Parasjat Teroema
zondag 14 februari 2010  

De parasja Teroema beschrijft de opdracht aan Mosjé om een draagbaar heiligdom te maken – het Misjkan – en tevens de details van zowel het gebouw als de verschillende heilige voorwerpen. De parasja opent met de zin: ‘Spreek tot de kinderen Israëls dat zij voor Mij een gewijde gave afzonderen. Van een ieder wiens hart hem daartoe aanspoort moet je deze voor Mij afgezonderde gave nemen’ (25:2). Want het heiligdom moet voor het collectief gebouwd worden, maar ook door de gemeenschap – door middel van giften waarvan later alles gemaakt wordt. Toch heeft het iets dubbels – aan de ene kant is het een gift maar aan de andere kant is het een opdracht: ‘spreek tot de kinderen Israëls’.

Toch zijn er zaken waarvan je aan de ene kant wil dat mensen ze vrijwillig doen, maar aan de andere kant zijn ze weer te belangrijk om ze aan vrijblijvendheid over te geven - met het risico dat men uit eigen wil toch te weinig zal geven om het project van de grond te krijgen. Je moet dan een middenweg vinden door mensen te motiveren om te geven - hoewel jij daar wel de motor achter moet zijn. In het geval van het heiligdom wordt de gave dan ook niet beperkt tot één product of geld alleen. Maar juist een breed spectrum aan producten (25:3–7): goud, zilver, koper, wol in allerlei luxe kleuren, linnen, geitenhaar, ramsvellen, vellen van de tachasj (25:5) – wat dat dier ook geweest moge zijn, olijfolie, geurige specerijen, edelstenen en acaciahout [sjittimhout (25:10)].

Zo kon ieder zelf beslissen, naar eigen smaak en draagkracht, wat hij wilde geven. Je vraagt je dan natuurlijk wel af waar al die producten vandaan kwamen. Hoe kom je in een woestijn als vluchteling uit Egypte aan al die dure en schaarse producten? Volgens de geleerden kwamen het goud en zilver – en mogelijk ook andere dure producten – uit Egypte. De Joden hadden dit meegenomen bij de Uittocht. We lazen namelijk al eerder dat de kinderen Israëls van de Egyptenaren ‘zilveren en gouden voorwerpen en kleren gevraagd hadden’ (12:35) en dat ze Egypte leegmaakten van alle kostbaarheden (12:36).

Deze buit – een eerlijk loon voor honderden jaren slavernij – was dus de basis van de bouw van het heiligdom. God zelf had het aan aartsvader Awraham al voorspeld: ‘daarna zullen ze met grote bezittingen (uit Egypte) wegtrekken’ (Bereesjiet 15:14).

Blijft over het sjittimhout – meestal vertaald als acaciahout: waar haal je zoveel bomen vandaan in een woestijn? Rasjie – op basis van de Midrasj stelt – dat aartsvader Jakov in Egypte met profetische gaven zag dat de Joden in de toekomst na de Uittocht hout nodig zouden hebben voor een heiligdom. Daarom plantte Jakov in Egypte acaciabomen (sjittimbomen) en gaf zijn nakomelingen opdracht dat men in de toekomst bij de Uittocht deze bomen mee moest nemen. Wel blijft het raar dat de Tora niets zegt over deze grote hoeveelheden hout die meegenomen werden bij de Uittocht. Een andere verklaring stelt dat er in de woestijn plaatsen zijn waar de sjittimbomen in grote hoeveelheden groeien – vandaar dat we in de woestijn een plaats aantreffen die Sjittim (Bemidbar 25:1) heet. Het gaat om een mooie, dure, maar lichte, boomsoort. Of dat acaciahout is, is de vraag. Tot slot: Jakovs profetische opdracht is minder positief dan men denkt. Volgens veel rabbijnen is de parasja Teroema namelijk niet op zijn chronologische plaats in de Tora gezet en hoort deze eigenlijk na het verhaal van het Gouden Kalf te komen. Het heiligdom moest namelijk verzoening doen voor deze zware zonde van afgodendienst. Jakov wist blijkbaar wat voor vlees hij in de kuip had.



<< Parasjat MisjpatiemParasjat Tetsawee >>

Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.

In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen.

Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website.


juli 2010:
Parasjat Ekev
Parasjat Wa'etchanan
Parasjat Dewariem
Parasjat Matot - Masee

juni 2010:
Parasjat Pinchas
Parasjat Balak
Parasjat Choekat
Parasjat Korach

mei 2010:
Parasjat Sjelach Lecha
Parasjat Beha'alotecha
Parasjat Naso
Parasjat Bemidbar
Parasjat Behar - Bechoekotaj

april 2010:
Parasjat Emor
Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem
Parasjat Tazria - Metzora
Parasjat Sjemini

maart 2010:
Parasjat Tsav
Parasjat Wajikra
Parasjat Wajakheel - Pekoedee

februari 2010:
Parasjat Ki Tisa
Parasjat Tetsawee
Parasjat Teroema
Parasjat Misjpatiem

januari 2010:
Parasjat Jitro
Parasjat Besjalach
Parasjat Bo
Parasjat Wa'era
Parasjat Sjemot

december 2009:
Parasjat Wajechi
Parasjat Wajigasj
Parasjat Mikeets
Parasjat Wajeesjev

november 2009:
Parasjat Wajisjlach
Parasjat Wajetsee
Parasjat Toledot
Parasjat Chajee Sara
Parasjat Wajeera

oktober 2009:
Parasjat Lech Lecha
Parasjat Noach
Parasjat Bereesjiet


Amphora