Mazzelpik
vrijdag 2 oktober 2009  

In 1881 schreef de Amsterdamse volksschrijver Justus van Maurik in zijn boek Van allerlei slag: ‘Afijn! ze kunnen ’t niet helpen, ze moeten ook leven en daarom wensch ik ze massel en brochem.’

Bij die laatste woorden plaatste Van Maurik een voetnoot. Massel en brochem, zo verklaarde hij, betekent ‘goede zaken’.

Nou is dat niet helemaal correct, want mazzel en broge – zoals wij het nu spellen – betekent eigenlijk ‘geluk en zegen’, maar onder handelaars en zakenlieden werd en wordt dit inderdaad als zegenwens gebruikt voor ‘(doe) goede zaken’.

Voor zover bekend was Van Maurik, die een zeer goed oor had voor de Amsterdamse volkstaal, de eerste die het woord mazzel optekende. Na hem komen we het vooral bij Joodse auteurs tegen: bij Herman Heijermans in 1897 (‘“Die heit met z’n pruime ’n mazzeltje”, dacht Zelik en slaaprig keek hij de straat in’), bij Is. Querido in 1901 (‘hier hèt u uwes prachtklok,… mazzele-brooge’) en bij Jules de Vries in 1906 (‘Nou dag Beer! Mazzel en brooge!’).

Tegen die tijd was het Amsterdamse rechercheurs opgevallen dat mazzel (al dan niet in de combinatie mazzel en broge) werd gebruikt door leden van het Amsterdamse dievengilde. Zij gingen er vanuit dat het Bargoens was en daardoor werd dit woord in 1906 opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke. Köster Henke vermeldt het in de vorm massel en geeft als betekenissen ‘winst, geluk, voorspoed’. Als voorbeeldzin geeft hij: ‘Hij is in zijn massel’ voor ‘hij heeft geluk’. Daarnaast vermeldt Köster Henke masselen voor ‘goede zaken’.

Mazzel, dat in de literatuur in allerlei spellingvarianten is aangetroffen (onder andere als mazaal, masel, massel, massil en maszel), is natuurlijk een ‘Joods’ woord: via het Jiddisj is het ontleend aan het Hebreeuwse mazzal, dat ‘gesternte, geluk’ betekent.

Mazzel is in allerlei samenstellingen en afleidingen gevonden, waaronder mazzeltje voor ‘meevaller’, mazzelaar, mazzelkont en mazzelpik voor ‘bofkont, geluksvogel’, mazzelig voor ‘door een gelukkig toeval’, mazzelen voor ‘boffen, zwijnen’, enzovoort. Een veelgehoorde hedendaagse afscheidsgroet is de mazzel en mazzel en broge is, zeker in Joodse kringen, nog altijd een veelgebruikte uitdrukking.



<< Ramp El Al zorgde voor taalveranderingEen jofele boel >>

Reageren op dit blog?
Uw naam:
Email:
Reactie:
vul de beveiligings-code in
Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.


Volg dit blog automatisch!

Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed.

Abonneer via RSS
Add to Google Abonneer via Google

Klik hier voor meer informatie over RSS


juni 2010:
Lokjood

mei 2010:
Wat zijn Joden?

april 2010:
Het Nieuwe Jeruzalem
In de zevende hemel

maart 2010:
Togus
Een fijne gozer

februari 2010:
Niesje

januari 2010:
Een heitje voor een karweitje
Je smoesjes zijn goed

december 2009:
Bajes

november 2009:
Zijn voeten noemden we strijkijzers
De woestijnpas of jodenloop

oktober 2009:
Drie Joodse woorden
Een jofele boel
Mazzelpik

september 2009:
Ramp El Al zorgde voor taalverandering
Sta op en ga zitten

augustus 2009:
Misjpoge

juni 2009:
Krijg de rambam
Joodse verwensingen (2)

mei 2009:
Joodse verwensingen (1)
Koefnoen
Alles kits?

april 2009:
Keil in de keilekit
Negerzweet

maart 2009:
Jodenkoffie
Jodenster
Jatmoos
Jodenlijm

februari 2009:
Een frotte parg
Ook het kiekje heeft een Joodse achtergrond
Dieuwertje schonk hem twintig Catsjes
Een jajempie jajemen

januari 2009:
Heibel
Gannef
Waarom zijn er zoveel Joodse woorden in het Bargoens?
Gabber


Amphora