Maimon Abohbot schreef met links
vrijdag 6 maart 2009  

Er woedt al honderden jaren een stille strijd in Oudeboekenland. De strijd tussen de liefhebbers van het handgeschreven boek en die van het gedrukte boek. Al in de vroegste periode van de boekdruk, dus in de vijftiende eeuw, werd deze discussie gevoerd, ook in Joodse kring. Mocht een tekst van Tanach, van de boeken van het Oude Testament, wel gedrukt worden? Moest die niet eigenlijk met de hand geschreven worden, als teken van respect voor de heiligheid van de tekst, als product ook van ‘melechet hakodesj’, het ‘heilige werk’, zoals het schrijven van Torah-rollen wel beschreven werd?

Natuurlijk was de nieuwe ontwikkeling niet tegen te houden, net zomin als het digitale lezen van ons tijdsgewricht is tegen te houden. Alle belangrijke Joodse klassieke teksten zijn digitaal beschikbaar, halachische discussies en beslissingen worden steeds vaker eerst op het web gepubliceerd en op datzelfde web vliegen de aanbiedingen van gedigitaliseerde boeken, oud en nieuw, je om de oren. Maar dat zijn zakelijke argumenten.

Er zijn ook emotionele argumenten. Een boek roept bij de lezer ook niet-zakelijke, zinnelijke, emotionele ervaringen op: liefde, rust, eenzaamheid, opwinding, schoonheid, fetisjisme, manie, verzin het maar. Vandaar ook dat bedrijven als Amazon en Sony investeren in digitale leesapparaten die ‘aanvoelen’ als boeken en vandaar ook dat de vijftiende-eeuwse discussie over ‘handgeschreven versus gedrukt’ nog steeds woedt. Want die ervaringen zijn bij de verschillende media niet dezelfde.

Als ik gedwongen zou worden te kiezen tussen handschriften, drukken of digitale boeken, dan kies ik voor handschriften.

En wel hierom. Een handgeschreven boek biedt de lezer een directe confrontatie met het handwerk van degene die het geschreven heeft, met de moeite die hij of zij daarvoor gedaan heeft, met de rust of de haast van de betrokken persoon en met het esthetisch gevoel van de schrijver, of het ontbreken daarvan. Oude handgeschreven boeken vertellen altijd een verhaal. Soms kun je aan de hand van de aanwezigheid van kaarsvetsporen vaststellen wanneer de kopiist overdag en ’s avonds werkte. In andere handschriften zie je dat de inkt van een kopiist begon op te raken en dat hij liever de beschikbare inkt wat verdunde - waardoor die veel lichter van kleur werd - dan nieuwe te maken. En vaak vertellen de kopiisten iets over zichzelf, over het voorbeeld waarvan ze hun tekst hebben overgeschreven, dat van hun favoriete rabbijn afkomstig was of dat zo’n mooie tekst bevatte, of waar ze niets van begrepen. Een voorbeeld daarvan wil ik hier bespreken.

In de Bibliotheca Rosenthaliana ligt een relatief jong, onooglijk manuscript. Het werd in februari of maart 1875 geschreven op de Azoren, in Terceira, door Maimon, zoon van Abraham Abohbot. Hij was waarschijnlijk een telg uit een oud Marokkaans geslacht, dat daar in het begin van de negentiende eeuw was gekomen. Het boekje is onooglijk. Het is eigenlijk niet meer dan een dik schrift, met de dagelijkse gebeden, volgens de Noordafrikaanse ritus. Dat hij voor zijn gebeden een handgeschreven boek gebruikte en geen gedrukt boek, heeft waarschijnlijk te maken met de schaarste van gedrukte boeken op het afgelegen eiland. Hij moest dus wel. Het handschrift is geschreven in een volstrekt kinderlijk handschrift, bibberig en volgeplakt met smakeloze poëziealbum-achtige plaatjes. Heel af en toe vindt de oplettende lezer ineens een heel vlot geschreven regel in mooi cursiefschrift, maar dat is een uitzondering.

