Parasjat Jitro
zondag 31 januari 2010  

Jitro – Mosjé’s schoonvader – is volgens de rabbijnse traditie de eerste proseliet [ger] die we met naam kennen. Zo erkent hij de almacht van de enige God: ‘Nu weet ik dat de Eeuwige groter is dan alle (af)goden …’ (18:11). En Jitro, als doorgewinterde afgodendienaar – hij was immers opperpriester van Midjan (18:1), kan het weten. Volgens de rabbijnen had hij eerst alle soorten en vormen van afgodendienst bedreven, voordat hij door de verhalen over de wonderbaarlijke Exodus uit Egypte tot dit inzicht kwam.

Maar Jitro is niet alleen het voorbeeld van de heiden die voor het jodendom kiest. Hij is ook nog een vernieuwer op het gebied van de rechtspraak en bestuur. Jitro ziet namelijk hoe schoonzoon Mosjé van de ochtend tot de avond bezig is met het regelen van allerlei geschillen en uitspraken in gevallen waar de personen er zelf niet uitkomen (18:13–15). Jitro vindt dat allemaal veel te zwaar voor een persoon en voorziet een crisis: ‘Je zult volkomen uitgeput raken, zowel jij als het volk, want dit wordt je te zwaar, dat kun je niet alleen doen’ (18:18). Jitro’s voorstel is als volgt: Mosjé leert alle regels en gebruiken aan het hele volk. Wanneer er vervolgens nog twijfels of geschillen ontstaan, dan moet men zich vervoegen bij een plaatsvervangende autoriteit (18:20–21).

Er wordt een soort bureaucratisch systeem in het leven geroepen met oversten over duizenden, honderdtallen, vijftigtallen en tien-tallen (18:21). De vraag is hoe dat precies werkte. Een mogelijkheid is dat het een piramide was waarbij de verantwoordelijken over 1000 personen aan de top stonden, terwijl degenen onder hen aangesteld waren over elk 100 personen, die weer de baas waren over 50 personen, tot de onderste laag van lage ambtenaren die elk over 10 mensen het gezag voerden. Deze kleinste eenheden van tien mensen waren de veldwerkers en moesten grote delen van de dag spreekuur hebben. Volgens een getrapt systeem kwamen de moeilijke zaken steeds hoger in de bureaucratie terecht – van de veldwerkers bij ‘de oversten over de tientallen’, van daar naar ‘de oversten over de vijftigtallen’ – tot bij de hoogste ambtenaren die over 1000 ambtenaren het bevel voerden. Kwamen ook zij er niet uit dan ging men naar Mosjé zelf.

Toch hadden de rabbijnen een ander systeem voor ogen (zie Rasjie op 18:21). De verschillende getallen van de oversten geven geen functionarissen aan waarover men gezag heeft, maar staan in directe relatie tot de grootte van het volk – de burgers – zelf. De grootte van het (mannelijke) volk wordt door de Tora op 600.000 gesteld. Er waren dus 60.000 oversten van 10, 12.000 oversten van 50, 6.000 oversten van 100, en tot slot 600 oversten van 1000. In totaal maar liefst 78.600 verantwoordelijken, stukken meer – en dus duurder – dan je nodig hebt voor het bureaucratische model van hierboven. Maar wel beter. Omdat de verantwoordelijkheid op elke laag direct zichtbaar is. Hier kan elke verantwoordelijke zich niet meer achter de bureaucratische structuur en de regeltjes van boven verstoppen, zodat in praktijk lijkt alsof niemand verantwoordelijk is. Hij is zelf direct verantwoordelijk over het aantal burgers dat hij moet bedienen. Op die manier dragen de oversten inderdaad samen met Mosjé de verantwoordelijkheid —‘zij (de oversten) zullen het samen



<< Parasjat BesjalachParasjat Misjpatiem >>

Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.

In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen.

Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website.


juli 2010:
Parasjat Ekev
Parasjat Wa'etchanan
Parasjat Dewariem
Parasjat Matot - Masee

juni 2010:
Parasjat Pinchas
Parasjat Balak
Parasjat Choekat
Parasjat Korach

mei 2010:
Parasjat Sjelach Lecha
Parasjat Beha'alotecha
Parasjat Naso
Parasjat Bemidbar
Parasjat Behar - Bechoekotaj

april 2010:
Parasjat Emor
Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem
Parasjat Tazria - Metzora
Parasjat Sjemini

maart 2010:
Parasjat Tsav
Parasjat Wajikra
Parasjat Wajakheel - Pekoedee

februari 2010:
Parasjat Ki Tisa
Parasjat Tetsawee
Parasjat Teroema
Parasjat Misjpatiem

januari 2010:
Parasjat Jitro
Parasjat Besjalach
Parasjat Bo
Parasjat Wa'era
Parasjat Sjemot

december 2009:
Parasjat Wajechi
Parasjat Wajigasj
Parasjat Mikeets
Parasjat Wajeesjev

november 2009:
Parasjat Wajisjlach
Parasjat Wajetsee
Parasjat Toledot
Parasjat Chajee Sara
Parasjat Wajeera

oktober 2009:
Parasjat Lech Lecha
Parasjat Noach
Parasjat Bereesjiet


Amphora