|
PARASJAT HASJAWOEA, NOTITIES VAN LEO MOCK
Parasjat Emor zondag 25 april 2010 De parasja van deze week opent met wetten die te maken hebben met de heilige status van de kohen, de priester. De bijzondere geheiligde status van de priesters komt in deze parasja op tenminste twee manieren tot uiting: in het verbod om in contact te komen met een dode, en een beperking in de keuze van potentiële huwelijkspartners. Als priester mag je je namelijk niet verontreinigen aan een dode, door deze bijvoorbeeld aan te raken of te dragen, met uitzondering van je vader, moeder, zoon, dochter, zus en broer (21:2–3). De rabbijnen leren uit de omslachtige omschrijving 'behalve aan zijn bloedverwant, degene die hem het allernaast is' (21:2) dat daar ook zijn eigen vrouw onder valt. Je vrouw is je immers ook heel nabij. Voor de rest mag je als priester dus nooit in contact met een dode komen of naar een begrafenis gaan, zelfs niet van een heel goede vriend. Want ook het lopen over een kerkhof waar doden begraven liggen, maakt de priester onrein. De hogepriester mag zich aan helemaal niemand verontreinigen, zelfs niet aan zijn ouders. Want, 'het Heiligdom zal hij niet uitkomen, zodat hij het Heiligdom van zijn God niet zal ontwijden' (21:12). De hogepriester is geheel en al gewijd aan God en Diens Heiligdom en mag zelfs de begrafenis van zijn ouders niet bijwonen. In de latere rabbijnse literatuur wordt uitvoerig de vraag besproken of een priester in onze tijden waarin geen tempel bestaat, dokter mag worden. Hij zal immers contact met dode lichamen hebben, die in het kader van de studie bestudeerd worden. Verschillende rabbijnen verbieden een priester in het kader van een medische studie zelfs elk contact met een dode. Terwijl je toch zou zeggen dat het vanwege het redden van mensenlevens – de priester zal later als dokter mensen kunnen redden – zonder probleem toegestaan zou zijn. De menselijke relaties worden zo ondergeschikt gemaakt aan de unieke relatie die de priester met het Heilige onderhoudt, een gedachte die we tegenwoordig misschien moeilijk te begrijpen vinden. Ook bij de huwelijkspartners moet de priester kieskeuriger zijn dan de gewone man. De priester mag niet trouwen met een gescheiden vrouw, of met een vrouw die het niet zo nauw neemt met de zedigheid [zona] (21:7). Voor een hogepriester gelden nog strengere regels: die mag behalve met een gescheiden vrouw of een onzedige vrouw, ook niet met een weduwe huwen (21:14). Want, 'Ik, de Eeuwige, heilig hem' (21:15). God, die zelf Heilig is (19:2), is de bron van de heiligheid van de (hoge) priesters. Een heiligheid, die zoals we eerder zagen, een onaards karakter heeft: zij staat boven het wereldse van de menselijke relaties. Van een geheel ander karakter zijn de Sjabbat en de feestdagen voor de gewone man die in de tweede helft van de parasja worden besproken (23:1–44). Want, ook die dagen zijn Heilig: 'Dit zijn de feestdagen van de Eeuwige die jullie moeten bestemmen tot Heilige tijdstippen [mikra’e kodesj]' (23:2). Hier wordt het Heilige echter vanuit het aardse benaderd: via bijvoorbeeld een werkverbod (23:3) – op gewone, ongewijde, dagen werk je natuurlijk gewoon – en eten (23:6), het afsnijden van de eerste oogst (23:10), of het nemen van allerlei soorten planten en vruchten waarmee je zeven dagen feestviert (23:40). In de latere rabbijnse traditie weet men precies waarmee je deze bijzondere feestdagen wijdt: mannen met vlees en wijn, vrouwen met mooie kleren en juwelen, en kinderen met geroosterde noten en graankorrels en zoetigheid (Maimonides, Wetten over de Feesten 6:17–18).
|
Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen. Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website. september 2010:
Parasjat Ha'azinoe augustus 2010: Parasjat Nitsaviem - Wajelech Parasjat Ki Tavo Parasjat Ki Tetsee Parasjat Sjoftiem Parasjat Re'ee juli 2010: Parasjat Ekev Parasjat Wa'etchanan Parasjat Dewariem Parasjat Matot - Masee juni 2010: Parasjat Pinchas Parasjat Balak Parasjat Choekat Parasjat Korach mei 2010: Parasjat Sjelach Lecha Parasjat Beha'alotecha Parasjat Naso Parasjat Bemidbar Parasjat Behar - Bechoekotaj april 2010: Parasjat Emor Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem Parasjat Tazria - Metzora Parasjat Sjemini maart 2010: Parasjat Tsav Parasjat Wajikra Parasjat Wajakheel - Pekoedee februari 2010: Parasjat Ki Tisa Parasjat Tetsawee Parasjat Teroema Parasjat Misjpatiem januari 2010: Parasjat Jitro Parasjat Besjalach Parasjat Bo Parasjat Wa'era Parasjat Sjemot december 2009: Parasjat Wajechi Parasjat Wajigasj Parasjat Mikeets Parasjat Wajeesjev november 2009: Parasjat Wajisjlach Parasjat Wajetsee Parasjat Toledot Parasjat Chajee Sara Parasjat Wajeera oktober 2009: Parasjat Lech Lecha Parasjat Noach Parasjat Bereesjiet |
||||||