Leo Perutz
vrijdag 18 september 2009  

Een literair slippertje van Franz Kafka met Agatha Christie, heeft men van het werk van Leo Perutz gezegd. Inderdaad. De romans van Perutz zijn spannende historische verhalen met vaak hoogst eigenaardige gebeurtenissen en op het eind veelal een onverwacht en verrassend plot. Perutz weet de nodige spanning op te roepen door historische feiten en onwaarschijnlijke gebeurtenissen tot een logisch geheel samen te smeden. Die onwaarschijnlijke gebeurtenissen worden in een meesterlijke stijl wiskundig nauwkeurig beschreven. De romans van Perutz zijn zeker ontspanningsliteratuur, literaire thrillers noemt men dat tegenwoordig. Maar bij nader inzien bieden zij meer. Met antiek materiaal worden moderne huizen gebouwd, las ik in de biografie van Hans-Harald Müller. Een treffende typering, want nader beschouwd bevatten de romans moderne thema’s. De identiteitsvraag staat vaak centraal en de hoofdpersonen zijn veelal antihelden. Vandaar dat slippertje van Kafka.

De wijze van schrijven van Perutz is verbluffend. Na uitvoerig historisch onderzoek begint Perutz stap voor stap zijn hoofdstukken aaneen te rijgen. Perutz was in staat hoofdstukken in willekeurige volgorde te schrijven en bovendien aan twee romans tegelijk te werken. In zijn latere leven heeft hij romans die hij nog niet had voltooid, weer kunnen oppakken en tot een einde gebracht. Met een tussenpoos van meer dan twintig jaar! Maar men moet zich door de ogenschijnlijk gekunstelde wijze van werken niet op een dwaalspoor laten brengen. Perutz wist wat hij deed en het plezier van vertellen spat er vanaf. Prachtromans. Ik ben een liefhebber.

Leo Perutz is geboren op 2 november 1882. De familie Perutz had een textielhandel met een zaak aan de Graben, één van de mooiste straten van Praag. Het was een welvarend Duitstalig Joods gezin. In het leven van Leo Perutz speelt religie echter geen centrale rol. Al in 1901 is hij van Praag naar Wenen verhuisd. Daar is hij tot verzekeringswiskundige opgeleid. Een toevallige bijkomstigheid is, dat Perutz net als Kafka werkzaam is geweest bij de Assicurazioni Generali, Perutz echter in Triëst en niet als jurist maar als actuaris.

Met De Marques de Bolibar, geschreven in 1919, komt voor Perutz het grote succes en breekt hij literair door. Sindsdien leeft hij als schrijver in Wenen en vinden we hem terug in literaire cafés als Museum en Central, later vooral ook het café Herrenhof. Hij onderhoudt vriendschapsbanden met o.a. Egon Erwin Kisch en Franz Werfel. Bekende romans van zijn hand zijn De Meester van de Jongste Dag (1923) en Wohin rollst du, Äpfelchen ... (1928). De romans van Perutz kennen meer lagen en St. Petri-Schnee, dat in 1933 verscheen, is daarvan een goed voorbeeld. St. Petri-Schnee, of moedergodsbrand, is een drug waarmee geprobeerd wordt een proces van (religieuze) massahysterie op gang te brengen. Het moet voor veel lezers een schrikbeeld zijn geweest dat toen, in 1933, helaas actualiteit had. Uit die jaren, ik citeer, is er bijna geen Duitstalige tekst die met meer inzicht de gevaren van het nationaalsocialisme heeft blootgelegd. Het volgende boek van Perutz, De Zweedse Ruiter, in 1936 voltooid, kan al niet meer in Duitsland verschijnen. Die markt is voor hem gesloten. Perutz noteert: Finanzielle Lage düster. Deutschland für mich tot. Meine Bücher verramscht. Hij komt dan ook tot de conclusie dat es um deutsch-schreibende Autoren nichtarischer Herkunft Probleme gibt, die kaum mehr zu meistern sind en verzucht: Ist mein Leben sinnlos geworden?

De broers van Perutz verplaatsen de familiefirma en reiken hem de hand om naar Tel Aviv te gaan. Op 9 juli 1938 verlaat Perutz Wenen. In het helaas onvoltooid gebleven Mainacht in Wien schildert Perutz de ambtenarij waaraan de hoofdpersoon, een Joodse journalist, wordt onderworpen als hij probeert Oostenrijk te verlaten en in het buitenland een nieuw leven te beginnen. Hij schrijft aan dat verhaal tijdens de maanden die hij in Italië doorbrengt. Op 15 september 1938 komt Perutz met zijn gezin in Haifa aan. Tel Aviv wordt zijn laatste woonplaats.

Op 2 februari 1939 meldt Perutz vanuit Tel Aviv: we kunnen zeggen dat wij in de volledige betekenis van het woord een nieuw vaderland hebben gevonden. De biograaf van Perutz, Hans-Harald Müller, betwijfelt dat. Er zijn inderdaad aanwijzingen dat Perutz het in Tel Aviv moeilijk had. Perutz was een Duitstalige schrijver zonder lezerspubliek. Eens succesvol was hij nu volledig in vergetelheid geraakt. Bovendien kostte het hem moeite om Ivriet te leren, hoewel hij opnieuw werk als actuaris had gevonden bij de verzekeringsmaatschappij Menorah.

