Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven, eerst in Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, waarvan hij redacteur was, en daarna ook voor de website van Crescas. Hij werkte mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een aantal van zijn columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los.
vrijdag 25 juni 2010
reageer op deze column
Delen |

Multatuli en de Joden

Multatuli had van jongs af aan een zwak voor de Joden. In Minnebrieven staat de geschiedenis van het petje van een Jodenjongen, sabbatstooi schrijft Multatuli. Het is zaterdagnamiddag. Multatuli: Wat al joden op zo'n dag! En wat ze vrolijk en kleurig gekleed zijn! Nog nu zie ik dat met zo veel genoegen. De joodse opschik op de sabbat heeft mij altijd meer aangetrokken dan die koude, dorre gereformeerdheid. En dan volgt het verhaal:

Een jodenjongetje wandelde voor mij uit, met zijn zusjes. Hij had een baretje op, met schotsruit rand, en scheen recht groots daarop. Het waaide sterk, en 't baretje woei af. Och, wat waren die kinderen bedroefd! Publiek roep: een pet in 't water! En vermaakte zich met de angst van 't jongetje. 't Was in die tijd voor Publiek een bonne fortune als iemand in nood zat. Hij begreep zeer goed dat het schotsruiten petje een sabbatstooi was, een familiestuk, een hoop van 't huisgezin, een palladium! 't Was niet: 'n pet, het was: de pet! Nu is er in 't ongeluk van onze beste vrienden altijd iets wat ons plezier doet. Ga dus eens na wat een vermaak het was voor Publiek iemand in nood te zien die geen beste vriend was niet alleen, maar bovendien een jongetje van 'n ander geloof.

Natuurlijk gaat Multatuli te water en geeft hij het jodenjongetje zijn sabbatstooi terug. Waarschijnlijk heeft een en ander zich in werkelijkheid ook zo afgespeeld al zal Multatuli het verhaal wel een beetje hebben aangedikt.

Ook voor Woutertje Pieterse heeft Multatuli zelf - mede - model gestaan. Zo heeft hij van 1835 tot 1838 als jongste bediende gewerkt voor een textielfirma die in Woutertje Pieterse terugkomt als Ouwetijd & Kopperlith. Het is voor die firma dat Woutertje Pieterse geld moet gaan innen in de Amsterdamse Jodenhoek, de wijk rond de Sint Anthoniesbreestraat.


Max Liebermann: Judengasse in Amsterdam
(collectie Joods Historisch Museum)

In de negentiende eeuw was de wijk rond de Sint Anthoniesbreestraat een krottenwijk waar vooral arme Joden woonden. In de Ideeën 1223 en volgende is de beschrijving van Multatuli te vinden. De hertaling van Woutertje Pieterse uit 2006, van de hand van Ivo de Wijs, is, hoe goed ook bedoeld, een te korte samenvatting van Multatuli's schildering van deze buurt. Hierna een klein gedeelte van de oorspronkelijke tekst want, zo hoop ik, dat smaakt naar meer.

Vermoeid van dienstijver stapte hij tussen de kraampjes en uitstallingen door, die de Sint Anthoniesbreestraat zo bijzonder sterk doen gelijken op 'n verstoord mierennest. 't Verschil ligt grotendeels slechts hierin dat men er zeer lang naar kijken moet om wijs te worden. Wouter had moeite z'n weg te vinden.
(...)
Men kon daar kopen - maar wie kocht er iets? – daar waren te bekomen: zure augurken, runderlappen, nieren en long, nuchter kalfsvlees en andere spijzen, gekookt en ongekookt, met of zonder de saus. Daar werden oude lappen en vodden gevent, en stukjes leder, en knoken, en gepensioneerde hoeden, en stroken vilt, en schilderijen zonder lijst, en lijsten zonder schilderij. En prenten, en boeken. En rugtitels zonder bladen, bladen zonder titel. En landkaarten, niet zonder jacht op symmetrie netjes in vieren of zessen geknipt, om en détail te worden aan de man gebracht voor 't mogelijk geval dat 'n heel land of werelddeel de begroting van de koper mocht te boven gaan.

Na deze beschrijving volgt, typerend voor de Ideeën, een beschouwing over de Joden en hun godsdienst. Multatuli merkt op dat de Joden in de meeste vakken van kennis en wetenschap eeuwen lang hebben uitgemunt wat nog thans het geval is. Waarom dan, vraagt Multatuli zich af, bestrijden hun rabbi's, hun theologen, hun geschiedvorsers, hun mannen van letteren, hun denkers, de christelijke godsdienst niet? Multatuli zoekt dus steun bij de Joden om het christendom te bestrijden.

