Paap bij Multatuli op bezoek geweest toen deze al in Duitsland woonde. Daarna hebben zij af en toe met elkaar gecorrespondeerd. Multatuli is voor Paap altijd het grote voorbeeld geweest. Paap vereerde Multatuli en wie zich tegen hem keerde kreeg ervan langs.

Toen Paap Jeanne Collette en Vincent Haman schreef, was Multatuli al overleden en woonde Paap in één huis, aan de Nassaukade in Amsterdam, met Mimi (Hamminck Schepel), de weduwe van Multatuli. Jaap Meijer beweert dat zij een relatie hadden maar dat staat allerminst vast. Zij hadden elkaar in ieder geval gevonden in hun bewondering voor Multatuli. Samen bezorgden Paap en Mimi de uitgave van de Brieven van Multatuli die van 1890 tot 1896 verscheen.

Jeanne Collette is net als Vincent Haman een sleutelroman. 'Als een lopend vuurtje ging het door Amsterdam: een antisemitisch boek verschenen over Wertheim', schrijft Jaap Meijer. Met de 'jodenbaron', in de roman de vader van Jeanne Collette, is ongetwijfeld A.C. Wertheim bedoeld. A.C. Wertheim was in Amsterdam een bekend bankier en filantroop. Het is natuurlijk de vraag waarom Paap een boek heeft geschreven met een zo negatief portret van Wertheim. Een rol kan hebben gespeeld dat Wertheim in 1870 was betrokken bij een commissie die voor Multatuli geld wilde inzamelen. Daartoe stond op 13 november 1870 een oproep in de Nieuwe Rotterdamsche Courant en die oproep was onder anderen ondertekend door Wertheim en de econoom H.P.G. Quack. Per ongeluk heeft Multatuli een tussen Wertheim en Quack gewisseld briefje in handen gekregen. In dat briefje schreef Wertheim aan Quack dat hij medelijden met Multatuli had en dat schoot Multatuli, het is niet onbegrijpelijk, in het verkeerde keelgat. Multatuli bespreekt de gang van zaken later in de Ideeën 1034 en 1035. Multatuli hekelt de commissie die van hem een voorstelling heeft als 'n bedelaar die gealimenteerd moest worden. Het briefje van Wertheim aan Quack is voor Multatuli het bewijs dat hij te doen had met vijanden. En vijanden van Multatuli, vond Paap, moesten aangevallen worden.

Jaap Meijer gebruikt in 1959 krasse bewoordingen over Jean Collette en zijn biografie is niet ten onrechte nogal subjectief genoemd. Paap zou volgens Meijer het boek geschreven hebben 'in dolle antisemieten-woede'. Antisemitisch is Jean Collette zeker, al heeft Paap dat proberen tegen te spreken door te wijzen op het verschil tussen het voorwoord en de verdere inhoud van zijn roman. Dat overtuigt echter niet. Aan het eind van de roman heeft Paap het immers opnieuw over de zwijnerij der eeuw, de jodenbaron-zwijnerij der eeuw.

Toen Paap Jeanne Collette schreef, was Multatuli al overleden. Multatuli zou vast niet positief over dat in alle opzichten beroerd boek hebben geoordeeld, ook al was Wertheim één van zijn vijanden en schreef ook Multatuli in zijn Wouter-geschiedenis over de Joden als aanbidders van het gouden kalf dat in effekten is. Belangrijker is dat Multatuli in Woutertje Pieterse een prachtige schildering van de Jodenhoek heeft gegeven, die terecht is opgenomen in verhalenbundels als Verhalen uit Joods Amsterdam en Ochenebbisj, Verhalen en geintjes over het Amsterdamse getto (1870-1925). Over Multatuli en de Joden volgende keer meer.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon