Jeruzalem stond om ons heen
vrijdag 20 maart 2009  

Ik toon je Jeruzalem, had Ilana Shmueli tegen Paul Celan gezegd bij hun ontmoeting in Parijs op 11 september 1965. Lang geleden, in Czernowitz, behoorden ze tot dezelfde vriendenkring, maar ze hadden elkaar uit het oog verloren. Shmueli wist in 1944 naar Palestina te ontkomen en Celan was uiteindelijk naar Parijs gegaan. Het heeft tot oktober 1969 geduurd voordat Celan voor de eerste en enige keer daadwerkelijk naar Israël ging, waar hij op uitnodiging van de Hebreeuwse schrijversbond gedichten las. Vooral het tijdens de zesdaagse oorlog van juni 1967 ontstane gedicht Denk dir maakte grote indruk. Denk dir: der Moorsoldat von Massada bringt sich Heimat bei … Een gedicht over Israel noemde Celan het.

Bedenk: je
eigen hand
heeft dit weer
in het leven omhoog-
geleden
stuk
bewoonbare aarde
vastgehouden.

Celan had Shmueli en Israël laten wachten. In een indringend gedicht uit 1968 heet het: Mandelnde … dich liess ich warten, dich. En het gedicht eindigt met Hachnissini, het neem mij in je op uit het bekende gedicht van Bialik. Ik heb niets op deze wereld, neem mij onder je vleugels, zo ging Celan in 1969 naar Israël. Hij nam zichzelf mee.

De briefwisseling tussen Celan en Shmueli is warm en triest tegelijk. Het begint met warmte, letterlijk, de hitte telt ons bij elkaar in het ezelgebalk voor Absaloms graf, ook hier. Shmueli heeft Celan Jeruzalem laten zien en tussen hen is een liefdesrelatie ontstaan. Wat ze hebben gezien, heeft Shmueli bijgehouden: de Mount Scopus, de Olijfberg, de oude stad en haar poorten, de molen van Montefiori, het graf van koning David en niet te vergeten café Atara, het café dat ook Aharon Appelfeld, eveneens uit Czernowitz afkomstig, vaak bezocht. Of ze elkaar hebben ontmoet, weet ik niet. In een nawoord bij de briefwisseling heeft Shmueli haar herinneringen aan Celan samengevat. Wat Celan in Israël heeft ervaren, heeft hij vormgegeven in de twintig gedichten uit de Jeruzalemcyclus, opgenomen in de postuum verschenen bundel Zeitgehoft. De relatie met Shmueli maakt dat in die gedichten Jeruzalem en de geliefde met elkaar verweven zijn: Jeruzalem stond om ons heen, dicht Celan.

Israël betekende veel voor Celan. Ik stond in jou: Celan voelde zich in Jeruzalem geborgen. En terug in Parijs schrijft hij aan Shmueli: dass Jerusalem eine Wende, eine Zäsur sein würde in meinem Leben - das wusste ich. Enkele dagen later herhaalt hij: Jerusalem hat mich aufgerichtet und gestärkt. Paris drückt mich nieder und hohlt mich aus. Toch heeft Celan vier dagen eerder dan gepland Israël hals over kop verlaten en is hij teruggegaan naar Parijs.

Waarom? Celan heeft zich daar niet duidelijk over uitgelaten. Er zijn een paar aanwijzingen. In Tel Aviv las hij voor aan Israëliërs die afkomstig waren uit de Boekovina. Als hun lotgenoot werd hij erkend maar als dichter voelde hij zich ook door hen onvoldoende begrepen. Hij was bovendien bezorgd om Israël en schreef al eerder over eine Kette von Kriegen die hij voorzag. Aan Shmueli zegt hij dat zijn denken an Israel auch ein Bangen um Israel is. Maar is dit alles genoegzaam als verklaring voor de angstgevoelens die de laatste vier dagen voor zijn plotselinge vertrek overheersten? De belangrijkste reden voor zijn vlucht zal Celan zelf zijn geweest. Hij was voordien langere tijd, van november 1968 tot februari 1969, in een psychiatrisch ziekenhuis behandeld. Door de reis naar Israël en de ontmoeting met Shmueli waren zijn angsten niet geweken. Het kleurt de na oktober 1969 voortgezette briefwisseling. Al op 23 november 1969 schrijft Celan: ich fühle, ich weiss, dass die Kräfte, die ich in Jerusalem hatte, geschwunden sind. Shmueli antwoordt hem: wir werden uns nicht mehr quälen müssen. Ze ziet zijn eenzaamheid en vertwijfeling, maar bereikt hem niet meer. Ook hun ontmoeting in Parijs, januari 1970, brengt geen verbetering. In mir ist höllische Leere, noteert Celan.

