|
WEBCOLUMN LEO MOCK
Ben jij nog in? vrijdag 9 april 2010 Nu de matzebergen, kremsjeliesj-heuvels, kokoskoekjes-dalen en druivensap-rivieren bedwongen zijn, ben ik nog vol van Pesach. En dan bedoel ik niet alleen mijn ingewanden ... Pesach in Nederland vind ik altijd erg vermoeiend, in vergelijking met Israël. Dat komt omdat het openbare leven er natuurlijk helemaal niet op was ingesteld. In Israël heeft bijna iedereen vrij op Pesach, religieuze mensen al helemaal. Zo is het feest een nationaal feest dat door bijna iedereen wel gevierd wordt, ieder op eigen wijze. In Nederland is het de voortdurende wisseling tussen heilige dagen en seculiere die het vermoeiend maakt. Want, op de tussendagen – Chol ha-Mo’ed – werkt hier natuurlijk iedereen. Zo kom je in een scherp wisselend ritme terecht van rusten en actief zijn, dat paradoxaal genoeg vermoeiender is dan een gewone werkweek. Ben ook altijd weer blij als de chameets-hysterie wat is gaan liggen en mensen weer naar de normale wereld terugkeren. Zo kwam het gesprek met één van onze kennissen op de afwasmachine. 'Hoe doen jullie dat nu met de afwasmachine op Pesach?', vroeg ze. Nu heb ik al dat gedoe over die afwasmachine nooit begrepen. Kluiven mensen op de afwasbakken, likken ze aan de afwasrekken, of lebberen ze het filter leeg? Ik bedoel, je maakt toch gewoon het filter schoon, reinigt de rekken en laat de machine één keer op het langste programma en op de hoogste temperatuur (70 graden!) draaien – met waspoeder natuurlijk? Wat kan er dan nog gebeuren? Je gebruikt de afwasmachine sowieso enkele dagen voor Pesach al niet meer voor chameets, omdat er de laatste dagen voor Pesach nauwelijks normaal wordt gegeten. Gewoon een boterhammetje / pizza / patat in de tuin of uit eten gaan is meestal de oplossing om het gereinigde huis schoon te houden. Ik begrijp er dan ook niets van. Nu had een rabbijn haar verteld dat mijn manier uiteraard niet genoeg was. Nee, je moest de binnenkant van de afwasmachine met stoom reinigen. Maar, hoe kom je aan stoom? Ah, het stoomstrijkijzer biedt uitkomst ... En dus werd deze dame gedwongen om de binnenkant van haar afwasmachine met een stoomstrijkijzer schoon te stomen. Schluss – genoeg over Pesach. 'Ben jij nog in?' - misschien krijgt u deze vraag van een mede-Jood gesteld één dezer dagen. Mijn advies: zeg ja, ook al heeft u geen idee waar het over gaat. Waar gaat het over? Over het Omertellen natuurlijk. 'Ben jij nog in?' betekent – heb je alle dagen geteld en heb je het niet een dag vergeten, want dan mag je niet meer meetellen met beracha. Volgens rabbijnse teksten beginnen we namelijk vanaf de 2e dag Pesach met het tellen van 49 dagen tot aan Sjawoe'ot – het Wekenfeest – dat op de 50e dag na Pesach wordt gevierd. Vroeger werd op de 2e dag Pesach de eerste snijding van de gerstoogst naar de Tempel gebracht. Na deze rituele snijding was het pas geoorloofd om van de nieuwe gerstoogst te eten. Vervolgens werden er 49 dagen geteld tot Sjawoe'ot waarop broden, van de nieuwe tarweoogst gebakken, naar de Tempel werden gebracht. Zo stond met Pesach de gerstoogst centraal, en met Sjawoe'ot de tarweoogst. Nu is dat overigens allemaal helemaal niet zo simpel als je de bijbelteksten erbij neemt. In hoofdstuk 23 van Wajikra (Leviticus) worden de Joodse bijbelse feestdagen in de Tora beschreven. We lezen eerst over Pesach (23:4-8) – da's niet al te moeilijk. Maar dan volgt meteen daarop een cryptisch stuk: En de Eeuwige sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: Wanneer u komt in het land dat Ik u geef, en de oogst daarvan afsnijdt, dan zult u de eerstelingsgarve van uw snijding naar de priester brengen, en hij zal de garve voor het aangezicht van de Eeuwige bewegen, opdat u welgevallig zijt; daags na de sjabbat zal de priester die bewegen. (23:9-11)
Ogenschijnlijk heeft dit allemaal niets met Pesach te maken – maar met de oogsttijd. En de oogst van wat eigenlijk? Druiven, vijgen, graan of citrusvruchten? De tekst zelf lijkt echter te suggereren dat het over graan gaat, want even later lezen we: Tot op die dag zult u geen brood (lechem), geen geroosterd of vers koren eten, totdat u de offergave van uw God gebracht hebt: het is een eeuwigdurende wet voor uw geslachten, in al uw woonplaatsen (23:14)
Maar wat heeft dit allemaal met Pesach te maken? De tekst zegt niets over Pesach, maar omdat het stuk direct volgt op dat van Pesach, brengt men beide teksten met elkaar in verband. De 'dag na de sjabbat' waarover gesproken wordt, moet dus op Pesach vallen. Maar wacht eens even, de 2e dag Pesach is toch niet elk jaar een Sjabbat? Klopt. Andere groeperingen gingen uit van een vaste kalender waarop de 2e dag Pesach blijkbaar altijd op een zondag viel, en de 1e dag een Sjabbat was. Dat kan dan ook alleen in een zonnekalender. De rabbijnen die vinden dat de maankalender de juiste is, komen hier dan ook in de problemen. Maar met hun spitsvondigheden redden ze zich eruit – de 'dag na de sjabbat' betekent volgens hen: de dag na de 1e dag van Pesach die een feestdag is waarop geen werk mag verricht worden, en dus ook een Sjabbat genoemd kan worden. Niet per sé de 7e dag van de week dus. Na die eerste snijding gaan we tellen: Dan zult u voor uzelf tellen van de dag na de sjabbat, van de dag waarop u de Omer (garve) van het 'offer der beweging' gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn; tot de dag na de zevende sabbat zult u tellen, vijftig dagen; dan zult u een nieuw spijsoffer aan de Eeuwige brengen. Uit uw woonplaatsen zult u 'broden der beweging' brengen; uit twee tienden efa fijn meel zullen zij bereid worden, gezuurd zullen zij gebakken worden, eerstelingen voor de Eeuwige (23:15-17)
