|
WEBCOLUMN EMILE SCHRIJVER
Nog eens: Hebreeuwse schrifttypen vrijdag 12 maart 2010 Een van de wonderlijkste ervaringen als je net begint te schrijven, is dat mensen je blijken te lezen. Nu doe ik dit al een tijdje, schrijven, dus ik ben er inmiddels aan gewend dat ik ook gelezen wordt, maar twee reacties op één column, dat gebeurt me niet vaak. Ik heb in mijn vorige column heel kort verhaald over de variatie die er bestaat in Hebreeuws schrift. Ook heb ik een voorbeeld gegeven van het culturele belang van Hebreeuws schrift voor Joodse gemeenschappen. Die voorbeelden heb ik niet geïllustreerd en dat doe ik hierbij alsnog. De Amsterdamse Sefardische kalligrafen uit de zeventiende eeuw schreven semi-cursieve Hebreeuwse letters die teruggaan op vijftiende-eeuwse Iberische voorbeelden van voor de verdrijving. Die Amsterdamse letters zien er zo uit:
De Middeleeuwse Sefardische letters, hier in een voorbeeld uit Villalon in Spanje uit 1480, zien er zo uit:
De eerste afbeelding is afkomstig uit een handschriftje uit de Bibliotheca Rosenthaliana dat een mooi verhaal vertelt. Ik heb het al eens gepubliceerd in het tijdschrift Studia Rosenthaliana van 1992, maar ik durf aan te nemen dat niet iedereen dat gelezen heeft. Het betreft hier een rolletje van 77,8 bij 10,2 centimeter, op perkament geschreven, met elf voorbeelden van schrijfhanden van een beroemde Amsterdamse kalligraaf, Matatiah de Ishack Aboab, die leefde van 1672 tot 1703. Dit soort kalligrafen had in Amsterdam veel werk omdat schrijfkunst in hoog aanzien stond en bovendien veel Spaanstalige polemische teksten tegen het christendom in handschriftelijke kopieën werden verspreid. Onderaan staan twee Hebreeuwse schriftvoorbeelden, waaronder het bovenstaande. Hier een afbeelding van de drie laatste vignetten:
Het is geschreven op 15 juni 1690, toen Matatiah zeventien jaar oud was. Ik wil even wijzen op het wonderlijke alfabetje in Hebreeuws kwadraatschrift in het middelste vignet. Bovenop alle Hebreeuwse letters staat dezelfde letter, zodat je wanneer je het beeld omdraait ook een Hebreeuws alfabet hebt. Bij de alef en de lamed hoeft dat niet, want die kun je op hun kop ook nog lezen. Een vrolijk grapje van de kalligraaf, meer niet. Dit rolletje had hij waarschijnlijk bij zich als hij klanten bezocht, als een soort staalkaart. Uit een handschrift uit de bibliotheek Ets Haim/Livraria Montezinos in Amsterdam (EH 48 E 27) weten we meer over het leven van de kalligraaf. Hij was de zoon van een belangrijke koopman en filantroop, Ishack de Matatiah Aboab. Die vertelt in deze familiekroniek van tussen 1704 en 1707 dat zijn zoon in november 1703 tegen zijn wil meeging met het schip de Geertruida (‘Guertroida’), vanaf Texel naar Curaçao. Het schip, met als kapitein “Clas Yanse Croities’, vertrok op 19 november 1703, om twee uur ’s middags. Op 2 juni 1704 had de vader een ontmoeting met een zekere ‘Guiesbert’, Gijsbert dus, die kuiper was op de Gertruida. Die vertelde hem het volgende. De vader was natuurlijk in diepe rouw gedompeld en eindigt zijn relaas met een gebed voor het welzijn van zijn zoon, in deze of in de komende wereld.
|
Emile Schrijver is sinds 2003 conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, de bijzondere collectie voor judaica en hebraica in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Hij was voordien onder meer directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor Joodse sociaal-wetenschappelijke en cultuurhistorische studies. Hij is actief als onderzoeker van het oude Joodse boek en maakt daarnaast deel uit van verschillende besturen en adviesorganen van Joodse organisaties in binnen- en buitenland.
Volg dit blog automatisch!
Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed. Abonneer via RSS Abonneer via Google
Klik hier voor meer informatie over RSS juli 2010:
Mensen hebben fabels nodig om de waarheid te willen kennen juni 2010: Ook Joodse miniatuurboekjes zijn bibliofiele curiositeit mei 2010: Sefer Tashbets wel of niet gebonden in vissenhuid? april 2010: Van wie zijn Hebreeuwse handschriften? Aaron Wolfsohn-Halle maart 2010: Digitalisering van oude joodse bronnen biedt grote mogelijkheden Nog eens: Hebreeuwse schrifttypen februari 2010: Variatie in Hebreeuwse schrifttypen Een Haggadah met misdrukken Judah Leib Gordon was een belangrijke fabeldichter januari 2010: Vroegste geïllustreerde Estherrol tentoongesteld in New York Boeken in de Middeleeuwen (2) Boeken in de Middeleeuwen (1) december 2009: Joodse dwergen in de boekgeschiedenis november 2009: Edele bloemmotieven Concurrenten oktober 2009: Fernando Cardoso of Isaac Cardoso? Perek Shirah bevat lofzangen van de schepping op de Schepper september 2009: Een bijzonder besnijdenisboekje Aan de wieg van een Joodse uitgeversbranche augustus 2009: Een Esther-rol van ruim zeven meter! juni 2009: Joden in India en hun kunstzinnige smaak Nederlands-Joodse archieven aan de vergetelheid ontrukt mei 2009: Abraham Gómez Silveira (1656–1740) in discussie De Haggadah van Mantua (1560) De responsen van het seminarium Ets Haim april 2009: Amsterdamse veelschrijver interesseerde zich voor Joodse sprookjes Tijd om de Haggadot weer tevoorschijn te halen maart 2009: Een Duits sprookje in Hebreeuwse letters (Karlsruhe, 1809) Maimon Abohbot schreef met links februari 2009: Isaac Satanow (1732–1804), een verlichte vervalser Rabbijnen vertellen fabeltjes januari 2009: Op welke berg mocht Mozes de Torah ontvangen? Een volk van boeken |
||||||