|
WEBCOLUMN EWOUD SANDERS
Een fijne gozer vrijdag 5 maart 2010 Omstreeks 1905 kon je in Amsterdam op straat een lied horen zingen getiteld ‘Bij blonde Nel op de Ceintuurbaan’. In dat lied kwam het volgende couplet voor: In de buurt IJ IJ, geloof me maar vrij,
Daar is ’t een lollige boel. Bij blonde Nel, je kent haar wel, Haar goozertje heet Zwarte Roel. Zij woont daar heel sjiek, toch ’t is een kliek: In de nacht rijden taxi’s daarheen. Die brengen daar heeren, die hun geld daar verteeren, Met Catootje, Sophietje en Leen.
De buurt IJ IJ is een oude benaming voor wat nu De Pijp heet. Tot aan het begin van de 20ste eeuw stond deze buurt bekend om z’n prostitutie – een thema dat in dit lied bezongen wordt. Het bijzondere van dit lied is dat het een van de vroegste bronnen is voor het woord goozertje, een woord met een Joodse achtergrond. Gozer was toen vooral in informele kringen bekend, want in 1906 vonden we het in een Bargoense woordenlijst die hier al vaker is geciteerd en die ook hierna nog vaker zal worden genoemd: De Boeventaal van Köster Henke. Köster Henke vermeldt het in de vormen gooser en goozer. Als voorbeeldzinnen geeft hij onder meer: ‘Heb je mijn goozer vanavond nog gezien?’ en ‘Kijk me die goozers eens tippelen’. In andere (latere) bronnen vinden we het nog als gauser, goasser, gosert, gouser, gozerd, enzovoort. Waar komt dit woord vandaan? Via het Jiddisje chosen (‘bruidegom’) is het ontleend aan het Hebreeuws chattan, dat ‘schoonzoon’ en ‘bruidegom’ betekent. Gozer is in allerlei samenstellingen aangetroffen. Ik noem er een paar:
Min of meer vaste verbindingen waren haaie goozer (‘sterke kerel’), bekneisde gozer (‘beruchte kerel’) en linke gozer (‘gevaarlijke, geslepen kerel’). Hoe lang het gebruik van gozer beperkt bleef tot de onderwereld, is moeilijk te zeggen. Ik vermoed tot in de jaren zestig. Een van de eersten die het in een dichtbundel gebruikte was in ieder geval Willem van Iependaal, een Rotterdamse schrijver die zeer vertrouwd was met het Bargoens. In 1953 dichtte hij: Ik heb geen centen, Heer Geen rooie pozer! [cent] Hier staat een sofmeheer, Een dallesgozer! Ik heb geen klofting an, M’n schoenen gapen: Aanzie de gentleman Door U geschapen!
|
Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
Volg dit blog automatisch!
Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed. Abonneer via RSS Abonneer via Google
Klik hier voor meer informatie over RSS juni 2010:
Lokjood mei 2010: Wat zijn Joden? april 2010: Het Nieuwe Jeruzalem In de zevende hemel maart 2010: Togus Een fijne gozer februari 2010: Niesje januari 2010: Een heitje voor een karweitje Je smoesjes zijn goed december 2009: Bajes november 2009: Zijn voeten noemden we strijkijzers De woestijnpas of jodenloop oktober 2009: Drie Joodse woorden Een jofele boel Mazzelpik september 2009: Ramp El Al zorgde voor taalverandering Sta op en ga zitten augustus 2009: Misjpoge juni 2009: Krijg de rambam Joodse verwensingen (2) mei 2009: Joodse verwensingen (1) Koefnoen Alles kits? april 2009: Keil in de keilekit Negerzweet maart 2009: Jodenkoffie Jodenster Jatmoos Jodenlijm februari 2009: Een frotte parg Ook het kiekje heeft een Joodse achtergrond Dieuwertje schonk hem twintig Catsjes Een jajempie jajemen januari 2009: Heibel Gannef Waarom zijn er zoveel Joodse woorden in het Bargoens? Gabber |
||||||