Waarom?

Dat schrijft Maimon op bladzijde 19. Hij blijkt drie jaar eerder deels verlamd te zijn geraakt aan zijn rechterhand. Hij had in zijn leven al veel handgeschreven boeken geproduceerd, voor zijn zoons en kleinzoons, en wilde daar niet mee stoppen. Hij heeft dus het hele boek geschreven met de hand die het nog deed: zijn linkerhand. Vandaar de bibberige hand en vandaar ook die incidentele mooie regels. Die heeft hij met rechts kunnen schrijven!

Daarom houd ik van handschriften. Inmiddels 134 jaar na voltooiing van zijn gebedenboek kunnen we nog genieten van het product van Maimons geploeter en kunnen we nog sympathie en medeleven opbrengen voor zijn medische problemen. Die confrontatie met levende geschiedenis is in een handschrift directer dan in een gedrukt of digitaal boek. En dat zal ook in de eenentwintigste eeuw niet veranderen.



<< Isaac Satanow (1732–1804), een verlichte vervalserEen Duits sprookje in Hebreeuwse letters (Karlsruhe, 1809) >>

Reageren op dit blog?
Uw naam:
Email:
Reactie:
vul de beveiligings-code in
Emile Schrijver is sinds 2003 conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, de bijzondere collectie voor judaica en hebraica in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Hij was voordien onder meer directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor Joodse sociaal-wetenschappelijke en cultuurhistorische studies. Hij is actief als onderzoeker van het oude Joodse boek en maakt daarnaast deel uit van verschillende besturen en adviesorganen van Joodse organisaties in binnen- en buitenland.


Volg dit blog automatisch!

Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed.

Abonneer via RSS
Add to Google Abonneer via Google

Klik hier voor meer informatie over RSS


juli 2010:
Mensen hebben fabels nodig om de waarheid te willen kennen

juni 2010:
Ook Joodse miniatuurboekjes zijn bibliofiele curiositeit

mei 2010:
Sefer Tashbets wel of niet gebonden in vissenhuid?

april 2010:
Van wie zijn Hebreeuwse handschriften?
Aaron Wolfsohn-Halle

maart 2010:
Digitalisering van oude joodse bronnen biedt grote mogelijkheden
Nog eens: Hebreeuwse schrifttypen

februari 2010:
Variatie in Hebreeuwse schrifttypen
Een Haggadah met misdrukken
Judah Leib Gordon was een belangrijke fabeldichter

januari 2010:
Vroegste geïllustreerde Estherrol tentoongesteld in New York
Boeken in de Middeleeuwen (2)
Boeken in de Middeleeuwen (1)

december 2009:
Joodse dwergen in de boekgeschiedenis

november 2009:
Edele bloemmotieven
Concurrenten

oktober 2009:
Fernando Cardoso of Isaac Cardoso?
Perek Shirah bevat lofzangen van de schepping op de Schepper

september 2009:
Een bijzonder besnijdenisboekje
Aan de wieg van een Joodse uitgeversbranche

augustus 2009:
Een Esther-rol van ruim zeven meter!

juni 2009:
Joden in India en hun kunstzinnige smaak
Nederlands-Joodse archieven aan de vergetelheid ontrukt

mei 2009:
Abraham Gómez Silveira (1656–1740) in discussie
De Haggadah van Mantua (1560)
De responsen van het seminarium Ets Haim

april 2009:
Amsterdamse veelschrijver interesseerde zich voor Joodse sprookjes
Tijd om de Haggadot weer tevoorschijn te halen

maart 2009:
Een Duits sprookje in Hebreeuwse letters (Karlsruhe, 1809)
Maimon Abohbot schreef met links

februari 2009:
Isaac Satanow (1732–1804), een verlichte vervalser
Rabbijnen vertellen fabeltjes

januari 2009:
Op welke berg mocht Mozes de Torah ontvangen?
Een volk van boeken


Amphora