|
WEBCOLUMN LEO MOCK
Cafépraat vrijdag 16 januari 2009 Hoewel ik inmiddels alweer in ons vertrouwde Nederland ben teruggekeerd, wil ik toch nog even een ervaring uit Israёl met u delen. Een andere favoriete bezigheid van me – behalve exotische Joodse boeken kopen – is het drinken van een cappuccino in een café of op een terrasje en te genieten van het natuurschoon om mij heen. Nu heb ik de merkwaardige neiging om vaak terug te keren naar dezelfde plekken – volgens een vriend van me een neurotisch trekje. Zo heb ik in Rechovot een vast tentje waar ik vaak kom om een goede kop koffie te drinken - geen koffieprut die onder de sjieke naam van ´Turkse koffie´ opgediend wordt - en afhankelijk van mijn taille een stuk gebak erbij. Israëli´s zijn een stuk spraakzamer dan Nederlanders en voor je het weet heb je een geanimeerd gesprek met een verder onbekend persoon. Zo had ik met de serveerster een indringend gesprek over haar bezoek aan Nederland 8 jaar geleden, over de voor- en nadelen van Vista, en over het huidige Nederlandse drugsbeleid. Een andere vaste klant vertelde het droevige verhaal over haar vader – een Sjoa-overlevende – die volledig eenzaam stierf, zonder dat er enig familielid of vrienden bij waren. Weer een andere aanwezige bleek in de jaren 80 van de vorige eeuw een tijdje in Nederland te hebben gewoond en was daar nog vol van. In Jeruzalem heb ik ook zo’n vast klein café dat ik regelmatig aandoe en waar levensmoede twintigers de bediening verzorgen. Een van hen vertelde dat hij Oosterse Muziek studeerde, een mij verder onbekende studierichting. De ander, een vrouw, studeerde een tijdje Industriёle vormgeving maar is daar mee gestopt; ze trok het niet meer. Tussen een kalende dertiger en een oude man in een leren jasje uit de jaren 60, ontspon zich een surrealistisch gesprek waarvan ik slechts een gedeelte kon opvangen. Volgens de kale dertiger leed de ezel aan een slecht imago. ´Wie zegt dat ezels dom zijn´, zei hij nu wat harder. Hij herhaalde deze uitspraak nogmaals om zijn gesprekspartner tot een reactie te bewegen. Omdat er echter geen reactie volgde, ging de man maar verder met zijn luidruchtige monoloog. ´Paarden, die zijn pas stom. Bang en schichtig zijn ze. Ze raken bij alles afgeleid. Nee, ezels die hebben pas pit!´ Ik mompel vanuit de zijlijn dat de Masjiach niet voor niets op een ezel rijdt, maar wordt genegeerd. ´Ik wil een ezel hebben´, zei de kale man nu op een bekentenisachtige toon. Nu reageerde de oude man alsof hij plotseling ontwaakte. ´Dat mag helemaal niet, in de bebouwde kom – te gevaarlijk´, zei hij met zijn krakende stem. ´Gevaarlijk?´ ´Wat is daar nu weer gevaarlijk aan?´, wilde de jonge man weten. ´Ze kunnen schade berokkenen aan voorwerpen, huizen en dergelijke en bovendien kan het gevaarlijk zijn voor mensen´. ´Onzin´, baste de kale dertiger, ´paarden zijn door hun schichtigheid veel onberekenbaarder´. ´Ik kan wel een ezel voor je verzorgen, als je dat echt wil. Voor 100 sjekel´, zei de oude man. Hij bleek namelijk bij een of andere organisatie van natuurbescherming te werken, of ooit gewerkt te hebben. En om de daad bij het woord te voegen, pakte de oude man zijn mobiel en tikte een nummer in. Hierna ging helaas een klein gedeelte van het gesprek voor me verloren doordat er nieuwe klanten binnen kwamen. Wel hoorde ik hem in de telefoon roepen dat hij iemand hier had die een ezel wilde hebben, en of degene aan de andere kant van de lijn hem hierin kon voorzien. Hoe het afliep, weet ik niet, want ik moest helaas weg naar een afspraak. Toch moest ik aan dit enigszins merkwaardige gesprek denken. De kale man had een punt te pakken. Als we naar Tenach kijken, dan komt juist het paard er negatief vanaf en niet de ezel! In de verhalen rond de Uittocht uit Egypte vermeldt de Tora meerdere malen dat de Egyptenaren met hun rijtuigen, paarden en ruiters in zee verdwenen. Blijkbaar staan paarden symbool voor Egypte. Dat blijkt ook uit de voorschriften rond de Joodse koning. Die mocht niet te veel paarden hebben (ook niet te veel vrouwen), zodat hij het volk niet terug naar Egypte zou leiden (Dewariem 17:16). Paarden staan voor de luxe, materiёle wereld van Egypte, waar niet meer naar teruggekeerd mag worden. Ook vinden we het paard niet tussen de dieren die de 12 stammen symboliseren, maar de ezel wel! Jissachar is namelijk ´een ezel met stevige botten´ (Bereesjiet 