|
WEBCOLUMN LEO MOCK
Diboek vrijdag 29 januari 2010 Op 6 januari 2010 zag ik op de Israëlische televisie een toch wel zeer opmerkelijk schouwspel. In het hart van de ultra-orthodoxe wijk Ge’oela, in de leerschool Yeshivat haShalom, werd in aanwezigheid van duizenden mensen een diboek uitgedreven – althans een poging daartoe gedaan. Hoofdrolspeler in dit toch wel merkwaardige verhaal is de kabbalist rabbijn David Batzri. Deze man zou al eerder enkele mensen van een diboek genezen hebben. Maar wat is een diboek? Een diboek is een begrip dat verwijst naar het verschijnsel dat de ziel van een dode bezit neemt van een levend persoon. Deze persoon gaat zich hierdoor heel anders gedragen, bijvoorbeeld door vreemde talen te praten, de religieuze normen van de gemeenschap te breken, en ander raar gedrag. Wij zouden zeggen: een acute psychose, schizofrenie of andere psychosomatische ziektebeelden. Volgens de kabbalisten is de diboek een geest van een overleden, zondig persoon die nog niet eens de hel in mag en daarom ronddoolt en probeert bezit te nemen van een levende persoon, om zich op deze manier te manifesteren en door diens mond te spreken. Tijdens de ceremonie van uitdrijving wordt eigenlijk een soort deal gesloten: de diboek vertrekt en de aanwezigen zorgen voor diens zielenheil, door zijn zonden deels te repareren (tikoen) door middel van kabbalistische gebeden. Dan kan hij in de spirituele werelden verder met deze reiniging en herstel totdat ook hij gezuiverd zal zijn. ‘Diboek’ betekent letterlijk in het Hebreeuws (stam: dbk) ‘hechting’ of ‘aankleving’. In dit geval was sprake van een zeer hardnekkige diboek die in een jonge getrouwde man uit Brazilië was getrokken. Sommigen beweren dat hij al 7 jaar in de man vertoefde. In november 2009 probeerde Batzri gedurende 3 uur op afstand via Skype de diboek uit te drijven, maar zonder succes. De jonge man werd daarom geadviseerd om naar Jeruzalem te komen om daar ‘live’ door de kabbalist genezen te worden. Duizenden mensen kwamen die 6e januari ’s avonds op het ritueel af. Zoals hieronder op de foto te zien is, staat het zwart van de mensen en is het zo vol dat men in groten getale buiten staat te wachten.
Via luidsprekers wordt men buiten goed op de hoogte gehouden van wat er binnen gebeurt. De menigte herhaalt de verzen die binnen gezegd worden. Zoals te horen is op dit youtube filmpje waarop helaas vanwege het feit dat het donker is en het buiten is opgenomen, weinig te zien is, maar des te meer te horen. Luister maar: Ongeveer op 1min28 hoor je de menigte roepen “tzee, tzee, tzee”, dat betekent: “ga uit, ga uit, ga uit”, waarmee de diboek natuurlijk wordt bedoeld en gemaand wordt op te rotten. Ook wordt er op ramshoorns geblazen om de diboek uit te drijven, te beluisteren op ca. 2min35. Om een indruk te krijgen van de toch wel hysterische sfeer binnen in de leerschool van Batzri raad ik aan dit volgende korte fragment op youtube te bekijken. Wel geduld hebben, want er is niet altijd beeld. De hysterisch huilende en gillende man is de kabbalist Batzri: “We moeten allemaal tot inkeer komen”, roept hij enkele keren volgens mij. Doel is om de diboek er toe te bewegen het lichaam van de man te verlaten door diens kleine teen, en niet via andere organen om dat dit ernstige schade aan het lichaam zou kunnen toebrengen. Tja, wie is hier nu gek vraag ik me dan af, de man met de diboek of de kabbalist die de diboek uitdrijft?! De publieke uitdrijving op 6 januari mislukte ook. Wat er verder gebeurde, is mij niet duidelijk. Volgens sommigen zou Batzri het nu overdag gaan proberen en niet meer onder grote aanwezigheid van mensen en de media. De antropoloog en socioloog Yoram Bilu heeft serieus onderzoek gedaan naar het verschijnsel diboek en vormen van bezetenheid onder Marokkaanse immigranten in Israël (‘aslai’ genaamd) en onder Ethiopische Joden (‘zar’ genaamd). Het verschijnsel diboek is echter niet typisch Oriëntaals-Joods, maar was ook in Oost-Europa tot begin 20e eeuw een bekend verschijnsel. Denk maar aan het in 1920 door S. Anski geschreven toneelstuk ‘De Diboek’. In de Oudheid komt bezetenheid in Joodse bronnen overigens zeker voor: bronnen uit het Tweede Tempel-jodendom, Talmoed, Josephus en Dode Zee-fragmenten illustreren dit duidelijk. De volgende fase wordt door de verspreiding van de kabbala vanaf de 14e eeuw ingezet, maar komt pas tot volle wasdom in het Tzfat van de 16e eeuw. Sindsdien wordt de diboek regelmatig gesignaleerd in de literatuur. Volgens Bilu en anderen biedt de diboek zelf aan de persoon die daar aan leed, de mogelijkheden om zich aan de heersende normen en verwachtingen te onttrekken. De rol van de ceremonie van uitdrijving op zijn beurt, is om de sociale hechtheid en normen weer te versterken en de genezen persoon weer op te