|
WEBCOLUMN EWOUD SANDERS
Gabber vrijdag 9 januari 2009 ‘Onder ’t boevenvolkje kende ik er twee, die ’n zekere reputatie genoten van knappe vaklui; ze werkten altijd samen als gezworen gabbers, lieten zich weinig in met de anderen, waren geen kroegloopers.’ Dat schreef Jan Feith in 1907 in een boek getiteld Op het dievenpad. In dit boek tekende Jan Feith, indertijd een bekende journalist, verhalen op van een Amsterdamse rechercheur. Achter in het boek is een woordenlijst opgenomen, want de Amsterdamse rechercheur gebruikte allerlei woorden die indertijd niet bekend waren bij het algemene publiek. Een van de woorden op dit lijstje is gabber. Waar komt gabber vandaan? Net als veel andere Bargoense woorden gaat het via het Jiddische choweir, dat eveneens ‘kameraad’ of ‘maatje’ betekent, terug op het Hebreeuwse chawwer, met als betekenis ‘collega, partner, metgezel’. Jiddische en Hebreeuwse woorden kwamen vaak vervormd in Nederlands terecht, en gabber is hierop geen uitzondering. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw komen we het onder meer tegen in de vormen cabber, chabber, gabbert, gavver en zelfs als gibber. In het Bargoens is gabber in 1858 voor het eerst opgetekend, in een woordenlijst van een strafadvocaat. In de letterkunde dook het pas vijftig jaar later voor het eerst op; Jan Feith gebruikte het als een van de eersten. Gabber is vaker gekoppeld aan andere woorden. Zo heb je de bloedgabber voor de extra goede vriend (de bloedbroeder), de kroeggabber voor de kroegmaat en gabbertaal is vaak gebruikt voor de taal van de dieven, het Bargoens. Er bestaat zelfs een boekje over het Bargoens getiteld De gabbertaal. Dit werd in 1937 samengesteld door E.G. van Bolhuis. En dan heb je natuurlijk nog gabberhouse voor een bepaalde muziekstijl, namelijk ‘housemuziek met keiharde ritmes’ zoals Van Dale het omschrijft. Heeft deze muziekstijl, die internationaal is doorgebroken, ook iets met gabber in de betekenis ‘kameraad’ te maken? Ja, zijdelings, want gabberhouse is aan het begin van de jaren negentig in Rotterdam ontwikkeld, door jongeren die zich gabbers noemden. Taalkundig gezien heeft ook gabberhouse dus een Joodse oorsprong.
|
Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
Volg dit blog automatisch!
Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed. Abonneer via RSS Abonneer via Google
Klik hier voor meer informatie over RSS juni 2010:
Lokjood mei 2010: Wat zijn Joden? april 2010: Het Nieuwe Jeruzalem In de zevende hemel maart 2010: Togus Een fijne gozer februari 2010: Niesje januari 2010: Een heitje voor een karweitje Je smoesjes zijn goed december 2009: Bajes november 2009: Zijn voeten noemden we strijkijzers De woestijnpas of jodenloop oktober 2009: Drie Joodse woorden Een jofele boel Mazzelpik september 2009: Ramp El Al zorgde voor taalverandering Sta op en ga zitten augustus 2009: Misjpoge juni 2009: Krijg de rambam Joodse verwensingen (2) mei 2009: Joodse verwensingen (1) Koefnoen Alles kits? april 2009: Keil in de keilekit Negerzweet maart 2009: Jodenkoffie Jodenster Jatmoos Jodenlijm februari 2009: Een frotte parg Ook het kiekje heeft een Joodse achtergrond Dieuwertje schonk hem twintig Catsjes Een jajempie jajemen januari 2009: Heibel Gannef Waarom zijn er zoveel Joodse woorden in het Bargoens? Gabber |
||||||