49:14). Hetgeen mij bij de vraag brengt waarom sommige dieren zo’n slecht imago hebben. Neem nu het varken. Dat is inderdaad niet kosjer, maar dat zijn zoveel dieren niet. Toch zijn er weinig dieren die zo een taboe vormen voor Joden, als het varken. Raar, want Tenach is verder niet uitzonderlijk negatief over het varken. Eigenlijk heeft de niet-kosjere status van een dier paradoxaal genoeg een beschermend karakter – het dier mag immers niet gegeten worden! Terwijl een rein dier gedood wordt als voedsel. Maar is er wel een relatie tussen de eigenschappen van een dier en het feit of een bepaald dier wel of niet kosjer is? Zijn varkens, ezels, leeuwen, garnalen en honden ´slecht´ en mogen ze daarom niet gegeten worden? Of beter: vertegenwoordigen ze negatieve spirituele kwaliteiten? Ik denk dat het wel meevalt, want anders zouden nooit niet-kosjere dieren gekozen zijn als symbolen voor de 12 stammen van Israёl: leeuw, ezel, slang, wolf (Bereesjiet 49:8-27). Toch vertelde iemand me laatst dat ze geen knuffeldieren voor haar kleinkinderen kon kopen, omdat die doorgaans niet-kosjer zijn. En de Rebbe had gezegd dat dat niet mocht. Tja. Toch is de vraag naar de relatie tussen de fysieke wereld en de wetten uit de Tora een interessante. Hebben de wetten van de Tora consequenties in de materiёle wereld? Kan je reinheid en onreinheid meten? Is heiligheid een kwaliteit die werkelijk aanwezig is in bepaalde voorwerpen of voedsel? Of laat het niets anders zien dan onze relatie tot bepaalde dingen? Wat me weer doet denken aan dat mikve met lichtelijk sjmotz water, lang geleden toen ik nog haar had en chassidisch was. Enigszins weifelend stond ik aan de rand van het water en aarzelde of ik me daar in zou onderdompelen. ´Moet je je daarin reinigen?´, zei ik tegen mijn mede-chassied. Volgens hem kon je er echter niet ziek van worden want het was een mitswe. Vooruit dan maar. Het water rook - zoals verwacht - ranzig. Later hoorde ik enge verhalen over mensen die hepatitis in een mikve hadden opgelopen. Met de beschermende werking van een mitswe viel het dus wel mee. Of juist tegen.
|
Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is sinds 1999 docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Samen met co-auteur rabbijn R. Evers schreef hij Aan tafel bij de rabbijn - eten en drinken in bijbels perspectief (1999). In Zappen door de Talmoed (2002) en Surfen op de zee van de Talmoed (2004) vindt de lezer zijn talmoedcolumns die hij in de periode 1999-2003 publiceerde in het NIW. Voor Crescas verzorgt Leo Mock, naast zijn wekelijkse web-column, diverse Talmoed-cursussen.
Volg dit blog automatisch!
Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed. Abonneer via RSS Abonneer via Google
Klik hier voor meer informatie over RSS juli 2010:
Paul Keppeltjesdag juni 2010: Een echte held Politici laten zich niet horen Bowlen mei 2010: Jesaja 53:5 Eten Koninginnedag april 2010: Lag Be'omer Feestvieren en herdenken Dóórpakken Ben jij nog in? Pesach: waar gaat het echt om? maart 2010: Méér dan vier vragen ... Insecten De langste Poeriem ooit Herken de Poeriemgrap! februari 2010: Rare vragen, rare antwoorden Rabbijn Elon in problemen Gescheiden buslijnen Nogmaals de diboek januari 2010: Diboek Natuurrampen Een boek kopen Uitvinding van de bakker Oud-en-Nieuw december 2009: Taal Halachisch veroorzaakte kinderloosheid november 2009: Dawwenen op het juiste moment Kosjer Bidden om regen Het wisselen van de seizoenen oktober 2009: Leerhuizen in de mediene Een boek uitlezen Onze minhag Een soeka in de Diaspora Soekotmelancholie september 2009: Jom Kippoer Leeuwen en beren Woordeloze haast De 'midrechov' in Jeruzalem augustus 2009: Tatoeages, een beladen imago Op bezoek bij S juni 2009: Vakantie Generatiekloof mei 2009: Cheesecake Keukenhof Varkensgriep april 2009: Vakantie Chameets maart 2009: Een jesjiva-gave Wie zonder zonde is, wordt immuun voor ..... Economie Poeriem februari 2009: Taal en getallen Internet-tribalisme Verkiezingen De taxichauffeur en de zoon van de rabbijn januari 2009: Liefde Oppassen voor slangengif! Cafépraat Veel boeken – en een goed huwelijk december 2008: Een ongeluk of dood door schuld? De Israëlische State Controller De periferie november 2008: Zending Kromme komkommers Actie en reactie De regenmaker oktober 2008: Slechte gedachtes Hosjanna Rabbah Soekot Onze zondes Een oud kabbalistisch gebed |
||||||