
Ik weet niet of u de film Magnolia kent. In een van de scènes van deze bizarre en intrigerende film regent het opeens kikkers uit de lucht. Ik moest aan deze scène denken toen ik in de kanten las van grote aantallen dode vogels die opeens uit de lucht vallen. Eerst met 5000 vogels ergens in Arkansas, toen nog eens met 500 vogels elders in de VS, en toen ook nog op verscheidene plaatsen in Europa: Zweden, Roemenië. En dan ook nog eens zo’n 80-100.000 vissen die dood drijven in de Arkansas River. Is het einde der tijden nabij – en het is nog niet eens 2012!!! – of gewoon een andere natuurlijke oorzaak: vuurwerk, een tornado, of zijn ze door een Chemie ge-Packt?
Tjonge wat was het een droevig gezicht: de zogenaamd doortastende zero-tolerance doorpakkende niet-gedogende Opstelten die in Moerdijk achter dik glas polshoogte kwam nemen. Hier was sprake van een ramp, wist hij. Terwijl er toch echt niets aan de hand is? Ja, eenmalig een uitschieter van loodconcentraties die 1000x hoger zijn dan de maximale norm – dat is toch niets om je zorgen om te maken? Volgens hoogleraar chemie Jacob de Boer ‘echt zorgelijk’, maar volgens het RIVM ongevaarlijk. “Met de huidige kennis kan dat volgens De Boer nog niet worden geconcludeerd. Hij benadrukte dat het om eerste metingen gaat en dat meer onderzoek nodig is”, lees ik in de krant. Melk en groenten worden ondertussen onderzocht – gewoon uit voorzorg hóór ...
Nee, gedogen dat doen we niet meer. Ik citeer uit De Telegraaf van afgelopen woensdag:
En wat maken we ons weer druk om het gerook in één-of-andere bar ... Denk niet dat dit allemaal maar een klein incidentje is. Hieronder een greep uit wat meer ‘goeds’:
En u maar denken dat het grote gevaar van uitgeprocedeerde asielzoekers, wiettelers op een zolderkamertje, foutparkeerders, mensen die hun fiets meer dan twee weken laten staan, vuurwerk van de buurman en spijbelaars kwam ...
Overigens las ik in de Yediot Acharonot dat u en ik afgelopen dinsdag een belangrijke kans op financieel succes hebben laten lopen. Nee, dit is geen zoveelste beurszeepbel, optiehoax of andere riskante belegging. Volgens bepaalde mystieke boeken was het afgelopen dinsdag dé dag waarop je het stuk uit de Tora over het hemelse manna moest lezen – een stuk uit de Parasja van de Week ‘Basjalach’ (Ex. [Sjemot] 13:7-17:16) die aanstaande Sjabbat in sjoel gelezen wordt. Deze ‘verhandeling over het Manna’ is het stuk in Exodus/Sjemot uit hoofdstuk 16, de verzen 4 tot en met 36. Volgens sommigen moet je de tekst van de Tora 2x lezen, en dan 1x de tekst in de Aramese vertaling (Targoem) en een gebed voor je levensonderhoud uitspreken.
De idee is als volgt: het hemelse manna zorgde er 40 jaar lang voor dat de Israëlieten zonder zorgen om eten hun leven konden leiden. Het manna dus als symbool van het levensonderhoud van de mens die direct door God hierin wordt voorzien. Uiteraard ligt dat vooral in het verschiet van de echte gelovige die weet dat – zoals de ultra-orthodoxe krant Jeted Ne’eman dat schrijft: – “dat het fundament van het bestaan van het Joodse volk en vooral van hen die Tora leren, niet afhankelijk is van natuurlijke processen die aan een economische, aardse en rationele blik zijn verbonden ... want hij die de Tora intensief bestudeert - diens levensonderhoud wordt in voorzien ... dat is het Joodse rationalisme op zijn best – voor nu en voor de komende generaties!” Zo!
Helaas heeft u deze kans nu voorbij laten gaan, maar volgend jaar dus opletten bij de dinsdag vóór dat Basjalach wordt gelezen in de sjoel ... Of: volgens anderen zeg je deze passage elke dinsdag na het ochtendgebed, of zelfs volgens anderen elke dag! Geen reden tot bezorgdheid dus dat u deze speciale ultieme dinsdag van 11 januari gemist hebt om uw financiële toestand een ‘boost’ te geven. Andere dinsdagen of elke dag zijn ook prima!
Ondertussen ben ik weer langzaam geland in Nederland en denk weer terug aan Israël – nit in der golus und nit in der heim ... Naar Café Ta’amon bijvoorbeeld dat ik in Jeruzalem ontdekte (dat anderen natuurlijk allang kennen) en dat vooral in het verleden een ontmoetingsplaats was voor kunstenaars en intellectuelen, maar nog steeds apart is. Nog altijd wordt het door een bont gezelschap bezocht. Allereerst de vrome eigenaar die ondanks zijn hoge leeftijd nog elke dag langskomt, en zijn vrouw die nog steeds haar heimisje gerechten maakt. Zoals haar linzensoep of haar befaamde tsjolent – “Tsjolent, elke vrijdag” staat er inderdaad in het Jiddisj op een bordje aan de muur. “Je moet dan wel van te voren bestellen want vrijdagochtend is alles binnen een half uur weg”, vertelt de jongen achter de toonbank. Op andere deels zelfgemaakte wandversiersels zijn spreuken uit de Joodse traditie te lezen. In de keuken staat een donkere man te koken. “Die komt uit Sudan”, zegt de jongen achter de toonbank weer. Het blijkt een grapje te zijn, want het is een christelijke Arabier die even later bezocht wordt door vier vrouwelijke familieleden uit het buitenland. De vier jonge vrouwen converseren en lachen luidruchtig. Dan is er nog die ultra-orthodoxe Jood die rustig wat eet en een oude bekende is, en een oudere vrouw met een grote zonnehoed die opeens binnenloopt en hele verhalen houdt: tegen zichzelf, tegen mij en de andere aanwezigen. Een vrolijke boel dus – en het eten is inderdaad lekker!