nemen in de gemeenschap. Recent schreef Rachel Elior een kort boekje over deze materie: Dybbuks and Jewish Women in Social History, Mysticism and Folklore (Jerusalem, Urim 2008). Elior kiest hier vooral een feministisch perspectief en ziet de diboek vooral als uiting van de inferieure staat van vrouwen in de traditionele Joodse samenleving van vroeger. Het zijn namelijk bijna altijd vrouwen die aan een diboek leiden. Het klassieke patroon is dat van een jonge vrouw die door een mannelijke geest wordt bezeten. Zij ziet hierin vooral een uiting van seksuele dwang en mogelijk zelfs misbruik, veroorzaakt door onder andere de jonge leeftijd waarop meisjes werden uitgehuwelijkt met mannen die doorgaans ouder waren. Elior’s boek is kort door de bocht en van dik hout zaagt men planken – het is allemaal de schuld van het jodendom en de mannen – maar niettemin wel aardig om te lezen. Het interessante is dat Bilu er op wijst dat het verschijnsel van bezetenheid onder Marokkanen in Israël in de loop van de tijd aanvankelijk verdwijnt met de verdergaande integratie van deze groep in de Israëlische samenleving. Dit leidt tot de vraag of het niet vooral een cultureel verschijnsel is en niet een psychisch. Nog interessanter is echter dat er juist de laatste tijd weer een toename is van diboek en aanverwante verschijnselen. Al in 1999 verdreef Batzri een diboek uit een vrouw in Dimona. Bilu wijdt dit aan het sterk veranderende karakter van de Israëlische samenleving, socio-economische en politieke ontwikkelingen die latente etnische folkloristische elementen weer in leven roepen. Het is alsof men weer terugvalt op oudere patronen van een traditionele samenleving waarin de clan en familie erg belangrijk zijn, en sociale cohesie en sociale controle sterk aanwezig zijn. Interessante materie waarover het laatste woord nog niet gezegd is.
Reacties:
Danielvrijdag 29 januari 10, 10:15
Ook interessant om te weten dat dit soort "uitdrijvingen" o.m. in de Kath kerk voorkwamen. Maar ook in pinksterachtige gemeenten in Z-Amerika en Afrika. Een tijd geleden ook gezien in NL in een enkele christelijke groep waar het publiek een multi-culti achtergrond had. Ik ben met je eens dat het waarschijnlijk "psychose"-achtige verschijnselen betreft die sowieso een trans-cultureel karakter hebben. Wellicht veel te maken met wat je in de 1 na laatste zin zegt. Als dit als "techniek" wordt ontdekt dan staat ons nog meer te wachten.
jaapvrijdag 29 januari 10, 10:52
Hallo Leo, Reageren op dit blog?
|
Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is sinds 1999 docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Samen met co-auteur rabbijn R. Evers schreef hij Aan tafel bij de rabbijn - eten en drinken in bijbels perspectief (1999). In Zappen door de Talmoed (2002) en Surfen op de zee van de Talmoed (2004) vindt de lezer zijn talmoedcolumns die hij in de periode 1999-2003 publiceerde in het NIW. Voor Crescas verzorgt Leo Mock, naast zijn wekelijkse web-column, diverse Talmoed-cursussen.
Volg dit blog automatisch!
Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed. Abonneer via RSS Abonneer via Google
Klik hier voor meer informatie over RSS juli 2010:
Paul Keppeltjesdag juni 2010: Een echte held Politici laten zich niet horen Bowlen mei 2010: Jesaja 53:5 Eten Koninginnedag april 2010: Lag Be'omer Feestvieren en herdenken Dóórpakken Ben jij nog in? Pesach: waar gaat het echt om? maart 2010: Méér dan vier vragen ... Insecten De langste Poeriem ooit Herken de Poeriemgrap! februari 2010: Rare vragen, rare antwoorden Rabbijn Elon in problemen Gescheiden buslijnen Nogmaals de diboek januari 2010: Diboek Natuurrampen Een boek kopen Uitvinding van de bakker Oud-en-Nieuw december 2009: Taal Halachisch veroorzaakte kinderloosheid november 2009: Dawwenen op het juiste moment Kosjer Bidden om regen Het wisselen van de seizoenen oktober 2009: Leerhuizen in de mediene Een boek uitlezen Onze minhag Een soeka in de Diaspora Soekotmelancholie september 2009: Jom Kippoer Leeuwen en beren Woordeloze haast De 'midrechov' in Jeruzalem augustus 2009: Tatoeages, een beladen imago Op bezoek bij S juni 2009: Vakantie Generatiekloof mei 2009: Cheesecake Keukenhof Varkensgriep april 2009: Vakantie Chameets maart 2009: Een jesjiva-gave Wie zonder zonde is, wordt immuun voor ..... Economie Poeriem februari 2009: Taal en getallen Internet-tribalisme Verkiezingen De taxichauffeur en de zoon van de rabbijn januari 2009: Liefde Oppassen voor slangengif! Cafépraat Veel boeken – en een goed huwelijk december 2008: Een ongeluk of dood door schuld? De Israëlische State Controller De periferie november 2008: Zending Kromme komkommers Actie en reactie De regenmaker oktober 2008: Slechte gedachtes Hosjanna Rabbah Soekot Onze zondes Een oud kabbalistisch gebed |
||||||