Nog op 6 maart 1970 schrijft Celan aan Shmueli: Wäre ich, ich sagte es Dir ja, im Vollbesitz meiner Kräfte, ich ginge nach Israel, ohne Illusionen, aber - ich ginge hin. En op 27 maart 1970: Es ist ein Kampf, Ilana, ich kämpfe ihn aus, Du weisst, dass es ein jüdischer Kampf ist. In zijn brief van 12 april 1970, een week voor zijn zelfgekozen dood, drukt Paul Celan jegens Ilana Shmueli zijn dankbaarheid uit. Deze laatste brief eindigt: Du weisst, was meine Gedichte sind - lies sie, das spüre ich dann.

Paul Celan - Ilana Shmueli, Briefwechsel, Suhrkamp 2004. De vertalingen van de gedichten van Celan zijn van de hand van Ton Naaijkens (Paul Celan, Verzamelde gedichten, Meulenhoff 2003).



<< BerditsjevTegen het vergeten >>

Reageren op dit blog?
Uw naam:
Email:
Reactie:
vul de beveiligings-code in
Leo Frijda was rechter en geniet nu van zijn pensioen. Hij is redacteur van Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam en schrijft daarin onder andere over literatuur. Hij is verder bestuurslid van de Stichting Individuele Marorgelden en voorzitter van de bezwarencommissie van het Joods Humanitair Fonds.


Volg dit blog automatisch!

Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed.

Abonneer via RSS
Add to Google Abonneer via Google

Klik hier voor meer informatie over RSS


juli 2010:
Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
Walther Rathenau: Höre, Israel!

juni 2010:
Multatuli en de Joden
Multatuli en W.A. Paap
Herman de Man: Jood onder de boeren

mei 2010:
Herman de Man: ik ben een Jood
Carry van Bruggen: een moedige Jodin
Carry van Bruggen: De verlatene

april 2010:
Carry van Bruggen: Seideravond
Izak de Haan
Carry van Bruggen
Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten

maart 2010:
Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
Assaf Gavron
Celan en Bachmann (2)
Celan en Bachmann (1)

februari 2010:
Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
Heinz Liepmann bestraft
Tussen orthodoxie en assimilatie

januari 2010:
Soma Morgenstern in de vergeethoek
Hooligan in Roemenië
Nogmaals Feuchtwanger
Het succes van Feuchtwanger

december 2009:
Paul Hellmann, medeaanklager
Lezen over Auschwitz

november 2009:
Ernst Weiss
Bruno Schulz
De zwarte zwaan van Israël

oktober 2009:
Kafka en Else Lasker-Schüler
Rahel Varnhagen
Jacob Israël de Haan
Noem het slaap
Ongemakkelijk

september 2009:
Bernard Malamud
Leo Perutz
De kant van Jeanne Weil
De familie Pringsheim

augustus 2009:
Simone Veil
Grete Weil

juni 2009:
Heinrich Heine
Ferrara

mei 2009:
Imre Kertész
Aharon Appelfeld
Joseph Roth (2)

april 2009:
Joseph Roth (1)
Zoektochten

maart 2009:
Tegen het vergeten
Jeruzalem stond om ons heen
Berditsjev
Engführung

februari 2009:
Het lezen van Celan
Moederland woord
Abraham Sonne
Canetti en het jodendom

januari 2009:
Dora Diamant
Kafka en het zionisme
Canon


Amphora