|
WEBCOLUMN EWOUD SANDERS
Een jofele boel vrijdag 16 oktober 2009 Jofel wordt gebruikt voor ‘fijn, heerlijk, prettig’ en ‘plezierig’. Sinds wanneer kennen wij dit woord en waar komt het vandaan? De Grote Van Dale vermeldt 1922 als datering bij jofel, maar in feite is dit woord al iets ouder. Of, exacter geformuleerd, in feite is het iets eerder opgetekend, zij het in de vorm joven. In die vorm komen we het in 1906 tegen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van de Amsterdamse commissaris W.H. Köster Henke. Köster Henke vermeldt joven in de betekenissen ‘goed, mooi’ en ‘uitstekend’. Als voorbeeldzinnen geeft hij onder meer: ‘Hij loopt joven gekloft’ (‘hij loopt goed gekleed’) en ‘Een joven ponum’ (‘een mooi gezicht’). In de vorm jofel treffen we het woord in 1916 voor het eerst aan, in een Bargoense woordenlijst die werd opgesteld door J.G.M. Moormann. Moormann trok er op vrije dagen vaak op uit om zwervers, bedelaars, landlopers, marskramers en rondreizende handelaren te ondervragen over hun taalgebruik. Het woord jofel tekende hij in 1916 te Goor in Overijssel op uit de mond van een paardenverkoper, die het gebruikte in de zin ‘Den sos hef ’n jofele ros’ (‘dat paard heeft een mooie kop’). Waar komt jofel vandaan? Waarschijnlijk is het naar het voorbeeld van sjofel (‘kaal, armoedig’) gevormd uit het Jiddisje jofe, dat ‘mooi, aangenaam’ betekent. Dit Jiddisje woord gaat terug op het Hebreeuwsejafee (‘mooi’). Net als veel Bargoense woorden treffen we jofel in allerlei spel- en vormvarianten aan, zoals joafel en jofer. Ook joppe wordt als een vormvariant van jofel beschouwd. Min of meer vaste verbindingen zijn of waren jofele gozer, jofele niese (‘aardige meid’) en jofele boel. J.B. Uges, die onder het pseudoniem Nono aan het begin van de 20ste eeuw diverse boeken en toneelstukken schreef met daarin veel plat-Amsterdams, voerde in 1929 in Amsterdammers dit liedje op: Wai binne Waotergeuse En Willem van Iependaal dichtte in 1945, in Op drift: ’k Heb je Wekroep ook gelezen. Een vroege bron voor de vorm joven is Het verhaal van den dief van Jan Feith. In dit boek, dat dateert uit 1909 en dat bestaat uit een lange monoloog van een inbreker, lezen we: ‘En ik had wel weer geld in die dagen, want ik stal met overleg en zoo joven mogelijk, om vooral niet gesnapt te worden.’
|
Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.
Volg dit blog automatisch!
Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed. Abonneer via RSS Abonneer via Google
Klik hier voor meer informatie over RSS juni 2010:
Lokjood mei 2010: Wat zijn Joden? april 2010: Het Nieuwe Jeruzalem In de zevende hemel maart 2010: Togus Een fijne gozer februari 2010: Niesje januari 2010: Een heitje voor een karweitje Je smoesjes zijn goed december 2009: Bajes november 2009: Zijn voeten noemden we strijkijzers De woestijnpas of jodenloop oktober 2009: Drie Joodse woorden Een jofele boel Mazzelpik september 2009: Ramp El Al zorgde voor taalverandering Sta op en ga zitten augustus 2009: Misjpoge juni 2009: Krijg de rambam Joodse verwensingen (2) mei 2009: Joodse verwensingen (1) Koefnoen Alles kits? april 2009: Keil in de keilekit Negerzweet maart 2009: Jodenkoffie Jodenster Jatmoos Jodenlijm februari 2009: Een frotte parg Ook het kiekje heeft een Joodse achtergrond Dieuwertje schonk hem twintig Catsjes Een jajempie jajemen januari 2009: Heibel Gannef Waarom zijn er zoveel Joodse woorden in het Bargoens? Gabber |
||||||