|
PARASJAT HASJAWOEA, NOTITIES VAN LEO MOCK
Parasjat Tetsawee zondag 21 februari 2010 Ging de parasja van de vorige week over de bouw van het heiligdom [misjkan] en de voorwerpen, deze week is de kleding van de priesters aan de beurt. Gewone priesters droegen vier kledingstukken: een soort hoed, een lang hemd – een soort tunica – een broek en een gordel. De hogepriester [kohen hagadol] droeg er nog vier extra: een diadeem van goud [tzietz] die op het voorhoofd werd gedragen, een borstschild met 12 edelstenen [chosjen] – voor elke stam één, een extra hemd met belletjes eraan [me’iel] en een soort schort [efod]. En in plaats van een hoed droeg de hogepriester een tulband. Uiteraard moesten er dure materialen gebruikt worden in deze kleren (Sjemot 28:2) - ze zijn immers ter meerdere glorie van God en bovendien representatief: goud, hemelsblauwe, rode en purperen wol, en linnen (28:5). De eerste keer dat we kleding aantreffen in Tenach is in relatie tot zonde. De eerste mensen Adam en Eva waren naakt, en één met de natuur. Hun moraliteit was dan ook een natuurlijk gegeven. Toen de mens zijn eigen vrije wil ontdekte en zondigde, kwam zijn moraliteit los te staan van zijn natuurlijke bestaan. Hij voelt zich kwetsbaar – naakt en beschaamd – en bedekt zich met gevlochten takken van de vijgenboom (Bereesjiet 3:7), als teken dat moraliteit voortaan van bewuste keuzes afhangt. Maar, ook God kleedt de eerste mens en hult hem na zijn zonde in huiden (Bereesjiet 3:21). Ook de kleding van de priesters in de parasja van deze week wordt door God bepaald, en ook hier wordt expliciet gezegd dat zij onder andere dienen om hun naaktheid (de geslachtsdelen) te bedekken (Sjemo 28:42). God schrijft Mosjé precies voor welke kledingstukken gemaakt moeten worden en van welke materialen. De rabbijnen beschouwen de klederdracht van de priester dan ook als een van de 613 geboden van de Tora. Als reden voor deze speciale kleren geeft Sefer Hachinoech (14e eeuw) een psychologische. De priester is als een gezant van het gehele volk en moet zijn hele geest en concentratie in de tempeldienst leggen. Vandaar dat hij speciale kleren voor de tempeldienst moet dragen zodat wanneer hij naar zijn lichaam kijkt, hij die speciale kleding ziet en meteen weet voor wie hij dienst doet en gemotiveerd wordt. Volgens Sefer Hachinoech – een boek dat alle 613 geboden uit de Tora beschrijft en uitlegt – is dat ook de reden dat de kleding van de priesters zo lang was: het hemd kwam tot een stukje boven de enkels, de mouwen tot aan het begin van de vingers, de lengte van de tulband van de hogepriester was maar liefst 8 meter en die van de gordel 16 meter! Met de lange gordel werd een groot gedeelte van het bovenlichaam van de priester gewikkeld – laag op laag – en deze wikkelingen waren voor hem goed voelbaar, omdat zijn armen er steeds tegenaan schuurden. Waar de priester ook op zijn lichaam keek - hij werd steeds herinnerd aan zijn bijzondere opdracht. Wanneer een priester de dienst deed zonder al zijn verplichte kleren te dragen, of juist door meer kleren te dragen dan verplicht, dan was zijn offer of ander ritueel ongeschikt. Kleren maken de man.
|
Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen. Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website. juli 2010:
Parasjat Ekev Parasjat Wa'etchanan Parasjat Dewariem Parasjat Matot - Masee juni 2010: Parasjat Pinchas Parasjat Balak Parasjat Choekat Parasjat Korach mei 2010: Parasjat Sjelach Lecha Parasjat Beha'alotecha Parasjat Naso Parasjat Bemidbar Parasjat Behar - Bechoekotaj april 2010: Parasjat Emor Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem Parasjat Tazria - Metzora Parasjat Sjemini maart 2010: Parasjat Tsav Parasjat Wajikra Parasjat Wajakheel - Pekoedee februari 2010: Parasjat Ki Tisa Parasjat Tetsawee Parasjat Teroema Parasjat Misjpatiem januari 2010: Parasjat Jitro Parasjat Besjalach Parasjat Bo Parasjat Wa'era Parasjat Sjemot december 2009: Parasjat Wajechi Parasjat Wajigasj Parasjat Mikeets Parasjat Wajeesjev november 2009: Parasjat Wajisjlach Parasjat Wajetsee Parasjat Toledot Parasjat Chajee Sara Parasjat Wajeera oktober 2009: Parasjat Lech Lecha Parasjat Noach Parasjat Bereesjiet |
||||||