Parasjat Wa'etchanan
zondag 18 juli 2010  

De parasja van de week opent met de smeekbede van Mosjé om het Goddelijke besluit dat hij het land Israël niet in zal mogen, te herzien: ‘En ik smeekte op dat moment tot de Eeuwige, zeggende: “Heer, Eeuwige, U bent begonnen Uw dienaar Uw grootheid en Uw sterke hand te tonen — Want, wie is er zo machtig in de hemel of op aarde dat hij zulke werken en machtige daden als die van U zou kunnen doen? Laat me toch oversteken en het goede land zien dat aan de overzijde van de Jordaan is. Dat mooie bergland en de Libanon” (Dewariem 3:23–25). God’s antwoord is echter onverbiddelijk: ‘het is genoeg voor jou, spreek hier niet meer met Mij over!’ (3:26).

God was net begonnen om Mosjé en Israël opnieuw Zijn sterke hand te tonen door het gebied ten oosten van de Jordaan aan Israël in bezit te geven (zie o.a. Dewariem 2:31–37; 3:1–14). Mosjé zag in het feit dat hij wel bij het in bezit nemen van het gebied ten oosten van Israël – dat de toegangsweg tot Israël versperde – actief was, een gunstig teken. ‘Misschien heeft God zijn besluit herzien,’ dacht hij en zal ik wel het land mogen betreden en veroveren. Mosjé vraagt daarom om ook getuige te zijn van de toekomstige overwinningen waarin God zijn macht zal tonen, na het oversteken van de Jordaan als het land Israël veroverd moet worden op de 31 Kena’anitische koningen. De teleurstelling was dus extra groot nu God hem meedeelde dat Zijn besluit niet herroepen wordt. Veertig jaar eerder begon hij met tegenzin aan de missie om het Joodse volk uit Egypte te bevrijden. Enorme piekmomenten heeft hij samen met Israël beleefd – bij de Schelfzee en de Sinaï. Maar ook diepe dalen – het Gouden Kalf en de vele episodes in de woestijn gedurende 40 jaar. Tijdens een van deze dieptepunten maakt Mosjé een kleine misstap. Een streng oordeel van God is het gevolg: Mosjé mag Israël niet in (Bemidbar 20:1–13). Dat betekent dat hij zijn missie niet af mag maken, want die is pas afgelopen als de Joden het beloofde land van de voorvaderen bewonen. In feite zegt God tegen Mosjé dat hij gefaald heeft als leider. Wat een innerlijke kracht moet Mosjé hebben gehad om sinds dat dramatische oordeel van God nog verder te gaan met Israël!

Toch probeert Mosjé met alle macht het oordeel te herzien. Volgens een Midrasj bad Mosjé 515 keer om het oordeel te herroepen, naar de getalswaarde van het woord ‘en ik smeekte’ [wa’etchanan = waav (6) plus alef (1) plus taav (400), plus chet (8), plus noen (50), plus noen (50)]. Hoewel de talloze gebeden van Mosjé niet verhoord werden, leverde het wel iets anders op. Zijn gebed stond model voor hoe gebeden moet worden. Zo leert men uit de openingszinnen van de parasja dat iemand eerst God moet prijzen en dan pas zijn eigen zaken moet vragen. Zoals Mosjé ook eerst God’s machtige daden en grootheid prijst (2:24), alvorens om een herziening van zijn eigen oordeel te vragen. Ook zegt de Talmoed dat iemand nooit voor iets te veel moet bidden, zoals God ook hier tegen Mosjé zegt: ‘Stop!’. Verder is het woord smeken [wa’etchanan] één van de zeven uitdrukkingen voor gebed [bijvoorbeeld ook tefilla, rina, techina]. Mosjé kiest bewust deze vorm van gebed omdat dit verwijst naar één van de eigenschappen van God – chanoen – genadegevend. Als ik er geen recht op heb, geef me het dan vanuit Uw genade, zei Mosjé (zie Rasji op Dewariem 3:23–25). Bidden vereist grote concentratie, vastberadenheid en de juiste woordkeuze.



<< Parasjat DewariemParasjat Ekev >>

Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.

In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen.

Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website.


september 2010:
Parasjat Ha'azinoe

augustus 2010:
Parasjat Nitsaviem - Wajelech
Parasjat Ki Tavo
Parasjat Ki Tetsee
Parasjat Sjoftiem
Parasjat Re'ee

juli 2010:
Parasjat Ekev
Parasjat Wa'etchanan
Parasjat Dewariem
Parasjat Matot - Masee

juni 2010:
Parasjat Pinchas
Parasjat Balak
Parasjat Choekat
Parasjat Korach

mei 2010:
Parasjat Sjelach Lecha
Parasjat Beha'alotecha
Parasjat Naso
Parasjat Bemidbar
Parasjat Behar - Bechoekotaj

april 2010:
Parasjat Emor
Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem
Parasjat Tazria - Metzora
Parasjat Sjemini

maart 2010:
Parasjat Tsav
Parasjat Wajikra
Parasjat Wajakheel - Pekoedee

februari 2010:
Parasjat Ki Tisa
Parasjat Tetsawee
Parasjat Teroema
Parasjat Misjpatiem

januari 2010:
Parasjat Jitro
Parasjat Besjalach
Parasjat Bo
Parasjat Wa'era
Parasjat Sjemot

december 2009:
Parasjat Wajechi
Parasjat Wajigasj
Parasjat Mikeets
Parasjat Wajeesjev

november 2009:
Parasjat Wajisjlach
Parasjat Wajetsee
Parasjat Toledot
Parasjat Chajee Sara
Parasjat Wajeera

oktober 2009:
Parasjat Lech Lecha
Parasjat Noach
Parasjat Bereesjiet


Amphora