|
PARASJAT HASJAWOEA, NOTITIES VAN LEO MOCK
Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem zondag 18 april 2010 De dubbele parasja van deze week opent met de waarschuwing aan Aharon – na de dood van zijn beide kinderen – om niet meer zomaar op elk tijdstip in het heiligste deel van het Heiligdom te komen (16:1–2). Dat mag hij maar één keer per jaar betreden, op de tiende van de zevende maand – op Jom Kipoer (16:28). Hij moet voordat hij het Allerheiligste nadert eerst verschillende offers brengen en wierook branden. Dit om het Heiligdom en ook de Israëlieten te reinigen van hun onreinheid (16:33). Voortaan moet dus zelfs de Hogepriester op afstand van het Heilige leven. Behalve over het Heilige in de Tempel – dat een onaards karakter heeft – leert deze parasja ook over een ander soort Heiligheid, die van het alledaagse — het leven zelf. Vandaar dat we in deze parasja voorschriften vinden met betrekking tot twee zeer aardse aspecten van de mens: seksualiteit en eten. Wie een dier wil eten moet al het bloed laten wegstromen en dit niet consumeren, 'want het bloed is de ziel'. Het wonder van de verbinding tussen geest en materie zit in het bloed. Vandaar dat we daarvan een gepaste afstand moeten bewaren door het op het altaar te laten uitstromen (aan God teruggeven), of het te bedekken met zand (een soort begraven) (17:10–14). Wie een seksuele relatie met het andere geslacht aan wil gaan, wordt daarin beperkt door wetten die betrekking hebben op de verschillende gradaties van verwantschap die verboden zijn, of andere redenen tot verbod (18:6–20). Ook hier geldt dat we, door geen relaties aan te gaan met bloedverwanten, een bepaalde afstand moeten houden tot het wonder van het leven. Want in de voortplanting herhaalt zich telkens de wonderbaarlijke schepping van de mens. Deze afstand noemen we heiliging. De heiligheid van het leven zelf komt ook naar voren in een ander vers: 'En houdt je aan Mijn wetten [chukotai, de irrationele geboden] en aan Mijn rechtsvoorschriften [misjpatai] die de mens zal uitvoeren opdat hij daardoor zal leven — Ik ben de Eeuwige.' Het doel van de Wet is het leven zelf, in al zijn facetten. Volgens de rabbijnen bestaat het leven uit meer dan alleen fysiek leven. 'Opdat hij daardoor zal leven”- zowel fysiek, als in een spiritueel bestaan – in een Hiernamaals, of een geheel ander leven aan het einde der tijden wanneer de Schepping tot zijn vervolmaking is gekomen en de Verlossing een feit is. De heiligheid van het leven gaat heel ver voor de rabbijnen. Uit de woorden ‘Opdat hij daardoor zal leven’ [wechai bahem] leren zij het belangrijke principe dat de wetten van de Tora moeten wijken in gevallen van levensgevaar of bij gerede twijfel van levensgevaar. Vandaar dat men de Sjabbat moet overtreden voor iemand die in levensgevaar verkeert of waarvan je kunt aannemen dat hij in gevaar verkeert (zie o.a. Joma 84b). Dit principe geldt voor alle geboden van de Tora, op drie kardinale zonden na: verboden relaties, moord, en afgodendienst. Hier is de regel dat wanneer iemand gedwongen wordt om één van deze kardinale zonden te overtreden (omdat hij gedood zal worden als hij het niet doet), hij zijn leven moet opofferen. In zulke gevallen geldt dat waar de lichamelijke integriteit van anderen geschonden wordt door moord of seksueel geweld, er geen plaats is voor een afweging van wie zijn leven 'meer waard is'. Hier botsen twee grondrechten — je eigen recht op leven, en het recht van de ander op leven en lichamelijke integriteit (zie o.a. Sanhedrin 74a ). Want het zou raar zijn om onder het mom van de heiligheid van het leven, de ander zijn leven te ontwijden.
|
Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen. Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website. september 2010:
Parasjat Ha'azinoe augustus 2010: Parasjat Nitsaviem - Wajelech Parasjat Ki Tavo Parasjat Ki Tetsee Parasjat Sjoftiem Parasjat Re'ee juli 2010: Parasjat Ekev Parasjat Wa'etchanan Parasjat Dewariem Parasjat Matot - Masee juni 2010: Parasjat Pinchas Parasjat Balak Parasjat Choekat Parasjat Korach mei 2010: Parasjat Sjelach Lecha Parasjat Beha'alotecha Parasjat Naso Parasjat Bemidbar Parasjat Behar - Bechoekotaj april 2010: Parasjat Emor Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem Parasjat Tazria - Metzora Parasjat Sjemini maart 2010: Parasjat Tsav Parasjat Wajikra Parasjat Wajakheel - Pekoedee februari 2010: Parasjat Ki Tisa Parasjat Tetsawee Parasjat Teroema Parasjat Misjpatiem januari 2010: Parasjat Jitro Parasjat Besjalach Parasjat Bo Parasjat Wa'era Parasjat Sjemot december 2009: Parasjat Wajechi Parasjat Wajigasj Parasjat Mikeets Parasjat Wajeesjev november 2009: Parasjat Wajisjlach Parasjat Wajetsee Parasjat Toledot Parasjat Chajee Sara Parasjat Wajeera oktober 2009: Parasjat Lech Lecha Parasjat Noach Parasjat Bereesjiet |
||||||