Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Van 1995 tot 1998 studeerde Esther Erwteman aan het Academisch Instituut voor Bijbel- en Talmoedstudies in Ein Hanatziv, Israël. Tijdens haar verblijf in Israël werkte ze als vrijwilliger in Kibbutz Lavie en leidde ze in de zomermaanden jongerengroepen rond. Terug in Nederland werkte ze als verpleegkundige en gaf ze Hebreeuwse les aan kinderen. Tegenwoordig is ze projectmanager bij een stichting die onderwijs verzorgt voor artsen en verpleegkundigen in ontwikkelingslanden. Ook in Joods Nederland is Esther actief. Zij maakt deel uit van het dagelijks bestuur van de NIHS (de orthodox-Joodse gemeente Amsterdam).
vrijdag 2 juli 2010
4 reacties
reageer op deze column
Delen |

Voorzichtig met cijfers

Waar rook is, is vaak vuur. Maar waar een simpel kampvuurtje wordt ontstoken, woedt nog geen bosbrand.

Zodra de medische stand besnijdenis wil ontmoedigen of misschien zelfs wil laten verbieden, lees je opeens allerlei wetenschappelijke publicaties over de gevolgen van besnijdenis. 1 Op de 5 mannen zou urologische problemen krijgen op latere leeftijd. Ik ken toevallig een paar besneden mannen en niemand van hen heeft last van deze gevolgen. Ik kom toevallig ook wel eens over de grens en werk met mensen die actief zijn in het globale gevecht tegen HIV en AIDS. Mannelijke besnijdenis is daar de nummer één risicoverlagende interventiemethode (mits goed en hygiënisch gedaan). Beide waarheden tellen op hun eigen manier.

Iemand zegt: "antisemitisme neemt toe", en opeens lees je overal dat antisemitisme toeneemt en mensen zich onveilig voelen. Ik ken toevallig een paar Semieten en die herkennen dit helemaal niet. Nu kan je meteen denken dat ik makkelijk en naïef kan praten vanuit mijn ivoren toren in Amsterdam Zuid, maar de meeste mensen die ik over deze problemen hoor, wonen niet in de Baarsjes, Sloterdijk of de Bijlmer. Sterker nog, ik denk dat de meeste mensen die zoveel last hebben van dit nieuwe antisemitisme zelden of nooit in die buurt komen. Dus is hun ervaring net zo reëel als de mijne.

Eenieder heeft recht op zijn en haar gevoelens en ideeën, maar als het niet meer is dan dat, moeten we oppassen te gaan schermen met cijfers die misschien heel anders te interpreteren zijn. Te snelle conclusies kunnen makkelijk leiden tot een vertekend beeld.

Dezelfde voorzichtigheid is geboden met woorden als "het zal zo'n vaart niet lopen". De geschiedenis is in deze niet aan mijn zijde, maar ik leef als duidelijk religieuze Jood in de Nederlandse maatschappij en het gaat me goed. Ik heb geen problemen met opkomend antisemitisme. Wat mij betreft heb ik meer last van mensen die cijfers naar hun hand zetten en om onduidelijke redenen rond willen tuimelen in de comfortabele Calimero-zone.

Zij is niet groot en wij zijn niet klein en nu over tot de orde van de dag.

vrijdag 7 mei 2010
8 reacties
reageer op deze column
Delen |

Persoonlijke emancipatie en religie

“Vrees ons niet, maar heb ons lief” was de kop boven een artikel dat ik tegenkwam in de Volkskrant van 12 april 2010. Een artikel over de meerduidigheid van hoofddoeken en hun dragers (klik hier als u het Volkskrant-artikel wilt lezen). Emancipatie, het streven naar gelijkheid, zelfstandigheid en eerlijker verhoudingen, het komt niet altijd in een sociaal of maatschappelijk wenselijke vorm. Misschien is dat ook niet nodig, want echte vrijheid is immers een persoonlijke beleving. De maatschappij faciliteert slechts.

Ik ben een moderne, geëmancipeerde en religieuze Joodse vrouw. Ik heb de seculiere samenleving niet nodig om voor mijn rechten op te komen. Van rechten die mij worden opgedrongen houd ik al helemaal niet. De meerderheidscultuur bepaalt in Nederland wat de norm is. Dat is tegenstrijdig met persoonlijke emancipatie. Het lijkt een opmerkelijk contrast dat ik in een seculiere omgeving dingen nooit zou accepteren die ik in mijn religieuze omgeving wel accepteer. In sjoel zit ik in een aparte damessectie. Op mijn werk zou ik een apart dameskantoor belachelijk vinden.

Ik streef mijn eigen norm na zoals ik dat gewend ben, zoals iedereen dat doet. We vinden het allemaal heel gewoon om op het strand een topless vrouw te zien, maar op kantoor verwachten wij wel dat ze wat meer aantrekt.

En nu wordt het moeilijk: op het strand hebben we er allemaal begrip voor dat niet iedereen bloot wil lopen. Niemand wordt daar verplicht zich uit te kleden. Je bepaalt zelf wat je wel of niet aantrekt, al kom je in een lange rok met een 60-denier zwarte panty. Want dat blijft altijd ieders eigen keuze. Maar ... waarom moeten die hoofddoekjes dan af? Waarom moet de maatschappij zich bemoeien met de klederdracht of het stemgedrag van sommige bevolkingsgroepen?

Als vrouw kun je kiezen voor het leven dat je wilt leiden. Je haar wel of niet bedekken, wel of geen passief stemrecht nastreven en wel of niet voorzanger willen worden in een synagoge. Het gaat om mijn leven, het is mijn keuze en daarmee mijn persoonlijke emancipatie.