Parasjat Mikeets
zondag 13 december 2009  

De parasja van deze week opent met een droom van Farao: ‘En het was na het verloop van twee jaren dat Farao een droom had. En zie, hij staat bij de rivier’ (Bereesjiet 41:1). Uit de rivier komen zeven koeien naar boven die er goed doorvoed en mooi uitzien, die op de oever gaan weiden. Maar dan komen er zeven magere, lelijke, koeien uit de rivier tevoorschijn die zich bij de eerste serie van koeien voegen. De magere koeien eten vervolgens de dikke, mooie, koeien op, waarna Farao wakker schiet (41:2–4). Snel valt hij weer in slaap en ziet hij een tweede droombeeld over zeven dikke en volle korenaren die uit één halm opschieten. Hierachter verschijnen echter opeens zeven dunne en door de wind leeg-geblazen aren. De dunne en lege aren verslinden de zeven volle aren. Nu schiet Farao opnieuw wakker en is hevig verstoord door zijn droom. Wat hebben deze twee beelden te betekenen? Zijn staf aan wijzen en magiërs weet de droom niet uit te leggen (41:5–8). Dan herinnert de wijnschenker zich opeens die Hebreeuwse slaaf uit de gevangenis (41:9) – Joséf – die zijn droom en die van zijn collega de bakker zo goed had uitgelegd (zie Bereesjiet 40:1–23). Joséf wordt uit de gevangenis gehaald, geschoren en van mooie kleren voorzien (41:14). Farao verteld Joséf de beide dromen en wil de uitleg van Joséf weten. Joséf benadrukt meteen dat de dromen van God komen en de uitleg Gods plannen met de mens verduidelijkt (41:25 ). En dan volgt de overbekende uitleg van de zeven vette en zeven magere jaren die voor de deur staan. Als je de parasja goed leest, dan zie je dat het een wereldwijde hongersnood is (41:54–57).

Joséf’s oplossing is een ogenschijnlijk simpele: spaar in de goede jaren een vijfde van de oogst die in opslagruimtes wordt neergelegd. Wanneer de schaarste aanbreekt, zal het gespaarde koren de hongersnood verzachten (41:34–36). Volgens Bachja Ibn Pekuda (op 41:16) verwijzen de beide dromen naar het spirituele niveau van Farao. Farao droomt over het stoffelijke. De Hebreeuwse letters van de naam Farao [peh-reesj-ajin-heh] vormen samen ook het woord voor het stof — he’afar (stof van de aarde). Vandaar dat hij over de lage elementen van water en aarde droomt. De koeien komen uit het water van de Nijl tevoorschijn en de korenaren spruiten op uit de aarde. De boodschap volgens Ibn Pekuda is, dat alles wat er op aarde gebeurt – ook in de laagste regionen – door God wordt voorzien. Ook overvloed en schaarste worden door God op aarde veroorzaakt. Hiervoor maakt hij weliswaar gebruik van de invloed van de zeven planeten. Naar gelang het morele gedrag van de mens, versterkt of verzwakt hij de invloed van deze zeven planeten, hetgeen vervolgens overvloed of schaarste veroorzaakt. In de Middeleeuwen geloofden veel geleerden – Joden en niet-Joden – dat alle materie opgebouwd was uit vier basiselementen: aarde, water, lucht, vuur. Ook dat de hemellichamen en planeten een belangrijke invloed hadden op hetgeen beneden op aarde gebeurde. Zij fungeren als kanalen waarlangs de hemelse energie naar beneden afdaalt. Volgens Ibn Pekuda was dit de les aan Farao en consorten die immers de voorzienigheid van God, Zijn kennis over het gedrag van de mens en Zijn schepping van de materie uit het niets, ontkennen. In plaats hiervan geloven zij in toeval — de mens is overgeleverd aan de absolute invloed van de planeten. Joséf laat, door zijn uitleg van de droom die hij aan God toeschrijft, zien dat God de natuur geschapen heeft en kan besturen. En dat er een verband bestaat tussen schaarste en overvloed en het morele gedrag van de mens. Overigens lijken behalve de twee zwaardere elementen van aarde en water, ook de twee lichte elementen lucht en vuur op de achtergrond aanwezig in de droom. De korenaren zijn immers leeggeblazen door de oostenwind (41:23) – het element lucht – en het verslinden van de koeien en aren kan symbool staan voor de verterende kracht van het element vuur. Hoe de verhouding tot het morele gedrag van de mens duidelijk wordt uit deze parasja, is mij onduidelijk. Je had dan immers verwacht dat Joséf Farao zou oproepen tot het doen van tesjoewa (inkeer).

