Negerzweet
vrijdag 3 april 2009  

De twaalfde druk van de Grote Van Dale verscheen in 1992. Kort na het verschijnen zei een van de toenmalige hoofdredacteuren, dr. Hans Heestermans, tegen het tijdschrift Onze Taal: ‘Ik heb vrij lang met joodse mensen gesproken over het woord jood in de geïncrimineerde betekenis – “woekeraar, afzetter, al te handige zakenman”. Velen van hen vinden dat ik dat woord moet schrappen. Maar dan zeg ik altijd: dan moet ik ook andere woorden schrappen, zoals boer. Bovendien zou ik door de betekenis van dat woord te schrappen de taalwerkelijkheid geweld aandoen. Dan zou Van Dale lijken op een Russisch geschiedenisboek, dat bij elke nieuwe regering de geschiedenis herschrijft.’

Je zou denken dat Heestermans dezelfde houding zou hebben aangenomen ten aanzien van de ruim zestig samenstellingen met het woord joden-, maar in feite had hij toen al bijna de helft van die woorden geschrapt. Terugkijkend wil Heestermans wel toegeven dat dit onder druk van buitenaf gebeurde. De Grote Van Dale is een commercieel woordenboek en men had het, aldus Heestermans, bij de uitgeverij ‘benauwd’ gekregen van alle kritiek op deze specifieke groep woorden. Van Dale deed meer dan schrappen. Aan de definitie van het woord jood werd toegevoegd dat de betekenissen ‘woekeraar’ etc. berustten op ‘eigenschappen die uit vooroordeel aan joden soms werden toegeschreven’ (één druk eerder was dit nog: ‘vaak aan joden worden toegeschreven’), en bij in totaal 22 woorden en uitdrukkingen die met joden te maken hebben, kwam te staan dat ze ‘beledigend’ waren. Je vindt dit zogenoemde label onder meer bij jodenkerk, bij brillenjood (‘beledigend, joodse koopman in brillen’), bij smous (‘beledigend, scheldnaam voor jood’) en bij polak (‘beledigend, Pool, m.n. Poolse jood’).

Inmiddels is de Grote Van Dale gedigitaliseerd. In deze digitale editie kun je makkelijk nazien bij hoeveel woorden of uitdrukkingen, die voor bepaalde volkeren of groepen aanstootgevend zijn, staat dat een en ander op een vooroordeel berust. Dat blijkt – verrassend genoeg – alleen bij het woord jood het geval te zijn. Weliswaar staat bij belgenmop en hollandermop dat daarin ‘vooroordelen worden gelucht’, maar dat is niet hetzelfde. Je zou de waarschuwing voor een vooroordeel bijvoorbeeld ook verwachten bij zo dronken als een Maleier, zo zat als een Zwitser, eruit zien als een Turk (‘er erg vuil uitzien’), zich met de Franse slag van iets afmaken enzovoorts.

Bij sommige van deze uitdrukkingen staat wel dat ze ‘beledigend’ zijn en dat is al heel wat, want ook op dit punt is Van Dale allesbehalve consequent geweest. Het label ‘beledigend’ staat (in de onderzochte editie uit 1999) in totaal bij 110 woorden en uitdrukkingen: het vaakst bij ‘joodse’ woorden (22 maal), gevolgd door woorden die betrekking hebben op vrouwen (14 maal). Homoseksuelen en rooms-katholieken delen de derde plaats met ieder twaalf vermeldingen en de Turken, Chinezen en zigeuners bungelen onderaan met respectievelijk acht, zeven en vier belediging-waarschuwingen.

Dat joden zich gekwetst voelden en voelen door sommige woorden en uitdrukkingen in Van Dale, kan ik me goed voorstellen. Ik denk ook dat het zinnig was om die woorden eens zorgvuldig tegen het licht te houden en om de kwetsende van labels te voorzien. Maar ik denk dat het heel onverstandig is geweest om vervolgens tientallen woorden – waaronder allerlei volkomen neutrale – te schrappen. In de eerste plaats voor Van Dale zelf: het woordenboek ondergraaft hiermee zijn eigen uitgangspunt, namelijk dat het zo objectief mogelijk de taal van de laatste honderdvijftig jaar beschrijft. De deur is hiermee opengezet voor mensen die zich door bepaalde woorden of uitdrukkingen gekrenkt voelen. In 2002 dreigde de ‘Stichting Eer en Herstel Betalingen Slachtoffers van Slavernij in Suriname’ Van Dales te gaan verbranden als het woord neger niet uit het woordenboek zou worden geschrapt. De actievoerders werden toen nog enigszins gegeneerd weggelachen, maar waarom zou negerzweet (in de betekenis ‘koffie’) mogen blijven staan als jodenkoffie is verwijderd?

Ik vind die schrappingen nog om een andere reden onverstandig. Onze woordenschat maakt veel duidelijk over de geschiedenis van de Nederlandse joden én over de geschiedenis van het antisemitisme in Nederland. Van Dale, waarvan de oudste druk nota bene door twee joodse zwagers is gemaakt, was in dit opzicht een belangrijke en interessante bron. Dat is sinds al die schrappingen niet langer het geval.



<< JodenkoffieKeil in de keilekit >>

Reageren op dit blog?
Uw naam:
Email:
Reactie:
vul de beveiligings-code in
Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.


Volg dit blog automatisch!

Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed.

Abonneer via RSS
Add to Google Abonneer via Google

Klik hier voor meer informatie over RSS


juni 2010:
Lokjood

mei 2010:
Wat zijn Joden?

april 2010:
Het Nieuwe Jeruzalem
In de zevende hemel

maart 2010:
Togus
Een fijne gozer

februari 2010:
Niesje

januari 2010:
Een heitje voor een karweitje
Je smoesjes zijn goed

december 2009:
Bajes

november 2009:
Zijn voeten noemden we strijkijzers
De woestijnpas of jodenloop

oktober 2009:
Drie Joodse woorden
Een jofele boel
Mazzelpik

september 2009:
Ramp El Al zorgde voor taalverandering
Sta op en ga zitten

augustus 2009:
Misjpoge

juni 2009:
Krijg de rambam
Joodse verwensingen (2)

mei 2009:
Joodse verwensingen (1)
Koefnoen
Alles kits?

april 2009:
Keil in de keilekit
Negerzweet

maart 2009:
Jodenkoffie
Jodenster
Jatmoos
Jodenlijm

februari 2009:
Een frotte parg
Ook het kiekje heeft een Joodse achtergrond
Dieuwertje schonk hem twintig Catsjes
Een jajempie jajemen

januari 2009:
Heibel
Gannef
Waarom zijn er zoveel Joodse woorden in het Bargoens?
Gabber


Amphora