|
WEBCOLUMN LEO FRIJDA
Moederland woord vrijdag 20 februari 2009 Een Kafka uit Praag, een Roth uit Brody en een Celan uit Czernowitz zullen er nooit meer zijn. De Duitstalige Joodse cultuur van vóór 1940 is definitief uit die streken van Oost-Europa verdwenen. Czernowitz, nu in de Oekraïne gelegen maar voorheen hoofdstad van de Boekovina, kan daarvoor symbool staan. Wie geïnteresseerd is, kan over Czernowitz de nodige literatuur vinden. Ik noem Czernowitz, Jüdische Städtebild en Czernowitz, Die Geschichte einer untergegangenen Kulturmetropole. Hieraan is niets overdreven. In Czernowitz moet de cultuur in al haar facetten aanwezig zijn geweest. Dat gold ook de literatuur. Paul Celan heeft de Boekovina een land genoemd waar mensen en boeken leefden. Hij zei dat in zijn Bremer rede, in 1958. In de verleden tijd. Voor 1940 maakten ongeveer 50.000 Joden deel uit van de 110.000 inwoners van Czernowitz. Zij zijn in meerderheid naar Transnistrië verdreven en daar omgebracht. Er is nog maar weinig Joods leven in Czernowitz. Één van de vele synagoges, eens teken van de bloei en welstand van de grote Joodse gemeenschap, is nu een bioscoop. De dichters Rose Aüslander (1907-1978) en Paul Celan (1920-1970) hebben het overleefd. Daarna hebben zij de Boekovina verlaten. Hun gedichten schreven zij in de Duitse taal. Daarover laat ik hen in deze column aan het woord. Rose Ausländer is in Czernowitz geboren als Rosalie Scherzer. Na in Amerika te hebben gewoond en daar korte tijd getrouwd te zijn geweest met Ignaz Ausländer, is zij in 1931, in verband met ziekte van haar moeder, naar Czernowitz teruggekeerd, waar zij de oorlogsjaren in het getto heeft doorgebracht. Rose Ausländer is overleden in het Joodse bejaardentehuis Nelly Sachs in Düsseldorf. Veel van haar gedichten gaan over de Boekovina en over de Sjoa. Zoals Transnistrië 1941:
En vaak ook over de taal waarin ze nog kon leven. Uit het gedicht Sprache:
Het vorenstaande is samengevat in het gedicht Mutterland.
Rose Ausländer heeft Paul Celan gekend en daarover later gedicht:
Paul Celan is in Czernowitz geboren als Paul Antschel. Aan hem zal ik de komende tijd nog enkele columns wijden. Hier gaat het om het dichten in de Duitse taal, ook na de Sjoa. Paul Celan heeft in die donkere dagen beide ouders, Leo Antschel en Fritzi Schrager, verloren. Ook zij zijn naar Transnistrië verdreven. De vader is in de herfst van 1942 omgekomen, de moeder is in de winter 1943/1944 neergeschoten, mijn moeders haar werd nimmer wit, schrijft Celan in één van zijn gedichten. En in het gedicht Nähe der Gräber: Und duldest du, Mutter, wie einst, ach, daheim,
den leisen, den deutschen, den schmerzlichen Reim? Verdraag je dan, moeder, als toen, ach, als thuis, het zachte, het pijnlijke rijm van het Duits? Muttersprache Mördersprache is een formulering die men in dit verband wel heeft gebruikt. Maar Celan ook nog de taal van zijn moeder afnemen? Celan had nog slechts zijn dichterschap om telkens en telkens opnieuw te verwoorden wat in woorden nauwelijks te zeggen valt. In de al aangehaalde Bremer rede zei Celan over de Duitse taal: Bereikbaar, dichtbij en onverloren bleef te midden van alle verliezen dat ene: de taal. Ja, ondanks alles bleef zij, de taal, onverloren. Uit Czernowitz was Rose Ausländer en Paul Celan alleen de taal gebleven. Ondanks alles. Czernowitz, Jüdisches Städtebild, Jüdischer Verlag, 1998 Czernowitz, Die Geschichte einer untergegangenen Kulturmetropole, Ch. Links Verlag, 2006 De vertalingen van de gedichten van Rose Ausländer zijn van E. Ottevaere en P. Thomas uit Moederland woord, gedichten van Rose Ausländer, Signum, 1985. Wie geïnteresseerd is in Rose Ausländer verwijs ik naar de biografieën van Cilly Helfrich uit 1995 en H. Braun uit 1999. De vertalingen van het proza en de gedichten van Paul Celan zijn van T. Naaijkens uit Paul Celan, Verzamelde gedichten, de prachtige uitgave van Meulenhoff uit 2003.
|
Leo Frijda was rechter en geniet nu van zijn pensioen. Hij is redacteur van Kol Mokum, het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam en schrijft daarin onder andere over literatuur. Hij is verder bestuurslid van de Stichting Individuele Marorgelden en voorzitter van de bezwarencommissie van het Joods Humanitair Fonds.
Volg dit blog automatisch!
Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed. Abonneer via RSS Abonneer via Google
Klik hier voor meer informatie over RSS juli 2010:
Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude Walther Rathenau: Höre, Israel! juni 2010: Multatuli en de Joden Multatuli en W.A. Paap Herman de Man: Jood onder de boeren mei 2010: Herman de Man: ik ben een Jood Carry van Bruggen: een moedige Jodin Carry van Bruggen: De verlatene april 2010: Carry van Bruggen: Seideravond Izak de Haan Carry van Bruggen Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten maart 2010: Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford Assaf Gavron Celan en Bachmann (2) Celan en Bachmann (1) februari 2010: Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood Heinz Liepmann bestraft Tussen orthodoxie en assimilatie januari 2010: Soma Morgenstern in de vergeethoek Hooligan in Roemenië Nogmaals Feuchtwanger Het succes van Feuchtwanger december 2009: Paul Hellmann, medeaanklager Lezen over Auschwitz november 2009: Ernst Weiss Bruno Schulz De zwarte zwaan van Israël oktober 2009: Kafka en Else Lasker-Schüler Rahel Varnhagen Jacob Israël de Haan Noem het slaap Ongemakkelijk september 2009: Bernard Malamud Leo Perutz De kant van Jeanne Weil De familie Pringsheim augustus 2009: Simone Veil Grete Weil juni 2009: Heinrich Heine Ferrara mei 2009: Imre Kertész Aharon Appelfeld Joseph Roth (2) april 2009: Joseph Roth (1) Zoektochten maart 2009: Tegen het vergeten Jeruzalem stond om ons heen Berditsjev Engführung februari 2009: Het lezen van Celan Moederland woord Abraham Sonne Canetti en het jodendom januari 2009: Dora Diamant Kafka en het zionisme Canon |
||||||||||||||