In bijna alle belangrijke traditionele Joodse teksten komen fabels voor. Het Bijbelverhaal van Bileam en de ezel wordt door sommigen al als fabel gezien, de Talmoed en de Midrasj staan vol met fabels. En vanaf de Middeleeuwen konden verzamelingen fabels van vaak hoge literaire kwaliteit, al dan niet vertaald uit andere talen, zich in een grote belangstelling verheugen. Sinds het einde van de achttiende eeuw worden fabels vooral om hun educatieve rol gewaardeerd. Daarnaast zijn belangrijke niet-Joodse fabeldichters, als De la Fontaine en Krylov, in het Hebreeuws en het Jiddisj vertaald. In deze cursus worden de teksten in vertaling gelezen, toegelicht en van een historische context voorzien.
|