|
PARASJAT HASJAWOEA, NOTITIES VAN LEO MOCK
Parasjat Wajeesjev zondag 6 december 2009 De parasja van deze week opent met een zin die ogenschijnlijk rust en stabiliteit uitademt: ‘En Jakov woonde in het land waar zijn vader zich opgehouden had, in het land Kenaän’ (Bereesjiet 37:1). Dit openingsvers zet de rust, die Jakov nu kende, af tegen de om-zwervingen van zijn vader Jitschak. Vandaar dat Jakov’s wonen in het Beloofde Land wordt aangeduid met het Hebreeuwse woord wajeesjev dat als permanenter wonen – zich nederzetten – wordt uitgelegd, dan het woord voor Jitschak’s verblijven in het land. Want daarvoor gebruikt de Tora het woord megur awiv — dat je het beste kan vertalen als: ‘de omzwervingen van zijn vader’. Want dit woord voor wonen [lagur] hangt samen met het woord voor vreemdeling en buitenstaander in de Tora — ger. Het gaat hier vooral om een beschrijving van een mentaal bewustzijn. Zo vaak verwisselde Jitschak nu ook weer niet van woonplaats. Echter, het was Jitschak duidelijk dat van een in bezit nemen van het Beloofde Land tijdens zijn leven geen sprake zou zijn. Pas met Jakov kon hier een begin mee gemaakt worden. Deze wist als eerste een echte ‘clan’ op te richten met veel bezittingen, vier vrouwen en elf zonen. Bovendien weet hij een soort verdrag te sluiten met zijn oom Laban (31:45–54) en een vrede met zijn broer Esav die een machtig minirijkje had weten op te bouwen (36:40–43). Vandaar dat Jakov genoeg redenen had om ogenschijnlijk een rustig leventje te willen gaan leven: wajeesjev Jakov – Jakov kwam tot rust, zette zich neder, settelde zich, werd passief. Volgens de Midrasj ziet God deze gezapigheid van Jakov met lede ogen aan: ‘Is het niet genoeg voor de Rechtvaardigen [tzadikiem] wat voor hen voorbereid wordt in het Hiernamaals? Dat zij ook nog in rust willen leven in déze wereld?!’ (Rasjie op 37:2). De Goddelijke Voorzienigheid laat Jakov zien dat zijn missie nog lang niet volbracht is. Wat een hechte, warme familie lijkt, blijkt in werkelijkheid een broeinest van latente spanningen te zijn. De aanleiding en katalysator in deze is Joséf – de geliefde zoon van Jakov – die volgens de Midrasj zowel innerlijk als uiterlijk op zijn vader leek. Zeventien jaar oud leidt deze jongen ogenschijnlijk een onbekommerd leventje. Hij hoedt samen met zijn broers het vee van zijn vader en speelt [wehoe na’ar] vaak met zijn broers (37:2). Toch blijken de verhoudingen onderling vertroebeld te zijn. Josef vertelt aan zijn vader slechte dingen over zijn broers, die niet ingrijpt en dit ‘geroddel’ beloont met een prachtig, veelkleurig gewaad dat hij Joséf schenkt (37:3). De onderliggende spanningen groeien nu uit tot haat, met Joséf als zondebok omdat hij het lieverdje van hun vader is. Om de zaak nog erger te maken droomt deze ietwat overmoedige jongen een tweetal indringende dromen. Over schoven in het veld die plotseling een kring vormen om één schoof in het midden, en dan buigen voor deze centrale schoof. Driemaal raden van wie die ene belangrijke schoof was (37:7). De broers begrijpen de droom van Joséf als provocatie: ‘Wil je soms koning over ons zijn, of over ons heersen?’ (37:8) Nog meer haat is het gevolg. Dan die tweede droom, waarin de zon, maan en elf sterren voor Joséf buigen (37:9). Dit keer vindt ook Jakov Josef’s droom verwaand: ‘Wat is dat voor droom die je gedroomd hebt?! Denk je soms dat ik, je moeder en je broers zullen komen om ons voor jou op de grond neer te werpen?!’ (37:10). Jakov heeft de symboliek van de droom natuurlijk meteen door: de elf sterren staan voor het aantal zonen van Jakov; de zon en de maan voor zijn vader en moeder. Saillant detail in deze was dat de moeder van Joséf nooit voor hem zou kunnen neerbuigen – zij was immers reeds gestorven (35:18). De broers worden verteerd door jaloezie, maar Jakov hecht toch enige waarde aan de dromen van zijn lievelingszoon (37:10) – ondanks zijn sceptische houding ten aanzien van de tweede droom. Want net als Joséf kreeg hij op een belangrijke moment in zijn leven die ene droom, vlak voor zijn grote stap in het onbekende wanneer hij Israël verlaat voor het voor hem onbekende Charan (28:12). Een droom waarin Jakov wordt getoond dat de mens met zijn voeten op aarde staat als een ladder, maar tot in de hemel reikt. Dat alles wat je op aarde doet een hogere betekenis kan krijgen en een mens zowel geest als lichaam is, dat het fysieke en het spirituele één zijn en niet te scheiden. Het aardse dient als fundament voor het hogere — zowel ‘meel’ (het fysieke) als ‘Tora’ (het spirituele) zijn nodig (Misjna Avot 3:21). De beide dromen van Joséf wijzen naar hetzelfde. Beide dromen wijzen op invloed, macht en heerschappij die Joséf ten deel zullen vallen. De ene droom verwoordt het echter in fysieke termen – schoven op het veld – de ander in beelden uit de hogere, spirituele wereld: de zon, maan en sterren. De boodschap is echter dat aarde en hemel verenigd dienen te worden en dat het aardse de basis is waarop het hogere gebouwd dient te worden (naar: Likutei Sichot, vol. 3). Twintig jaar na deze droom gezien te hebben, zou Jakov terugkeren met een groot bezit en een grote schare nakomelingen uit Charan. En ook Joséf moet volgens de rabbijnen ruim twintig jaar wachten voordat zijn dromen in vervulling zijn gegaan. Hij is dan onderkoning van Egypte en zijn broers zijn afhankelijk van hem en werpen zich aan zijn voeten (43:26). Het is geen toeval dat de eerste droom over een schoof graan ging, het voedsel dat in hongersnood een belangrijke rol zal spelen in het verhaal van Joséf als onderkoning van Egypte. De boodschap in de Tora is dat wat gebeuren moest, gebeurde, hoezeer de hoofdpersonen in het verhaal soms denken hun eigen weg te gaan en de zaken te kunnen beïnvloeden. De haat en weerstand van de broers tegen Joséf spelen uiteindelijk een belangrijke rol in het uitkomen van de dromen van Joséf. Die natuurlijk op een metaniveau weer in een groter plan passen dat door God al aan Awraham was voorspeld bij het Verbond der Stukken: ‘Weet dat je nakomelingen een vreemdeling zullen zijn in een land dat niet van hen is; men zal hen 400 jaar tot slaven maken en onderdrukken. Maar ook het volk dat zij zullen dienen zal Ik berechten, en daarna zullen ze met groot vermogen wegtrekken’ (Bereesjiet
|
Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen. Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website. juli 2010:
Parasjat Ekev Parasjat Wa'etchanan Parasjat Dewariem Parasjat Matot - Masee juni 2010: Parasjat Pinchas Parasjat Balak Parasjat Choekat Parasjat Korach mei 2010: Parasjat Sjelach Lecha Parasjat Beha'alotecha Parasjat Naso Parasjat Bemidbar Parasjat Behar - Bechoekotaj april 2010: Parasjat Emor Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem Parasjat Tazria - Metzora Parasjat Sjemini maart 2010: Parasjat Tsav Parasjat Wajikra Parasjat Wajakheel - Pekoedee februari 2010: Parasjat Ki Tisa Parasjat Tetsawee Parasjat Teroema Parasjat Misjpatiem januari 2010: Parasjat Jitro Parasjat Besjalach Parasjat Bo Parasjat Wa'era Parasjat Sjemot december 2009: Parasjat Wajechi Parasjat Wajigasj Parasjat Mikeets Parasjat Wajeesjev november 2009: Parasjat Wajisjlach Parasjat Wajetsee Parasjat Toledot Parasjat Chajee Sara Parasjat Wajeera oktober 2009: Parasjat Lech Lecha Parasjat Noach Parasjat Bereesjiet |
||||||