|
WEBCOLUMN LEO MOCK
Vakantie vrijdag 17 april 2009 Zo, het zit er weer op die Pesach. Want het was dit jaar weer behoorlijk vermoeiend: de seider (door mij in drie talen gegeven – het Nederlands voor mijn kinderen en Nederlandse gasten, Engels voor onze buitenlandse gasten en Hebreeuws als mijn vrouw – zwaar oververmoeid zoals het hoort – het even niet meer kan volgen), naar sjoel gaan, weer gasten, en die matzes, matzes en matzes. Het viel ook zo lekker: de 1e dag jom tof op woensdagavond, de 2e dag op donderdagavond, dan Sjabbat, vervolgens 1e Paasdag, en tenslotte 2e Paasdag. Wij overwegen dan ook emigratie naar een oord zonder Joden of Christenen. Gelukkig besloten we om op 1e Paasdag weg te gaan naar de Ardennen. Er gezellig twee daagjes uit, even ontspannen. Nou ja, ontspannen … We werden vergezeld door kennissen van het soort ‘Homo Toeristus’. Van die mensen die al om 8 uur ’s ochtends, aangekleed, met hun wandelschoenen en rugzak aan, bij de deur staan om ‘op stap te gaan’. Naar allerlei gezellige toeristische attracties waar ik natuurlijk niet van houd. Tijd voor de treuzeltactiek dus. Omdat ik gezegend ben met een zeer lieve, meegaande vrouw (‘wat jullie willen’, ‘Ik sta open voor alles’, ‘lijkt me best leuk’, ‘wij hebben geen bezwaar’, etc) stond ik er dus alleen voor. We begonnen in Maastricht, op een plein dat – zoals door mij al voorspeld – bijna verlaten was vanwege Pasen. Een fontein en beeld met brandende fakkel – het enige wat zo ongeveer bewoog op het plein – werden door onze mede-reizigers echter zeer op prijs gesteld en goed bevonden voor circa 10 foto’s. Ook stuitten we toevallig op een herdenkingsplaquette aan een kerk voor hen “die vielen voor het vaderland” (of iets dergelijks) en “hen die slachtoffer van het geweld waren” - een Limburgs eufemisme blijkbaar voor “vermoord vanwege hun Joodse afkomst”. Ik ergerde me er overigens aan dat dit aan een kerk hing – waarom niet gewoon ergens neutraal? Bovendien raar dat het op één plaquette staat: mensen die als soldaat stierven en hen die slachtoffer waren van genocide. De Joden waren uiteraard herkenbaar aan de Joodse namen (Herz, Kahn, etc) en de toevoeging ‘en hun kinderen’. Al met al een fijn begin van een ontspannend uitstapje. Door allerlei plasstops, eet- en koffiepauzes te forceren, slaagde ik er met veel moeite in om die eerste dag één onderdeel van het programma af te halen. Die had ik in ieder geval binnen, want het was zo al vermoeiend genoeg. We hadden namelijk ook nog eens ruim twee uur bij een foute glijbaan en kabelbaan in Valkenburg doorgebracht. En we moesten nog een 1½ uur rijden tot ons hotel, ergens in die Ardennen. Mooie omgeving overigens, maar veel kronkelige weggetjes. Het hotel was prima. Hoewel we er niet veel van zouden genieten, omdat we de volgende morgen al vroeg richting de grotten van Han zouden gaan en onderweg nog allerlei andere attracties zouden zien, zo beloofden onze reispartners. Na ’s avonds het foldertje van de grot gelezen te hebben (“400 treden”, “in de grot is het maximaal 13 graden”, “erg vochtig”, etc), wist ik genoeg. De volgende ochtend liepen onze reispartners inderdaad al om 8 uur geheel aangekleed rond. Reden genoeg voor mij om mijn kamer niet voor kwart voor 9 te verlaten. Door eerst nog even een massage in een soort automatische massagebank te nemen en vervolgens in mijn pyama aan het zelfgemaakte ontbijt (Pesach!) te verschijnen, lukte het me om een sfeer van lethargie, luiheid en inertie in de groep te brengen. We vertrokken, Baruch Hasjem, dan ook pas rond 11 uur richting die vervloekte grotten. Terwijl we het ene pittoreske kerkje na het andere passeerden, vroeg ik me peinzend af of hier ooit Joods leven is geweest, in de Ardennen. Iets in mij zei van niet. Ik bedoel, kent u de bekende jesjiva van Han-sur-Lesse? Of de Rebbe van Saint Hubert, de synagoge van Bastogne, of de Rochefort-Haggada? Wanneer we langs een bordje komen met een verwijzing naar Godfried van Bouillon weet ik het zeker. Wat voor Joden een groot trauma was, is blijkbaar toeristisch voor anderen. Terwijl ik verveeld op een matze kauw, probeer ik me te herinneren of die nu iets met de 1e, of juist de 2e Kruistocht te maken had. Nergens natuurlijk