Er moeten dus blijkbaar twee broden gebracht worden naar de Tempel (dat staat er overigens niet letterlijk) die gemaakt zijn van de nieuwe tarweoogst – wat er ook niet letterlijk staat. De dag van het brengen van de broden van de nieuwe oogst, is een heilige dag met werkverbod: Op deze zelfde dag zult u een oproep doen uitgaan, u zult een heilige samenkomst hebben, geen arbeid en werk zult u verrichten; het is een Eeuwige wet, in al uw woonplaatsen, voor uw geslachten (23:21)
We hebben het dan toch over Sjawoe'ot – maar waarom staat dat er niet explicieter? Wie zich echter verdiept in de landbouw in Israël in bijbelse tijden ziet dat het allemaal minder vreemd is dan het lijkt. Gerst wordt inderdaad eerder geoogst dan tarwe. Een indicatie hiervoor vond men bijvoorbeeld in de Gezer Kalender, gevonden bij Tel-Gezer in de buurt van het moderne Ramle en Lod. In deze schrijfoefening op kalksteen worden de landbouwactiviteiten beschreven van het Land Israël in de 10e eeuw. De inscriptie is geschreven in het oude Hebreeuwse schrift, in een Noord-Westelijk dialect van een semitische taal – waarschijnlijk bijbels Hebreeuws. Ook over de precieze tekst is onduidelijkheid – sommige letters ontbreken of de vertaling is onduidelijk.
Twee maanden binnenhalen /
verzamelen (van de vruchten) twee maanden zaaiing twee maanden laat-zaaisel (?) een maand oogsten van vlas een maand gerste-oogst een maand van oogst en alles of: een maand voor het afmaken van de oogst twee maanden druivensnijden een maand zomerfruit De tekst leert ons in ieder geval dat de oogst van graan ongeveer twee maanden duurde – hetgeen dicht bij de 49 dagen van de Tora ligt. Omdat gerst expliciet wordt genoemd, zal in de tweede oogstperiode – een maand van oogst en alles of: een maand voor het afmaken van de oogst – wel het tarwe geoogst worden. Klopt alles toch nog ongeveer ...
Reacties:
Gert F. Dekkervrijdag 9 april 10, 11:41
Beste Leo, Reageren op dit blog?
|
Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is sinds 1999 docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Samen met co-auteur rabbijn R. Evers schreef hij Aan tafel bij de rabbijn - eten en drinken in bijbels perspectief (1999). In Zappen door de Talmoed (2002) en Surfen op de zee van de Talmoed (2004) vindt de lezer zijn talmoedcolumns die hij in de periode 1999-2003 publiceerde in het NIW. Voor Crescas verzorgt Leo Mock, naast zijn wekelijkse web-column, diverse Talmoed-cursussen.
Volg dit blog automatisch!
Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed. Abonneer via RSS Abonneer via Google
Klik hier voor meer informatie over RSS september 2010:
Een tzaddiek augustus 2010: Wat doen we op sjabbat? Een ontspannen vakantie juli 2010: Paul Keppeltjesdag juni 2010: Een echte held Politici laten zich niet horen Bowlen mei 2010: Jesaja 53:5 Eten Koninginnedag april 2010: Lag Be'omer Feestvieren en herdenken Dóórpakken Ben jij nog in? Pesach: waar gaat het echt om? maart 2010: Méér dan vier vragen ... Insecten De langste Poeriem ooit Herken de Poeriemgrap! februari 2010: Rare vragen, rare antwoorden Rabbijn Elon in problemen Gescheiden buslijnen Nogmaals de diboek januari 2010: Diboek Natuurrampen Een boek kopen Uitvinding van de bakker Oud-en-Nieuw december 2009: Taal Halachisch veroorzaakte kinderloosheid november 2009: Dawwenen op het juiste moment Kosjer Bidden om regen Het wisselen van de seizoenen oktober 2009: Leerhuizen in de mediene Een boek uitlezen Onze minhag Een soeka in de Diaspora Soekotmelancholie september 2009: Jom Kippoer Leeuwen en beren Woordeloze haast De 'midrechov' in Jeruzalem augustus 2009: Tatoeages, een beladen imago Op bezoek bij S juni 2009: Vakantie Generatiekloof mei 2009: Cheesecake Keukenhof Varkensgriep april 2009: Vakantie Chameets maart 2009: Een jesjiva-gave Wie zonder zonde is, wordt immuun voor ..... Economie Poeriem februari 2009: Taal en getallen Internet-tribalisme Verkiezingen De taxichauffeur en de zoon van de rabbijn januari 2009: Liefde Oppassen voor slangengif! Cafépraat Veel boeken – en een goed huwelijk december 2008: Een ongeluk of dood door schuld? De Israëlische State Controller De periferie november 2008: Zending Kromme komkommers Actie en reactie De regenmaker oktober 2008: Slechte gedachtes Hosjanna Rabbah Soekot Onze zondes Een oud kabbalistisch gebed |
||||||