Na jaren van stilzwijgen heeft Perutz twee romans afgemaakt die hij had laten liggen. Voor Nachts unter der steinernen Brücke vond Perutz pas in 1953 een uitgever die geïnteresseerd was. De Judas van Leonardo verscheen postuum. Nachts unter der steinernen Brücke is een meesterwerk. Op het eerste gezicht een verzameling korte verhalen die zich omstreeks 1600 afspelen in de Judenstadt, het getto van Praag, in de tijd van rabbi Löw en keizer Rudolf II. Maar al lezende ontvouwt zich een samenhangend drama met als centraal gegeven de onmogelijke liefde tussen keizer Rudolf II en Esther, de mooie vrouw van de rijke Joodse koopman en bankier Mordechai Meisl. Het boek is bovendien zo opgebouwd dat aan het begin van de 20e eeuw de verhalen worden doorverteld aan een nog jonge schrijver die deze verhalen onthoudt en vijftig jaar later aan het papier toevertrouwt. En zo valt die jonge schrijver samen met Perutz. Nachts unter der steinernen Brücke, heeft Perutz dan ook gezegd, spielt … in jenem alten Prag, dessen Kulissen ich noch als 15jähriger gesehen habe und dessen zauberhaftes und seit 55 Jahren verschwundenes Bild ich bis zu meinen Lebensende in mir haben werde. Toen Perutz de ode aan de stad van zijn jeugd gereed had, heeft hij terecht verzucht dat Kisch en Werfel, als ze nog geleefd zouden hebben, dit werk hadden weten te waarderen.

Vóór zijn overlijden op 25 augustus 1957 heeft Perutz gezegd dat het waarschijnlijk nog wel veertig jaar zal duren voordat zijn werk herontdekt wordt und ein Literaturhistoriker ein grosses Geschrei darüber erhebt, dass meine Romane zu Unrecht vergessen sind. Ironie met een vooruitziende blik want Perutz wordt opnieuw gelezen. In Nederland heeft De Arbeiderspers in de jaren negentig een aantal boeken van Perutz uitgegeven. Onduidelijk is waarom De Arbeiderspers hiermee is gestopt. Jammer want daardoor is Perutz in Nederland onvoldoende bekend en hebben we de uit Joods perspectief meest interessante werken, St. Petri-Schnee, Mainacht in Wien en Nachts unter der steinernen Brücke, niet in Nederlandse vertaling.

Hans-Harald Müller, Leo Perutz, Biographie, Paul Zsolnay Verlag, 2007 Bij De Arbeiderspers zijn verschenen: De Zweedse Ruiter, De Judas van Leonardo, De Marques de Bolibar en De Meester van de Jongste Dag.
St. Petri-Schnee, Mainacht in Wien en Nachts unter der steinernen Brücke zijn te koop bij DTV, de Deutscher Taschenbuch Verlag. Wie liever een fraaie gebonden uitgave heeft, kan terecht bij Paul Zsolnay Verlag.



<< De kant van Jeanne WeilBernard Malamud >>

Reageren op dit blog?
Uw naam:
Email:
Reactie:
vul de beveiligings-code in
Leo Frijda was rechter en geniet nu van zijn pensioen. Hij is redacteur van Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam en schrijft daarin onder andere over literatuur. Hij is verder bestuurslid van de Stichting Individuele Marorgelden en voorzitter van de bezwarencommissie van het Joods Humanitair Fonds.


Volg dit blog automatisch!

Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed.

Abonneer via RSS
Add to Google Abonneer via Google

Klik hier voor meer informatie over RSS


juli 2010:
Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
Walther Rathenau: Höre, Israel!

juni 2010:
Multatuli en de Joden
Multatuli en W.A. Paap
Herman de Man: Jood onder de boeren

mei 2010:
Herman de Man: ik ben een Jood
Carry van Bruggen: een moedige Jodin
Carry van Bruggen: De verlatene

april 2010:
Carry van Bruggen: Seideravond
Izak de Haan
Carry van Bruggen
Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten

maart 2010:
Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
Assaf Gavron
Celan en Bachmann (2)
Celan en Bachmann (1)

februari 2010:
Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
Heinz Liepmann bestraft
Tussen orthodoxie en assimilatie

januari 2010:
Soma Morgenstern in de vergeethoek
Hooligan in Roemenië
Nogmaals Feuchtwanger
Het succes van Feuchtwanger

december 2009:
Paul Hellmann, medeaanklager
Lezen over Auschwitz

november 2009:
Ernst Weiss
Bruno Schulz
De zwarte zwaan van Israël

oktober 2009:
Kafka en Else Lasker-Schüler
Rahel Varnhagen
Jacob Israël de Haan
Noem het slaap
Ongemakkelijk

september 2009:
Bernard Malamud
Leo Perutz
De kant van Jeanne Weil
De familie Pringsheim

augustus 2009:
Simone Veil
Grete Weil

juni 2009:
Heinrich Heine
Ferrara

mei 2009:
Imre Kertész
Aharon Appelfeld
Joseph Roth (2)

april 2009:
Joseph Roth (1)
Zoektochten

maart 2009:
Tegen het vergeten
Jeruzalem stond om ons heen
Berditsjev
Engführung

februari 2009:
Het lezen van Celan
Moederland woord
Abraham Sonne
Canetti en het jodendom

januari 2009:
Dora Diamant
Kafka en het zionisme
Canon


Amphora