Parasjat Misjpatiem
zondag 7 februari 2010  

In de Tora vinden we verschillende woorden voor de mitsvot, de geboden. Zo is er het woord misjpatiem, maar ook choekiem. Volgens de rabbijnen verwijst misjpatiem naar rationele geboden - naar enerzijds dingen die we zelf ook hadden kunnen bedenken om ze te verplichten of ze te verbieden, zoals diefstal, moord of het eren van ouders. Maar ook naar dingen waar we misschien zonder de Tora niet direct op dezelfde wijze op gekomen waren, maar waarvan de hoofdlijnen verstandelijk goed te begrijpen zijn. Je kunt dan bijvoorbeeld aan de feestdagen of Sjabbat denken. Anders is het met de choekiem - dat zijn geboden die we alleen maar uitvoeren omdat ze door God gegeven zijn. Er valt niets rationeels in te ontdekken.

Voorbeelden die de rabbijnen hiervoor geven, zijn: het verbod op het dragen van kleren die gemaakt zijn van wol en linnen samen, het verbod om varkensvlees te eten, het ritueel van de Rode Koe. Dat was een koe die verbrand moest worden en waarvan de as met water, een bepaalde plantensoort, een stukje hout en een rood draadje gemengd moest worden. De vloeistof moest dan op een persoon gespat worden die onrein was geworden doordat hij een dode had aangeraakt (zie Bemidbar 19). Volkomen onbegrijpelijk dus.

Onze parasja opent met een voorbeeld van een rationeel gebod: ‘En dit zijn de wetten [misjpatiem] die je hun zult voorleggen. Als je een Hebreeuwse slaaf koopt, dan zal hij zes jaar werken en het zevende jaar gaat hij in vrijheid, niets betaalt hij’ (21:1–2). Het is best te begrijpen dat het een goede zaak is om mensen niet te kunnen bezitten. Elk mens vindt zichzelf uniek en beschouwt zich niet als een product dat je kunt kopen en bezitten. Als iemand al in geldnood zit dan kon werken als slaaf vroeger misschien een goede oplossing zijn, zoals in de bijbelse maatschappij, maar een oplossing die alleen tijdelijk gebruikt mag worden.

Dat is voor beide partijen beter. De baas leert dat je mensen niet kan bezitten – de tijdelijke slaaf is niet minder mens dan de baas vanwege zijn geldproblemen – maar alleen het werk kan gekocht worden. Maar, ook de tijdelijke slaaf leert dat je hele leven lang voor anderen werken in ruil voor voedsel, een dak boven je hoofd, en een bepaalde mate van verzorging - geen oplossing voor zijn problemen mag zijn. Beter is om niet afhankelijk van anderen te zijn en je financiële problemen op eigen kracht op te lossen. Door bijvoorbeeld iets slims uit te vinden, een product te maken dat nog niemand anders heeft, door zuiniger met je geld om te gaan, of door goede investeringen.

De rabbijnen wijzen verder op de openingszin van deze parasja: ‘En dit zijn de wetten’ (21:1). Waarom dat ‘En dit’ [we-eleh], waarom niet gewoon: ‘Dit zijn de wetten’ [eleh]?
Dit leert ons dat deze rationele wetten ten opzichte van onze medemens ook onderdeel zijn van de Goddelijke openbaring op Sinaï, waarover de Tora in de parasja van vorige week vertelde in het verhaal over de Tien Geboden. ‘En dit zijn de wetten’ betekent dus: Zowel de rationele geboden ten opzichte van onze medemens als de onbegrijpelijke geboden komen van God. Beide verdienen onze volle aandacht, inzet, geloof en overtuiging. Hoe moeilijk dat soms ook is.



<< Parasjat JitroParasjat Teroema >>

Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.

In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen.

Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website.


juli 2010:
Parasjat Ekev
Parasjat Wa'etchanan
Parasjat Dewariem
Parasjat Matot - Masee

juni 2010:
Parasjat Pinchas
Parasjat Balak
Parasjat Choekat
Parasjat Korach

mei 2010:
Parasjat Sjelach Lecha
Parasjat Beha'alotecha
Parasjat Naso
Parasjat Bemidbar
Parasjat Behar - Bechoekotaj

april 2010:
Parasjat Emor
Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem
Parasjat Tazria - Metzora
Parasjat Sjemini

maart 2010:
Parasjat Tsav
Parasjat Wajikra
Parasjat Wajakheel - Pekoedee

februari 2010:
Parasjat Ki Tisa
Parasjat Tetsawee
Parasjat Teroema
Parasjat Misjpatiem

januari 2010:
Parasjat Jitro
Parasjat Besjalach
Parasjat Bo
Parasjat Wa'era
Parasjat Sjemot

december 2009:
Parasjat Wajechi
Parasjat Wajigasj
Parasjat Mikeets
Parasjat Wajeesjev

november 2009:
Parasjat Wajisjlach
Parasjat Wajetsee
Parasjat Toledot
Parasjat Chajee Sara
Parasjat Wajeera

oktober 2009:
Parasjat Lech Lecha
Parasjat Noach
Parasjat Bereesjiet


Amphora