Dat is toch wel opvallend voor iemand die het gedicht Het gebed van den onwetende heeft geschreven dat eindigt met de woorden O God, er is geen God! en die bovendien vaak fel fulmineerde tegen de theologie, die hysterische beschouwing van dingen die er niet zijn. Wie hierover meer wil weten, verwijs ik naar een boek uit 2008 waarin alle uitspraken van Multatuli over geloof en godsdienst zijn gebundeld. Religiekritiek ja, maar het gaat Multatuli toch vooral om het bestrijden van het in zijn tijd overheersende christendom. En dan kan hij kennelijk wel enige steun gebruiken, ook van gelovigen van een andere godsdienst.

Over het bestrijden van het christendom heeft Multatuli in 1881 zelfs contact opgenomen met rabbijn Tobias Tal van de NIHS. Wat was het geval? Een christelijk theoloog had zich het nodige gepermitteerd over de Talmoed en was door rabbijn Tal terechtgewezen. Multatuli biedt, hoewel hij uitdrukkelijk schrijft: ik ben een atheïst, rabbijn Tal zijn bondgenootschap aan om die onkunde, Multatuli noemt het zelfs bedrog, te bestrijden. Of Multatuli enige werkelijke, laat staan diepgaande kennis van het jodendom of van de Talmoed heeft gehad, durf ik niet te zeggen. Wel kende hij het werk van Spinoza die hij regelmatig noemt. Rabbijn Tal antwoordt buitengewoon hoffelijk: uw welgemeende belangstelling treft mij aangenaam in mijn strijd tegen onwaarheid. Fijntjes wijst rabbijn Tal erop dat kennis van de Talmoed langdurige studie vereist en dat zelfs Spinoza 'eigenlijk de Talmoed niet kende'. In een vervolgschrijven stelt Multatuli de vereerende relatie te hoogen prys. Verdere correspondentie is echter niet teruggevonden.

Tot slot nog een geschiedenis die enigszins lijkt op het verhaal van de sabbatstooi. Weer werpt de ridderlijke Multatuli zich op als beschermer van wie in de verdrukking zitten. Het verhaal komt voor in de Ideeën 187. Multatuli ziet Joodse weeskinderen wandelen met een suppoost. Ze hadden lange jassen aan en grote hoeden op, zodat ze er uitzagen als ouwe heren, door een omgekeerde toneelkijker gezien.

Een christelijke straatjongen schold die jodenweesjes uit: Herejesis, wat 'n hoedjevol! Zeg, jij, is dat 'n jurk van je grootvader?
Dit sneed me door de ziel. Zonder te denken aan welke tekst ook, sprak ik de suppoost aan. Ik had enige moeite hem te doen voelen dat ik geen kwaad in de zin had. Na enig terrein peilen kwam ik voor de dag met de vraag of ik die arme kinderen enig genoegen mocht verschaffen?
't Was me namelijk alsof ik mij aansprakelijk rekende voor de onbeschoftheid van de straatjongen, die blond was als ik, Germaan als ik, gedoopt als ik. Ik voelde solidariteit.
De suppoost antwoordde beleefd, vond m'n aanbod vriendelijk, maar ... weigerde geld aan te nemen, want het was sabbat.

Multatuli maakte zich altijd kwaad als hij met antisemitisme te maken kreeg. Dik van der Meulen, de biograaf van Multatuli, wees mij erop dat zijn weduwe later vertelde hoe zij rond 1870 eens met Multatuli op een bank zat voor een herberg in de buurt van Mainz en er getuige van was dat een Joods gezin onderdak werd geweigerd. Multatuli vernam wat de reden was en werd woedend om zoveel 'domme wreedheid', maar hij was te laat: het gezin was al verder getrokken naar een volgend dorp, waar het al evenmin welkom was.

Dik van der Meulen, Cees Fasseur en Hans van den Bergh, Multatuli. Een zelfportret. Het leven van Eduard Douwes Dekker, door Multatuli verteld. Bert Bakker, 2010.
August Hans den Boef en Kees Snoek, O God, er is geen God! Multatuli over geloof en godsdienst. Van Gennep, 2008.

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon