|
PARASJAT HASJAWOEA, NOTITIES VAN LEO MOCK
Parasjat Noach zondag 18 oktober 2009 De parasja van vorige week eindigde met de neergang van de eerste menselijke beschaving, die van Adam’s nakomelingen: ‘De Eeuwige zag hoezeer de slechtheid van de mensen op de aarde was toegenomen en dat alles wat ze in hun hart bedachten te allen tijde slechts naar het kwaad neigde’ (Bereesjiet 6:5). God krijgt spijt van Zijn schepping en wil de mens en alle andere schepselen weer vernietigen. Maar Noach ‘vond gunst in de ogen van God’. In het Hebreeuws wordt hier een klein taalspelletje opgevoerd. De naam Noach [noen-chet] bestaat uit exact dezelfde letters als het woord gunst – Chen [chet-noen], alleen achterstevoren. Of is het meer dan een woordspel en bevat de persoon Noach een bepaalde paradox – namelijk van een zaak en diens tegenovergestelde, zijn omkering? De parasja van deze week opent met ‘Dit zijn de nakomelingen van Noach – Noach (let op de verdubbeling – een duaal karakter?) was een Rechtschapen, volmaakt persoon [tsaddiek] in zijn generatie; Noach ging in Gods wegen (6:9). Noach wordt hier in dit vers beschreven als een goed en volmaakt mens, een tsaddiek, die in alles wat hij doet God voor ogen heeft. Geen wonder dat Noach gered zal worden van de aanstaande vernietiging van de wereld door de zondvloed, die in deze parasja beschreven wordt. Noach’s redding was geen gunst van God, maar het gevolg van zijn eigen rechtschapen levenswandel. En dus is het Noach die de opdracht krijgt om een Ark te bouwen, waarmee hij, zijn vrouw, zijn kinderen en hun echtgenotes zullen overleven (6:18). Ook moet hij van alle diersoorten exemplaren aan boord mee nemen, om zodoende na de ramp een nieuwe dierenwereld op te bouwen. Een nieuwe beschaving wordt gevormd uit de beste resten van de vorige die grotendeels tot een bedenkelijk niveau was gedaald. Toch is dit beeld van Noach niet unaniem overheersend in de rabbijnse literatuur. De ‘brave’ Noach van de Tora wordt daar in wat minder positief daglicht gezet. Zo leggen sommigen de nadruk op het feit dat er staat dat Noach ‘een Rechtschapen, volmaakt, persoon [tsaddiek] in zijn generatie’ was. Waarbij de nadruk wordt gelegd op ‘in zijn generatie’. Een generatie die door de rabbijnen wordt afgeschilderd als één van corruptie, geweld, het grote graaien en een losse seksuele moraal. Hoe moeilijk is het dan om een Rechtvaardige te zijn? In vergelijking met zijn omgeving was hij Rechtschapen en volmaakt. Maar in vergelijking met een echte tsaddiek zoals Awraham, zou hij in het niet vallen. Terwijl sommige andere rabbijnen juist stellen dat Noach zélfs in een dergelijke corrupte samenleving nog rechtvaardig was! Dat is juist een compliment. Hoe gemakkelijk is het niet om meegezogen te worden in een neergaande draaikolk van geweld en perversie? Noach weerstaat deze beproeving en bewijst trouw aan zichzelf te blijven. Zou Noach in een goede generatie hebben geleefd, dan zou hij een nóg grotere Rechtvaardige zijn geweest! (Zie Rasjie op Bereesjiet 6:9). Zo blijkt Noach een persoon te zijn waar heel tegenovergesteld (omgekeerd) over gedacht werd. In sommige, meer gematigde, kritische bespiegelingen over Noach wordt hij wel een Rechtvaardige genoemd, maar dan wel één die op zichzelf is gericht. Een chassidische parabel noemt dit: ‘een Rechtvaardige in een bontjas’. Wat is het verschil tussen een échte Rechtvaardige en een ‘Rechtvaardige in een bontjas’? Stel, je bevindt je in een koude kamer samen met anderen. De echte Rechtvaardige zoekt een oplossing om het vertrek te verwarmen zodat iedereen het warm krijgt – door bijvoorbeeld hout te zoeken en een vuur te maken. Gelukt dit niet dan geeft hij zijn warme jas aan de ander die het koud heeft. De ‘Rechtvaardige in een bontjas’ trekt zijn warme jas aan en heeft het dan lekker warm. De ander heeft het echter nog steeds koud. Zo deed Noach relatief weinig om zijn omgeving te verbeteren en stak zijn energie voornamelijk in zijn eigen spirituele survival. Awraham echter probeerde anderen te veranderen en zorgde ervoor dat ook zij gered werden en het ‘warm kregen’.
|
Het Tora-commentaar op deze pagina is van de hand van Leo Mock. Dit commentaar is afkomstig uit zijn in 2008 verschenen boek ‘In de marge van de Parsje, notities bij de wekelijkse Tora-lezing’. Wij zijn Leo Mock veel dank verschuldigd voor het beschikbaar stellen van zijn teksten.In sjoel (de synagoge) wordt iedere week een gedeelte uit de Tora gelezen (Parasjat hasjawoea = afdeling van de week). Op deze pagina vindt u het commentaar op de afdeling die de komende sjabbat wordt gelezen. Iedere zondag wordt een nieuw Tora-commentaar geplaatst voor de daarop volgende week. Met behulp van onderstaand overzicht kunt u alle eerder verschenen commentaren nog eens nalezen. Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Sinds de oprichting (1999) heeft hij diverse cursussen voor Crescas verzorgd. Verder schrijft Leo Mock een wekelijkse column op onze website. juli 2010:
Parasjat Ekev Parasjat Wa'etchanan Parasjat Dewariem Parasjat Matot - Masee juni 2010: Parasjat Pinchas Parasjat Balak Parasjat Choekat Parasjat Korach mei 2010: Parasjat Sjelach Lecha Parasjat Beha'alotecha Parasjat Naso Parasjat Bemidbar Parasjat Behar - Bechoekotaj april 2010: Parasjat Emor Parasjat Acharee Mot - Kedosjiem Parasjat Tazria - Metzora Parasjat Sjemini maart 2010: Parasjat Tsav Parasjat Wajikra Parasjat Wajakheel - Pekoedee februari 2010: Parasjat Ki Tisa Parasjat Tetsawee Parasjat Teroema Parasjat Misjpatiem januari 2010: Parasjat Jitro Parasjat Besjalach Parasjat Bo Parasjat Wa'era Parasjat Sjemot december 2009: Parasjat Wajechi Parasjat Wajigasj Parasjat Mikeets Parasjat Wajeesjev november 2009: Parasjat Wajisjlach Parasjat Wajetsee Parasjat Toledot Parasjat Chajee Sara Parasjat Wajeera oktober 2009: Parasjat Lech Lecha Parasjat Noach Parasjat Bereesjiet |
||||||