Het getal zeven speelt overigens een belangrijke rol in deze parasja: zeven koeien, zeven aren, zeven jaren. Dit wordt nog sterker door het commentaar van de Ba’al Hatoeriem. Deze wijst op de uitdrukking (41: 5) ‘uit één halm’ [bekaneh echad] die ook bij de zevenarmige Menora wordt gebruikt (Sjemot 25:33): ‘drie kelken in de vorm van amandelbloesem aan de ene arm’ [bakane ha’echad]. En ook de Menora verwijst naar de wereld in al haar geledingen. Zo verwijzen haar zeven lichten naar de zeven planeten die de processen van de hemel naar de aarde leiden. Op de Menora zaten 22 kelken – 3 op elk van de zes armen, en nog eens 4 op de middelste lamp. Deze 22 kelken staan voor de 7 planeten, de 12 sterrenbeelden en de 4 elementen waarvan alles op aarde is gemaakt (3 elementen, behalve het element aarde). Al deze facetten vormen één geheel en hangen met elkaar samen. De Menora brandt echter ‘voor de Eeuwige’ (Sjemot 27:20 ), omdat de wereld van de planeten geen kracht op zich zelf is, maar deze ontvangt van God en doorgeeft naar beneden (Bachja Ibn Pekuda op Sjemot 25:31). En toeval of niet, de parasja van Mikeets wordt altijd rond Chanoeka – het lichtenfeest – gelezen.

De parasja opent met de enigszins onheilspellende woorden: ‘En Judah naderde tot hem en zei…’ (Bereesjiet 44:18). Dat naderen [wajigasj] verwijst volgens de Midrasj (Bereesjiet 44:18) naar een aantal mogelijke scenario’ s waarop Judah zich had voorbereid: op gebed, oorlog, en verzoening. Judah moet Joséf ertoe bewegen om Benjamin vrij te laten. Aan het einde van de parasja van vorige week konden we immers lezen hoe Joséf een test ontwerpt voor zijn broers. Joséf had namelijk nadat ze de eerste keer koren kwamen kopen in Egypte, geëist dat ze de volgende keer hun jongste broer Benjamin zouden meebrengen. Dit zou het bewijs zijn dat ze geen spionnen waren (42:14–20). Omdat de honger in Israël zeer zwaar was gaan de broers nogmaals naar Egypte, dit keer mét Benjamin. Anders konden ze het koren wel vergeten. Jakov laat de jonge Benjamin pas na hevig beraad en druk van zijn zoon Judah weggaan. Benjamin is immers Jakov’s laatste troost voor het verlies van zijn geliefde Joséf (43:2–11). Nadat ze koren gekocht hebben laat Joséf door zijn bediendes een dure drinkbeker in de voederzak van Benjamin stoppen (44:2). Terwijl de broers met het graan en Benjamin weer naar huis willen gaan, worden ze ingehaald door de huismeester van Joséf, die hen van diefstal beschuldigt (44:4). Alle voederzakken worden geopend en doorzocht. En zoals verwacht wordt de beker bij Benjamin gevonden. De broers zijn verslagen. Judah erkent de hand van God in deze en zegt: ‘God heeft uw dienaren (de broers) schuldig bevonden. Zie, wij zijn slaven voor mijn heer. Zowel wij, als degene in wiens bezit de bokaal is gevonden’ (44:16). Maar Joséf speelt zijn rol heel overtuigend: ‘de man in wiens bezit mijn bokaal is, die zal mijn slaaf zijn. En jullie — ga in vrede



<< Parasjat WajeesjevParasjat Wajigasj >>

Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.

In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen.

Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website.


juli 2010:
Parasjat Ekev
Parasjat Wa'etchanan
Parasjat Dewariem
Parasjat Matot - Masee

juni 2010:
Parasjat Pinchas
Parasjat Balak
Parasjat Choekat
Parasjat Korach

mei 2010:
Parasjat Sjelach Lecha
Parasjat Beha'alotecha
Parasjat Naso
Parasjat Bemidbar
Parasjat Behar - Bechoekotaj

april 2010:
Parasjat Emor
Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem
Parasjat Tazria - Metzora
Parasjat Sjemini

maart 2010:
Parasjat Tsav
Parasjat Wajikra
Parasjat Wajakheel - Pekoedee

februari 2010:
Parasjat Ki Tisa
Parasjat Tetsawee
Parasjat Teroema
Parasjat Misjpatiem

januari 2010:
Parasjat Jitro
Parasjat Besjalach
Parasjat Bo
Parasjat Wa'era
Parasjat Sjemot

december 2009:
Parasjat Wajechi
Parasjat Wajigasj
Parasjat Mikeets
Parasjat Wajeesjev

november 2009:
Parasjat Wajisjlach
Parasjat Wajetsee
Parasjat Toledot
Parasjat Chajee Sara
Parasjat Wajeera

oktober 2009:
Parasjat Lech Lecha
Parasjat Noach
Parasjat Bereesjiet


Amphora