Jatmoos
vrijdag 13 maart 2009  

In 1904 schreef de Joodse journalist en schilder Bernard Canter een boek getiteld Kalverstraat. In dit boek, over het leven van de Joden in Amsterdam, zijn diverse ‘Joodse’ woorden voor het eerst vastgelegd. Dat geldt bijvoorbeeld voor jatmoos, dat we tegenkomen op pagina 16, in het volgende dialoogje:
‘Dag Dóvid. Heb je al handgift?’
‘Natuurlijk heb ik al jatmoos. In zoo’n zaak zal men geen jatmoos hebben.’ Jatmoos gaat via het Jiddisje en Hebreeuwse jad (‘hand’) + het Jiddische moos (‘geld’) terug op het Hebreeuwse maot (‘muntjes, geld’). In 1906 werd het voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van de Amsterdamse politiecommissaris W.L.H. Köster-Henke. Ook bij Köster-Henke vinden we dit woord terug in een dialoogje, namelijk:
‘Heb je wat benosseld [hier: verdiend] vanavond?’
‘Noppes, ’k heb den heelen dag getippeld en nog geen jatmoos gehad.’ Net als veel andere ‘Joodse’ woorden kent jatmoos veel spelling- en vormvarianten. Köster-Henke vermeldt het tevens als gakmoos, jetmoos en tsjakmoos. Elders zijn nog aangetroffen jadmoos, jatmaus, jatmoes en jatmous.
Handgeld is het eerste geld dat een neringdoende ontvangt. Het idee is dat het geluk brengt. In 1949 schreef Maurits Dekker hierover in Amsterdam bij gaslicht (p. 5): ‘Jatmoos noemden de negocianten het eerste op een partij handelsgoederen of bij de aanvang van de werkdag ontvangen geld. Het werd met wat speeksel besproeid en zo mogelijk in een afzonderlijk vestzakje bewaard, opdat het voor de verdere dag geluk zou mogen brengen.’
Onder marktkooplieden is deze folklore nog niet uitgestorven. Wie de eerste aankoop van de dag doet, krijgt in sommige kramen te horen ‘God zegen je handgift.’ Ook het woord jatmoos is onder marktkooplieden nog goed bekend. In 1965 had de Amsterdamse taxichauffeur Harry Boting een grote bestseller met het boek Wie geeft me jatmous? (met als onvermijdelijke opvolger: Nog meer jatmous. Nieuwe ervaringen van een Amsterdamse taxichauffeur).
Jatmoos wordt soms ook gebruikt voor ‘dief, zwendelaar’ en jatmozen voor ‘kleine diefstallen plegen’. Hier word jat geassocieerd met jatten ‘stelen’. Een vroeg voorbeeld van jatmoos in de betekenis ‘dief’ vinden we in een obscuur toneelstukje van Charivarius, getiteld De inbreker en het meisje uit 1925: ‘Bij mijn thuis zeeë ze allemaal dat ik voor jatmous in de wieg gelegd was.’ Een later voorbeeld is te vinden bij Jan Cremer, die in 1966 schreef, in Ik, Jan Cremer (Tweede Boek): ‘Het Nederlandse Kunstschilderswezen is een samenraapsel van parasieten, jatmozen, werkschuwen, charlatans, plagiateurs, luljanussen en kwartaalzuipers.’



<< JodenlijmJodenster >>

Reacties:
Edith Gotliebvrijdag 13 maart 09, 07:18

Een toevoeging over wat u schrijft over de verschillende spelling- en vormvarianten van "jatmoos": de schrijvers hebben opgeschreven wat ze hoorden, en dat ze ieder iets anders hoorden, kan heel goed, omdat in het woord "moos" (van het Hebreeuwse "mongous"), de “oo” in verschillende gebieden in Europa anders wordt (werd?) uitgesproken. In West Europa: "ou" (="au"), in –als ik het goed heb- Polen en Zuid Rusland: "oe" en bij de Sefardiem (en later in Israel) is het "o".

Reageren op dit blog?
Uw naam:
Email:
Reactie:
vul de beveiligings-code in
Ewoud Sanders is historicus en journalist. Hij is columnist bij NRC Handelsblad en vaste medewerker van onder meer Onze Taal, KB.nl en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Ewoud Sanders heeft verschillende taalboeken op zijn naam staan en is bezig met een onderzoek naar het beeld van de Joden in kinderboeken én in de Nederlandse taal.


Volg dit blog automatisch!

Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed.

Abonneer via RSS
Add to Google Abonneer via Google

Klik hier voor meer informatie over RSS


juni 2010:
Lokjood

mei 2010:
Wat zijn Joden?

april 2010:
Het Nieuwe Jeruzalem
In de zevende hemel

maart 2010:
Togus
Een fijne gozer

februari 2010:
Niesje

januari 2010:
Een heitje voor een karweitje
Je smoesjes zijn goed

december 2009:
Bajes

november 2009:
Zijn voeten noemden we strijkijzers
De woestijnpas of jodenloop

oktober 2009:
Drie Joodse woorden
Een jofele boel
Mazzelpik

september 2009:
Ramp El Al zorgde voor taalverandering
Sta op en ga zitten

augustus 2009:
Misjpoge

juni 2009:
Krijg de rambam
Joodse verwensingen (2)

mei 2009:
Joodse verwensingen (1)
Koefnoen
Alles kits?

april 2009:
Keil in de keilekit
Negerzweet

maart 2009:
Jodenkoffie
Jodenster
Jatmoos
Jodenlijm

februari 2009:
Een frotte parg
Ook het kiekje heeft een Joodse achtergrond
Dieuwertje schonk hem twintig Catsjes
Een jajempie jajemen

januari 2009:
Heibel
Gannef
Waarom zijn er zoveel Joodse woorden in het Bargoens?
Gabber


Amphora