|
PARASJAT HASJAWOEA, NOTITIES VAN LEO MOCK
Parasjat Ki Tisa zondag 28 februari 2010 Na enorme wonderen te hebben gezien bij de doortocht door de Schelfzee en God’s stem met eigen zintuigen waargenomen te hebben, verricht het Joodse volk een daad die al het voorgaande weer op losse schroeven lijkt te zetten: het maakt een gouden kalf dat aanbeden wordt. Het gaat er gezellig – frivool zelfs – aan toe, nadat het afgodsbeeld gemaakt is: ‘Vroeg de volgende morgen lieten ze offers in vlammen opgaan … en het volk zette zich neer om te eten en te drinken, waarna ze opstonden om in losbandigheid feest te vieren’ (32:6). Terwijl Mosjé net met de Stenen Tafelen van de berg afdaalt, hoort hij het geluid van de feestende menigte. Wanneer hij dichterbij komt ziet hij het kalf en het dansen (32:19). Van schrik – of expres? – laat hij de Stenen Tafelen vallen en deze breken in stukken aan de voet van de berg Sinaï. Hoe kon het toch zo ver komen? Misschien wel omdat de Joden zelf weinig gedaan hadden om hun hoge spirituele positie te bereiken. De Openbaring op de Sinaï was hen immers gegeven door God. Wat met gemak aan komt waaien, verdwijnt ook weer gemakkelijk. De Joden bleken slecht tegen onzekerheid te kunnen en waren niet in staat om in spiritueel opzicht op eigen benen te staan. De aanzet tot het Gouden Kalf lag namelijk in het feit dat Mosjé beloofd had om veertig dagen na de Openbaring terug te komen bij het volk. Mosjé kwam echter niet precies op tijd (32:1) — volgens de rabbijnen ging het slechts om een verschil van zes uur! Het volk kan dit echter niet aan en wendt zich in wanhoop tot Aharon in de hoop in hem een nieuwe leider te vinden: ‘Kom, maak voor ons afgoden die ons zullen leiden — want deze man Mosjé die ons uit Egypte heeft gevoerd, wij weten niet wat er van hem geworden is’ (32:1). In korte tijd was het volk weer beland op het spirituele niveau van slavernij, van verslaving aan beelden, uiterlijkheden en valse zekerheden. Volgens sommige rabbijnen was de zonde van het gouden kalf subtieler dan alleen een terugval in het heidendom van de omringende polytheïstische wereld. Het Joodse volk wilde de afgoden niet dienen ter vervanging van de echte God. Wat ze zochten was een vervanging voor Mosjé. Ze zochten naar iets concreets om hun religieuze emoties op te richten. Het kalf was alleen een object waarmee ze hun religieuze gevoelens wilden richten naar de echte God. Zoals Aharon dat ook tegen het volk zei nadat het kalf gemaakt is: ‘Feest voor de Eeuwige is het morgen’ (32:5). Het doel blijft de enige ware God. Maar het feest blijkt anders uit te pakken. Het leidt niet tot het oplossen van het vacuüm waarin het volk beland was zonder Mosjé, maar juist tot meer anarchie en losbandigheid. Wanneer Aharon Mosjé bij zijn terugkomst vertelt wat tot het maken van het gouden kalf heeft geleid, zegt hij enigszins beteuterd dat hij het onder het volk verzamelde goud alleen maar in het vuur wierp. Maar …. ‘toen kwam dat kalf eruit’ (32:24). De uitkomst van zijn aanvankelijk goede bedoelingen, was voor hem ook een grote verrassing — in negatieve zin. Soms moet je misschien geen concessies doen, hoe goed je bedoelingen ook zijn.
|
Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen. Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website. juli 2010:
Parasjat Ekev Parasjat Wa'etchanan Parasjat Dewariem Parasjat Matot - Masee juni 2010: Parasjat Pinchas Parasjat Balak Parasjat Choekat Parasjat Korach mei 2010: Parasjat Sjelach Lecha Parasjat Beha'alotecha Parasjat Naso Parasjat Bemidbar Parasjat Behar - Bechoekotaj april 2010: Parasjat Emor Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem Parasjat Tazria - Metzora Parasjat Sjemini maart 2010: Parasjat Tsav Parasjat Wajikra Parasjat Wajakheel - Pekoedee februari 2010: Parasjat Ki Tisa Parasjat Tetsawee Parasjat Teroema Parasjat Misjpatiem januari 2010: Parasjat Jitro Parasjat Besjalach Parasjat Bo Parasjat Wa'era Parasjat Sjemot december 2009: Parasjat Wajechi Parasjat Wajigasj Parasjat Mikeets Parasjat Wajeesjev november 2009: Parasjat Wajisjlach Parasjat Wajetsee Parasjat Toledot Parasjat Chajee Sara Parasjat Wajeera oktober 2009: Parasjat Lech Lecha Parasjat Noach Parasjat Bereesjiet |
||||||