Parasjat Balak
zondag 20 juni 2010  

De parasja van deze week opent met de angst die de veroveringen van het volk Israël op weg naar het Beloofde Land opwekken onder de buurlanden (Bemidbar 22:2–3). Wanneer je aan je grenzen opeens een strijdbaar volk krijgt, ga je je zorgen maken. Zo ook Balak, de koning van Moab — een volk dat oorspronkelijk aan de Israëlieten verwant is. Moab stamt immers af van Lot, de neef van Awraham (zie Beresjiet 19:30–37). Hij besluit samen met de Midjanieten – eveneens een buurvolk dat zich ergens ten zuidoosten van het land Israël bevindt – een magiër in te schakelen die de Joden moet vervloeken, zodat hun militaire successen zullen ophouden. Deze magiër Bilam komt van ver — van de overkant van de rivier de Eufraat. Maar, de roem van deze magiër is ongekend: ‘wie u zegent zal gezegend zijn, en wie u vervloekt zal vervloekt zijn’ (Bemidbar 22:6). Het blijkt allemaal anders af te lopen — in plaats van een vloek spreekt Bilam een zegen over het Joodse volk uit, gedwongen door God, omdat Bilam alleen kan uitspreken wat God hem in de mond legt (22:38). De zegen die Bilam uitspreekt behoort tot de mooiste stukken proza uit de Tora (23:7–11; 23:21–24; 24:5–9; 24:17–19).

In de rabbijnse traditie wordt Bilam als een grote profeet gezien, misschien zelfs nog groter dan Mosjé. Alleen, het was een profeet, die wel kennis had van het Goddelijke, maar dat niet liet doorwerken in zijn eigen leven en dat van anderen. Zijn kennis maakte van hem geen beter mens. Volgens de Talmoed kon Bilam precies de momenten kiezen dat God boos is. De Talmoed leert ons iets dat vreemd klinkt: ‘elke dag is God een heel kort moment boos’ (Berachot 7a). Natuurlijk is God niet echt ‘boos’ — God heeft geen gevoel, geen menselijk karakter. Met God’s boosheid bedoelt men dat God zich als streng kan openbaren aan de mensheid en de kosmos. Volgens de rabbijnen is de wereld geschapen met een mix van strengheid [din] en barmhartigheid [rachamim]. Dit maakt een wereld tot een uitdaging voor de mens. Een wereld die alleen maar op barmhartigheid gebouwd is, leidt tot passieve mensen, die eigenlijk geen doelen in hun leven kennen. God zorgt er toch wel voor dat het uiteindelijk allemaal goed afloopt. Op deze manier zal de mens nooit verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen leven en besluiten nemen. Een wereld gebouwd alleen op strengheid zal niet lang kunnen voortbestaan. In zo’n wereld mag je geen fouten maken of van fouten leren, omdat je overal meteen op afgerekend wordt. De schepping zelf zou iedere keer dat de mens een fout maakt zich meteen tegen de mens keren, en hem het leven onmogelijk maken. Vandaar dat je beide eigenschappen nodig hebt, om een juiste balans te maken tussen beloning en prikkel.

Bilam wil echter alleen maar het slechte zien, het moment van God’s boosheid. En dat moment wil hij aangrijpen en manipuleren. Bilam is een magiër die God’s strengheid wil losweken van Zijn barmhartigheid en deze geïsoleerde ‘strengheid’ wil misbruiken om anderen te straffen, vervloeken, of te vernietigen. Bilam heeft een destructieve levenshouding. De Misjna noemt 3 eigenschappen die de leerlingen van Bilam bezaten: een slecht oog [ajin hara], hoogmoedigheid, en verlangen naar materiële genoegens (Misjna Avot 5:19). Bilam wordt dus voorgesteld als een leermeester met leerlingen. In plaats van een positieve kijk op de wereld en het streven naar het verbeteren van de wereld [tikkun olam], zijn de leerlingen van Bilam alleen maar in het aardse geïnteresseerd en misgunnen anderen hun deel. Net als hun leermeester.



<< Parasjat ChoekatParasjat Pinchas >>

Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.

In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen.

Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website.


september 2010:
Parasjat Ha'azinoe

augustus 2010:
Parasjat Nitsaviem - Wajelech
Parasjat Ki Tavo
Parasjat Ki Tetsee
Parasjat Sjoftiem
Parasjat Re'ee

juli 2010:
Parasjat Ekev
Parasjat Wa'etchanan
Parasjat Dewariem
Parasjat Matot - Masee

juni 2010:
Parasjat Pinchas
Parasjat Balak
Parasjat Choekat
Parasjat Korach

mei 2010:
Parasjat Sjelach Lecha
Parasjat Beha'alotecha
Parasjat Naso
Parasjat Bemidbar
Parasjat Behar - Bechoekotaj

april 2010:
Parasjat Emor
Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem
Parasjat Tazria - Metzora
Parasjat Sjemini

maart 2010:
Parasjat Tsav
Parasjat Wajikra
Parasjat Wajakheel - Pekoedee

februari 2010:
Parasjat Ki Tisa
Parasjat Tetsawee
Parasjat Teroema
Parasjat Misjpatiem

januari 2010:
Parasjat Jitro
Parasjat Besjalach
Parasjat Bo
Parasjat Wa'era
Parasjat Sjemot

december 2009:
Parasjat Wajechi
Parasjat Wajigasj
Parasjat Mikeets
Parasjat Wajeesjev

november 2009:
Parasjat Wajisjlach
Parasjat Wajetsee
Parasjat Toledot
Parasjat Chajee Sara
Parasjat Wajeera

oktober 2009:
Parasjat Lech Lecha
Parasjat Noach
Parasjat Bereesjiet


Amphora