een fatsoenlijke bibliotheek of internet te bekennen. Thuis maar eens opzoeken … O ja, de 1e Kruistocht, zoals ik al dacht. In die zomer van 1096 werden duizenden Joden uit het Rijnland – bijvoorbeeld in Mainz, Worms, Spijer, Keulen – op brute wijze gedood (of ze kozen zelf de dood) door de Kruisvaarders (Godfried van Bouillon had met deze moordpartijen overigens niets te maken, wel met die in Jeruzalem). Volgens de historicus Graetz zouden er 12.000 slachtoffers zijn gevallen. Moderne historici zijn geneigd om de impact kleinschaliger voor te stellen en komen op een aantal van circa 3.000 doden. Gezien het feit echter dat de Joodse gemeentes in die tijd zeer klein waren, nog steeds een grote klap. In de Joodse traditie hebben deze gebeurtenissen hun sporen achtergelaten tot op vandaag. De rouwgebruiken in de Omertijd – tussen Pesach en Sjawoe’ot – zouden hierop terug te voeren zijn, omdat de moordpartijen (ongeveer) in deze tijd plaats vonden. Speciale rouwgedichten (kinot) werden door Asjkenazische schrijvers opgesteld en in sjoel gereciteerd. Het gebed ‘Aw harachamiem’ (Barmhartige Vader) is hiervoor opgesteld en staat ook in de Nederlandse Asjkenazische siddoer. Hierin worden de slachtoffers herdacht en beschreven als zij die ‘voor de heiligheid van de Naam stierven’ (Kiddoesj Hasjem). Tegelijkertijd vraagt men God om het vergoten bloed te wreken. Hoewel oorspronkelijk afkomstig uit het Rijnland, werd het gebed ook in Oost-Europa aan de siddoer (gebedenboek) toegevoegd. Ten aanzien van het uitspreken van dit gebed bestaan dan ook verschillende gebruiken. In Nederland volgt men de oorspronkelijke minhag van het Rijnland om dit gebed alleen op de Sjabbat voor Sjawoe’ot en voorafgaande aan Tisja Be’Av (9 Av) uit te spreken. Ook op vakantie word je blijkbaar nog met het Joodse verleden (?) geconfronteerd ...
|
Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is sinds 1999 docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Samen met co-auteur rabbijn R. Evers schreef hij Aan tafel bij de rabbijn - eten en drinken in bijbels perspectief (1999). In Zappen door de Talmoed (2002) en Surfen op de zee van de Talmoed (2004) vindt de lezer zijn talmoedcolumns die hij in de periode 1999-2003 publiceerde in het NIW. Voor Crescas verzorgt Leo Mock, naast zijn wekelijkse web-column, diverse Talmoed-cursussen.
Volg dit blog automatisch!
Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden wanneer er een nieuw bericht op deze weblog verschijnt? Abonneer u dan op de RSS-feed. Abonneer via RSS Abonneer via Google
Klik hier voor meer informatie over RSS juli 2010:
Paul Keppeltjesdag juni 2010: Een echte held Politici laten zich niet horen Bowlen mei 2010: Jesaja 53:5 Eten Koninginnedag april 2010: Lag Be'omer Feestvieren en herdenken Dóórpakken Ben jij nog in? Pesach: waar gaat het echt om? maart 2010: Méér dan vier vragen ... Insecten De langste Poeriem ooit Herken de Poeriemgrap! februari 2010: Rare vragen, rare antwoorden Rabbijn Elon in problemen Gescheiden buslijnen Nogmaals de diboek januari 2010: Diboek Natuurrampen Een boek kopen Uitvinding van de bakker Oud-en-Nieuw december 2009: Taal Halachisch veroorzaakte kinderloosheid november 2009: Dawwenen op het juiste moment Kosjer Bidden om regen Het wisselen van de seizoenen oktober 2009: Leerhuizen in de mediene Een boek uitlezen Onze minhag Een soeka in de Diaspora Soekotmelancholie september 2009: Jom Kippoer Leeuwen en beren Woordeloze haast De 'midrechov' in Jeruzalem augustus 2009: Tatoeages, een beladen imago Op bezoek bij S juni 2009: Vakantie Generatiekloof mei 2009: Cheesecake Keukenhof Varkensgriep april 2009: Vakantie Chameets maart 2009: Een jesjiva-gave Wie zonder zonde is, wordt immuun voor ..... Economie Poeriem februari 2009: Taal en getallen Internet-tribalisme Verkiezingen De taxichauffeur en de zoon van de rabbijn januari 2009: Liefde Oppassen voor slangengif! Cafépraat Veel boeken – en een goed huwelijk december 2008: Een ongeluk of dood door schuld? De Israëlische State Controller De periferie november 2008: Zending Kromme komkommers Actie en reactie De regenmaker oktober 2008: Slechte gedachtes Hosjanna Rabbah Soekot Onze zondes Een oud kabbalistisch gebed |
||||||